De bijenkorf van het C.D.A. (2)
1980-10-03
De motie van afkeuring- Jaargang 24
- nummer 37
Veél opzien heeft de houding van een aantal dissidenten bij het debat over de olieboycot tegenover Zuid-Afrika gebracht.
Wanneer men een kabinet, waarvan de meerderheid door geestverwanten wordt gevormd, laat vallen, moeten daar zwaarwegende motieven voor zijn.
Zelf heb ik meegemaakt, dat in 1960 het kabinet-De Quay door ons huis werd gestuurd. We, dat is de A.R Tweede Kamerfraktie, waren erg boos om het feit, dat onze geestverwante ministers Van Aartsen en Zijlstra het woningwetbouwprogram niet met 5000 woningen wilden uitbreiden. Het Kamerlid Van Eibergen (A.RP.) diende een motie in, die met behulp van de oppositie aanvaard werd en het kabinet trad af.
In onze, overigens niet geheel ongerechtvaardigde, boosheid hadden wij te eenzijdig aan die woningen gedacht en waren we te zeer beïnvloed door de wat halsstarrige houding van minister Van Aartsen. Te weinig hadden we gelet op de gevolgen van een kabinetskrisis.
De reakties waren voor de A.R.Kamerfraktie dan ook erg negatief.
Het A.RP.-bestuur onder leiding van dr Berghuis riep ons tot de orde en het kabinet-De Quay kwam weer snel terug.
Ik neem aan, dat de dissidenten, evenals wij in 1960, voor de motie-Den Uyl stemden omdat zij deze zaak ernstig genoeg vonden. Evenals in 1960 zullen er ook wel gestoorde persoonlijke relaties meegespeeld hebben.
Maar daarmee hebben ook de dissidenten volkomen misgetast. Boycot van een produkt, dat praktisch niet aan het te boycotte land geleverd wordt, lijkt te zeer op een gevecht van Don Quichotte. Het is niet meer dan een loos gebaar. Zelfs dr De Gaay Fortman sr. schreef in Ned. Gedachten, dat een dergelijke eenzijdige nederlandse boycot niets voorstelt. Hij vindt het een ondeugdelijk middel. Het is nog al wat om voor een dergelijke zaak een kabinet te laten vallen. Het gevolg van een kabinetskrisis zou zijn geweest, dat de Kamer vroegtijdig ontbonden was, ons land geruime tijd zonder regering had gezeten en geen maatregelen genomen hadden kunnen worden in deze moeilijke economische situatie van grote financiële tekorten en omvangrijke werkloosheid.
Breuk in de fraktie?
De positie van dissidenten in de fraktie is niet eenvoudig. Het verschijnsel van dissidenten komt overigens vrij vaak voor. Zelf heb ik het meegemaakt bij het kabinet-
Cals. Alleen noemden we het toen anders. Bij het optreden van het kabinet-Cals stonden de leden van de A.R-Kamerfraktie RooIvink en ikzelf erg sceptisch tegenover het nieuwe kabinet. Onze bezwaren golden vooral het financiële beleid.
De juistheid van onze bezwaren is later ook wel gebleken.
Wij kregen het recht om uit de boot te vallen, zoals men dat toen noemde.
Toen RooIvink daarop tot fraktievoorzitter werd gekozen (omdat voorzitter Smallenbroek minister geworden wás) is van socialistische zijde opgemerkt, dat daarmee een tijdbom gelegd was onder het kabinet-Cals, RooIvink zegt daarvan in zijn door mr. D. Schaafsma geschreven levensverhaal: "Dat was grote onzin.
Een voorzitter voert geen eigen beleid, een voorzitter, die verstandig is, is de woordvoerder van zijn fraktie en zal daarbij zijn eigen persoonlijke mening weliswaar niet verwaarlozen maar zal toch als goed democraat ook rekening houden met de gevoelens die in zijn fraktie leven. Welnu, ik heb gemeend deze lijn te moeten volgen en heb er nimmer spijt van gehad."
Het jaar daarop viel het kabinet door de motie-Schmelzer, die een afkeuring van het financieel beleid inhield. De A.R-fraktie, inclusief de heer RooIvink, steunde echter het kabinet. Zelf was ik juist een paar maand tevoren als Kamerlid afgetreden. .
Een instelling als van RooIvink mis ik bij vele dissidenten.
De positie van de dissidenten is nu bijzonder moeilijk, omdat hun stem beslissend kan zijn voor het voortbestaan van het kabinet.
Kan een voorstemmer van de motie-Den Uyl wel lid van de C.D.A.- fraktie blijven?
Van Houwelingen zei voor enkele maanden in een interview met H.P., dat je als minderheid niet een kabinet kunt laten vallen en tegelijk in het C.D.A. blijven. Dat zou ik, aldus Van Houwelingen, een. oneigenlijk gebruik vinden van de positie, die je dan toevallig wegens de smalle coalitie hebt. Mocht je dat willen doen, dan moet je eruit stappen.
Dit lijkt me een duidelijk standpunt.
Merkwaardig is echter, dat Van Houwelingen behoort bij de minderheid van de zes C.D.A.-ers, die het kabinet naar huis trachtten te sturen, terwijl hij toch lid van de C.D.A.-frakie gebleven is. Dat lijkt me moeilijk te rijmen met zijn uitlatingen tegenover H.P.
J. N. Scholten, die bij elke mogelijke gelegenheid zijn gram over het kabinet-Van Agt uitstort en al meerdere malen over een nieuwe partij sprak, doet overigens niet anders.
Hoewel ook hij tot de zes behoort, denkt hij er niet aan om op te stappen. Hij hoopt op terugkeer in de Kamer via voorkeurstemmen.
De houding van sommige Kamerleden geeft de indruk, dat zij een C.D.A.-fraktie en C.D.A.-partij zien als een soort bijeenkorf waar je rustig uit en in kan vliegen.
Helaas is ook hier de polarisatie weer opgedoken, nu dan van de kant van de K.V.P.
De suggestie van v. d. Broek, dat moties die het vallen van het kabinet tot inzet hebben, niet langer individueel door de leden beslist wordt, maar uitsluitend op basis van een fraktiestandpunt bepaald wordt, wekt irritatie en is er ook helemaal naast. Een dergelijke stemdwang is een staatsrechtelijk monstrum.
Een andere vraag is of tegenstemmende leden zichzelf niet moeten afvragen, of zij in deze situatie wel kunnen blijven zitten. Temeer omdat dit meer dan een incident was.
Verder behoort de partij zich te bezinnen op de vraag, of deze leden wel voor de Kamer gekandideerd kunnen worden.
Uittredingen
In de bijenkorf van het C.D.A. zijn allerlei soorten bijen te vinden.
Daar was ook een zwerm, die de korf al voorgoed verlaten schijnt te hebben.
Een zeventigtal mensen hebben bekend gemaakt voor de A.RP. te hebben bedankt, omdat ze de overgang naar het C.D.A. niet willen meemaken. Met name het oud A.R-Kamerlid Van Bennekom is daardoor nog al in de publiciteit gekomen.
De direkte aanleiding tot het bedanken was voor hem de wijze waarop Van Agt zich als lijsttrekker presenteerde 'en de afloop van het kernwapendebat. Hij heeft verder grote moeite met het machtsstreven van de K.V.P. en is voorstander van een brede coalitie C.D.A., P.v.d.A. en D.66.
Voor zijn argumenten kan ik begrip opbrengen. Alleen niet wat betreft zijn bezwaren tegen het machtsstreven van de K.V.P. Van Bennekom is lang genoeg lid van de A.RP. geweest om te weten, dat het machtsstreven 'daar niet minder is.
Ook nu is dat heel duidelijk. De linkervleugel heeft bijna alle belangrijke posities in de A.RP. bezet.
Vaak wordt ook als argument aangevoerd, o.m. door Aantjes, maar deze is zelf niet uitgetreden, dat er voorafgaande aan de eenheid van organisatie, eenheid van beleid had moeten zijn.
Het is ook mijn overtuiging, dat de organisatorische eenheid te snel is geforceerd. Men had verstandiger gedaan voorlopig de samenwerking tot een federatieve te beperken.
Het is voor mij zelfs de vraag, of er ten aanzien van de grondslag wel voldoende eenheid is. Eenheid van beleid is er zeker nog niet. Alleen maar, dat geldt ook voor de A.RP.
Ook bij deze zogenaamde bloedgroep van het C.D.A. is eenheid van beleid zoek.
Wat zal de groep van 70 nu gaan doen?
Van Bennekom vertelt, dat er vage besprekingen gaande zijn over wat men zal doen. Aan de kant blijven staan, advies geven om over te stappen naar P.v.d.A., P.P.R. of D.66 of een nieuwe groepering vormen?
Het is me niet duidelijk, hoe de uitgetredenen toetreding tot de P.v.d.A. of D.66 ook tot de mogelijkheden rekenen.
Heeft de voorkeur voor samenwerking met de P.v.d.A. dan toch een diepere achtergrond?
En is D.66, door sommigen wel eens spottend een C.D.A. zonder God genoemd, dan echt een alternatief voor overtuigde antirevolutionairen?
Onbegrijpelijk, dat mensen als Van Bennekom, die gedurende heel hun leven (Van Bennekom is 75 jaar) A.R waren en zelfs de P.v.d.A. of D.66 als mogelijk alternatief zien.
Is daarmee dan wel eenheid van grondslag en beleid?
Moderne theologie?
Er blijken nog al wat uiteenlopende motieven te worden aangevoerd om hetzij N.B.B.A. te steunen, hetzij als dissident op te treden, hetzij de A.RP. te verlaten.
Het lijkt me moeilijk, zo niet onmogelijk deze allen onder één noemer te brengen. Een nieuwe partij, zoals bepleit wordt, bestaande uit leden en sympathisanten van de werkgroep N.B.B.A., Evangelische Volkspartij, Arjos en uitgetredenen zou ongetwijfeld een mislukking worden. Men is wel tesamen tegen heel wat zaken, zoals tegen de kernbewapening, tegen Van Agt.
Men is verder voor olieboycot van Zuid-Afrika.
Maar is er een gemeenschappelijke achtergrond? En deze is toch nodig, als men niet vervallen wil in een pragmatische aanpak, zoals bij D.66. Pragmatisme is wel sterk in opkomst, maar dat is een slechte zaak. Immers dan, is men in feite overgeleverd, zoals Goudzwaard eens schreef, aan de terreur van de praktische doeleinden.
Ik wees er al op, dat in het geschrift "Daar gaat het om", enkele schrijvers duidelijk sympathie voor de moderne theologie tonen. Dat kan echter beslist niet van alle schrijvers gezegd worden.
Het duidelijkst is deze sympathie voor de moderne theologie naar voren gebracht in een artikel van Piet van de Ploeg in Ned. Gedachten "De Arjosser, het C.D.A. en de Nieuwe Theologie."
De Arjos, zo stelt de schrijver, voelt zich verbonden aan de moderne theologie. Het uitgangspunt is het exodus-motief en Gods bevrijdende heilsbeweging.
Daaruit ontvangt men de argumentatie en inspiratie voor de radikale maatschappij-kritische visie. Je moet aan de kant van de machtelozen gaan staan om de bijbel te ontdekken als bron en kracht en hoop voor machtelozen.
De bijbel is niet het evangelie voor de rijken maar voor de armen.
Op grond van het exodus-motief koos Dorothee Sölle voor het socialisme.
Uit deze citaten blijkt wel dat Van der Ploeg en anderen op een verkeerd spoor zitten. Ook hier wordt weer de theologie van de goede daad gebracht, waarbij de christelijke religie op ontoelaatbare wijze gerelativeerd wordt.
God is niet de onvoorwaardelijke partijganger der armen.
De armen, waarvan Jezus spreekt in Matth. 25 zijn zeer gekwalificeerde armen, die vertroost worden met de belofte van de komende heilstijd.
God heeft geen welgevallen aan mensen omdat ze economisch armen zijn en evenmin omdat ze economisch welgesteld zijn.
In deze moderne theologie is de solidariteit, de universele menselijke broederschap met Christus het uitgangspunt.
We moeten, zo zegt men naast de anderen gaan staan. Naast de armen en de ontrechten in de wereld.
Deze solidariteit wordt gesteld op grond van het feit, dat alle mensen schepselen van God zijn. Vergeten wordt dan dat de zonde in de wereld gekomen is en dat alleen Christus ons daarvan verlossen kan.
De antithese is en blijft dan ook een werkelijkheid, die ook in het politieke leven een beslissende factor blijft.
Christus is arm geworden om ons rijk te maken.
Natuurlijk moet er wel solidariteit zijn. Maar dan uit de overtuiging, dat het Evangelie van Jezus Christus een boodschap heeft voor ieder.
Maar dat is een exclusieve boodschap.
Je kunt niet bouwen op het feit, dat we allemaal. schepselen van God zijn zonder dat je Christus als fundament erbij betrekt.
Natuurlijk moeten wij de economisch armen en de ontrechten helpen met onze goederen. Christelijke naastenliefde eist zelfs een radikale opstelling.
Maar dat is heel wat anders dan burgerlijke humaniteit.
Het zou de situatie verduidelijken als de in en buiten de bijenkorf vliegende bijtjes zich nu eens duidelijk uitspraken over hun geestelijke achtergrond.
Volgen zij de theorie van Dorothee Sölle, of erkennen zij nog de antithese, het feit, dat het Evangelie tegenstelling tussen de mensen brengt?
Hier moet nl. een keus gedaan worden, omdat beide visies niet te verenigen zijn.
Een uitspraak hierover is echt belangrijker dan een discussie over meer of minder sympathie voor onze minister-president- Van Agt.
Na 11 oktober
Na 11 oktober zijn er geen aparte partijen meer. A.RP., C.H.U. en K.V.P. bestaan dan niet langer, al zullen de verschillende "bloedgroepen"
zich in het C.D.A. nog wel laten gelden.
De bijenkorf van het C.D.A. doet nog erg rommelig aan.
De eigen identiteit van het C.D.A. is nog niet goed uit de verf gekomen.
Een deel buigt zich naar de P.v.d.A. en D.66. Dat deel noemt zich links. Anderen neigen meer naar de V.V.D. Deze worden voor rechts versleten.
Terecht wees Algra in het Friesch Dagblad (dat ik nu weer met instemming kan citeren) erop, dat dit een onjuiste gang van zaken is. Het C.D.A. mag zich niet laten vatten in een schema van rechts en links.
Dat brengt alleen maar verwarring.
Het C.D.A. moet zich presenteren als een christelijke partij, die de H. Schrift als richtsnoer voor het politieke handelen aanvaardt. Daarmee heeft ze een geheel eigen positie, waar de onderscheidingen rechts en links niet passen.
Het woord van de oprichter der A.RP. Groen van Prinsterer "jegens niemand heb ik mij tot horigheid verplicht" is nog actueel. Dat fiere woord behoort ook het C.D.A. zich eigen te maken.
Wanneer het C.D.A. zich niet aan het rechts-links-schema weet te ontworstelen loopt ze gevaar een soort "christelijk D.66" te worden.
Een ander gevaar, dat het C.D.A. bedreigt is, dat men binnen de partij gaat polariseren. We hebben daarvan al enkele voorproefjes gehad.
Men acht eigen mening bij voorbaat de enig mogelijk christelijke en is zelfs niet in staat zijn opvatting ter discussie te stellen. Een open gedachtenwisseling is dan uitgesloten.
De vredeskrant Shalom 1980 laat zien, dat het ook anders kan. Daarin zien we voor- en tegenstanders van kernbewapening met elkaar in gesprek in de wetenschap, dat men een gemeenschappelijke visie heeft op de Bijbel als Gods Woord voor de mensen.
Albert Schipper geeft in Trouw blijk daarvan niets te begrijpen. Hij noemt dat een onduidelijke zaak.
Iemand als Goudzwaard hoort daar helemaal niet thuis, aldus Schipper.
Hij heeft niet begrepen wat het betekent als een gemeenschappelijke visie op de Bijbel de mensen verenigt.
Daarmee is nog geen eenheid van beleid bereikt. Ons kennen ook in de politiek is maar ten dele. Volkomen uniformiteit van denken over politieke vraagstukken zal wel nooit bereikt worden.
Wanneer de Bijbel echter werkelijk richtsnoer is, zal men toch tesamen optrekken.
Moge het C.D.A. de juiste koers vinden.