VERLAAT OORLOGSDOCUMENT
1980-10-10
Hoe wij ook over Groot-Brittannië denken, zonder uitzondering zullen we allen wel de historische Boeren-oorlogen veroordelen. Eerst die van 1877-1881, vooral die van 1899-1902. Dat een Nederlands sprekend land door gouddorst en diamanthonger onder de voet kon worden gelopen, maakte ons Nederlanders woedend. Wie, van voor de oorlog, herinnert zich niet de populaire boeken van Penning: "De leeuw van Modderspruit", "De verkenners van Christiaan de Wet", "De overwinnaars van Nooitgedacht" en andere? Ze werden verslonden door de jeugd en door de ouders meteen. De Britse concentratiekampen, waarin duizenden Afrikaanse vrouwen en kinderen omkwamen, deed Napoleon's term "perfide Albion" herleven.- Jaargang 24
- nummer 38
Het was onze koningin Wilhelmina, die rond de eeuwwisseling de moed had, de Afrikaanse president Paul Kruger op een Nederlands oorlogsschip De Gelderland naar Europa te vervoeren, waar hij om hulp bij de Westerse mogendheden ging aankloppen. Ons land applaudisseerde toen het transport gelukt wasmaar de Britten hadden een prijs gesteld op Kruger's hoofd en elke Britse bodem had De Gelderland kunnen aanhouden of torpederen, waarmee ons land in een heilloze oorlog zou zijn betrokken.
Ook intern was Groot-Brittannië verdeeld omtrent deze oorlogen. Vooral de Schotten veroordeelden de hun zo bekende Engelse bezitshonger en maakten daar geen geheim van. In die jaren heeft Winston Churchill, oorlogscorrespondent voor de Morning Post, vanuit Afrika zijn regering scherp gehekeld om haar moorddadig optreden. Hij is zelf gevangen genomen en wist op een gewaagde manier te ontkomen.
Maar toen hij op 25-jarige leeftijd in Londen terugkwam bleek hij zeer populair te zijn geworden, wat de nationale kritiek op de regering verhevigde en Churchill meteen in het parlement bracht.
Onlangs vertelde een bejaarde Schotse predikant mij, dat hij een oude brief van een Afrikaanse boer bezat, die hij niet kon lezen. Hij liet me het stuk zien en vroeg of ik het Afrikaans machtig was en eventueel kon vertalen. Bij vluchtige inzage trof mij de zeer persoonlijke inhoud, naast enkele puzzels. Daarom stelde ik hem voor: geef het mij mee - als ik het ontcijferen kan vertaal ik het voor u in het Engels. Na enige aarzeling werd me het document toevertrouwd. En na ontcijfering leek me deze brief uit 1900, door een frontsoldaat aan zijn vrouw geschreven, een verlaat oorlogsdocument dat u zal interesseren als een document humain.
Hier volgt de brief:
Jargoo, den 25 Maart 1900
Jevrou Dp Botha Waarde en Nooit vergeten Vrou,
Nu plaats ik mij neder om u mijn Welstand te melden dat ik nog vief ben door de wil des Heren en hoop om dezelfde van u te mogen ontvangen en als het met u anders zou wezen dan zal het mij veel doen dinken en verder wens ik dat deze paar regelen u in een goeden Welstand ter hand komen.
En verder wat Nieuwes aanbetreft is maar weinig - en lijve Vrou u brief is mij ter hand gekomen Waarover ik zeer verblijd was om te zien dat gij nog vief zijt. En verder Vrou wou ik gaarn met Jan komen maar die ginderaal wou niet mijn verlof tekenen. Maar ik hoop als de Heer wil dan zal ik darrem later zien.
Wat ik kan doen lijve Vrou ik kan u zeggen dat ik veel verlang naar u en verder lijve Vrouw wat die vijhand aanbetref is stil en rustig. Verder Vrou is hier iets bijzonders kom zal ik u spoedig doen weten. Dan lijve Vrouw geloof die gerugtes niet wat daar kom - dit is soms meer stories. Verder kan ik u melden dat het met (-) goet gaan. Ik is vief en gezond.
Nu moet ik overgaan tot sluiten voor dit maal en zijt van mij in den gees gekust met duizend kusten van verlangen.
na Groete blijf ik u verlangende man
M. J. Botha
Zd mij spoedig andwoort op ontvangs.
De plaats aan het front, vanwaar de brief is geschreven, is niet goed leesbaar - mogelijk geheimtaal. Zo is in de aanhef tussen "vergeten" en "vrou" een tekentje geschreven, dat de 4 letters van "lijve" in een monogram zou kunnen voorstellen. Bij het omslaan van het blad is de naam verdwenen, maar uit het vervolg blijkt dat het woord "mij" is uitgevallen.
Jan zal vermoedelijk hun zoon zijn geweest; uit de boeken van Penning weten we, dat families gewoonlijk bijeen bleven.
Aan de herhalingen ziet u dat er echt niets te melden viel - dan alleen de behoefte aan een liefhebbend contact. Ook de geruststelling om geen geruchten te geloven zit vol zorg; zat zijn vrouw in een concentratiekamp misschien? Er is geen adres bekend.
Voor we onze laatste kennis doorgeven, nog even een intermezzo als het mag.
Ik zei al dat vooral Schotten kritiek hadden op de Britse oorlogen tegen de Zuidafrikaanse staten. In de Conanskirk in Loch Awe, onze zusterkerk hier vlak bij, is een herinneringssteen aangebracht voor een luitenant Campbell, die in Magersfontein sneuvelde na een Britse overwinning. En wel - zegt de steen - toep hij een stervende Boer te drinken gaf. Als tekst wordt aangehaald: als uw vijand dorst heeft, geef hem te drinken. Gaat u heel die misère rond de eeuwwisseling niet wat meer afstandelijk bezien?
Dan nu de laatste kennis, ontvangen van de Schotse predikant. Toen ik hem vertelde dat de brief aan het front moest zijn geschreven door een man aan zijn vrouw, kwam die kennis los. "De schrijver", zei hij ontroerd, "wat 59 jaar oud en de brief is nooit verstuurd. Voordien was hij al gesneuveld". - Ik keek hem ontzet aan en wachtte. - "Ja", ging hij verder, "doodgeschoten door een jonge Brit, die de brief uit zijn zak heeft gehaald". "Schande!" voegde hij er verontwaardigd aan toe.
Nu leest u de brief toch even anders, niet? Dat er geen nieuws te melden was - terwijl het treurige nieuws in aantocht was. Dat de vijand zich stil hield - maar het was de stilte voor de storm. Dat hij zijn vrouw direct bericht zou geven als er iets gebeurde - maar hij heeft dat bericht niet ,meer kunnen schrijven. Dat ze hem spoedig na ontvangst moest antwoorden - maar ze heeft de brief nimmer ontvangen.
Hoe kwam de bejaarde predikant aan deze brief, die hij zelf niet eens kon lezen? Was het een familiestuk? Was het hem door een stervend gemeentelid gegeven? Het lijkt me niet behoorlijk, dit nader te onderzoeken.
Maar wel geven we u tenslotte nog de inhoud van een telegram door, dat koningin Wilhelmina heeft gezonden aan president Paul Kruger (de man van "alles sal regkom"): "Het is mij aangenaam geweest u hoogedele mijn kruiser Gelderland aan te bieden en te vernemen dat de reis door u in goeden welstand volbracht is. Wilhelmina".
Dit telegram is gedateerd in 1900, hetzelfde jaar waarin de nooit verzonden brief werd geschreven.