Het Liedboek

1980-10-10
  • Jaargang 24
  • nummer 38
Lied 46 De eerste strofen van dit Lied zijn als geschiedbeschrijving "aanleunend" tegen diverse Schriftgedeelten wel acceptabel.
Strofe 3 is echter als kerklied minder geslaagd vanwege de vragende vorm, terwijl de vraagstelling van strofe 5 voor de gemeentezang moeilijk te aanvaarden is. De aanbevolen wisselzang biedt hier o.i. geen oplossing.
De zin van strofe 6 is in het licht van de aangegeven tekst (Luc. 3 : 10-14, Comp. p. 228) onduidelijk. In strofe 7 zal tenslotte regel 3 i.p.v. "een kind wordt u geboren" moeten luiden "een kind is u geboren".
De melodie is goed en niet moeilijk te leren.
Tekst: 1; melodie: 3.

Lied 47 Dit Lied vertoont veel gelijkenis met de bijbelliederen uit de bundels "Alles wordt nieuw" van Hanna Lam. De dichter zegt er dan ook zelf van: "u hebt hier in feite met een kinderlied te maken ... om het echter ook voor volwassenen geschikt te maken, heb ik ... in regel 6 van de eerste en tweede strofe het woordje "jou" door "u" vervangen". (Comp. p. 230). In de commissie kon geen eenstemmigheid worden verkregen omtrent de juistheid van de zinsnede "Hij komt misschien vandaag voorbij" met betrekking tot de gemeente van nu. Voor strofe 3 geldt overigens dit bezwaar niet, waar het onbepaalde "misschien" in positieve zin is omgebogen tot "Hij spreekt ons hart aan, heden".
De melodie is gemakkelijk zingbaar.
Tekst: 2 (3); melodie: 3.

Lied 48 Dit Lied is een vrije bewerking van het "Onze Vader", zoals dit gebed in de berijming van Luther is weergegeven.
De bewerkers zeggen ervan "dat het voor een groot deel een oorspronkelijke korte uitlegging van het Gebed des Heren" is geworden. "Wij hebben in onze Nederlandse bewerking ook de doxologie betrokken (strofe 9), zodat er nu 10 strofen zijn, het tiende over het woordeken Amen" ...Het is niet duidelijk waarom in strofe 9 gezegd wordt: "Die tot ons zend Uw lieve Zoon", i.p.v. "zond".
Overigens maakt deze tekst in vergelijking met die van gezang 5 van de vroegere bundel van 29 gezangen, een eenvoudiger en misschien inderdaad wat minder calvinistische indruk, zoals de bewerkers het uitdrukken.
Wat de melodie betreft: de ingeslopen fout in de notatie in de vijfde regel is weer hersteld.
Tekst: 3; melodie: 3.

Lied 49 Al zou dit Lied als gedicht wel te waarderen zijn, als Kerklied lijkt het ons niet geslaagd. Wanneer b.v. in strofe 1 gezegd wordt: "De vogels van de bomen die lopen door de lucht als vederlichte dromen, zij wonen in het licht", dan is dit voor de gemeentezang een te gezochte woordkeus en een te gewrongen constructie. Dit geldt trouwens voor meerdere strofen. Voorts heeft de dichter zich naar de inhoud wel erg ver verwijderd van het aangegeven Schriftgedeelte (Matth. 6 : 25-34). Wat is er b.v. overgebleven van het appèl in vs. 33: "Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid"?
Daarbij zij dan nog terloops opgemerkt dat "totterdood" (strofe 12) bepaald geen fraaie uitdrukking is.
De melodie is niet moeilijk, maar overigens geen aanwinst voor de kerkzang.
Tekst: 1; melodie: 2.

Lied 50 Vanwege de zeer (ver)oude(rde) taal en stijl lijkt ons dit Lied niet geschikt voor de gemeentezang. Zoals reeds eerder opgemerkt bij een gedicht van Revius (Lied 421) had het beter, vanwege de goede Schriftuurlijke inhoud, opnieuw berijmd kunnen worden.
De melodie is bekend, behoudens de herstelde zetting in regel 5, zoals in Lied 48.
Tekst: 2; melodie: 3.

Lied 51 Met betrekking tot dit Lied zegt de dichter: "over deze vertelling uit het evangelie heb ik een lied gemaakt, - niet verhalend, maar vertalend wat er staat, nl. het overzettend in ons bestaan."
O.i. is deze vertaling helaas zodanig dat van het oorspronkelijke verhaal en de zin ervan (de hoofdman te Kapernaum) hoegenaamd niets is terug te vinden. Daarbij worden constructies gebruikt die moeilijk verstaanbaar zijn, zoals b.v. in strofe 2: "wees het woord in mijn vlees en de Geest om mij heen, wees de adem waaruit ik ontsta." Daarom achten we het ongeschikt als kerklied.
De melodie is onbekend, maar het vervallen ervan, vanwege de tekst, betekent geen verlies.
Tekst: 1; melodie: 2.

A. t.a.v, de tekst der liederen: het cijfer 1 bij niet voluit Schriftuurlijke tekst, b.v. vanwege het humanistisch karakter of door een sterk piëtistische inslag; het cijfer 2 bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst; het cijfer 3 als de tekst volkomen Schriftuurlijk en zonder meer verstaanbaar is.

B. t.a.v. de melodie der liederen: het cijfer 1 voor een niet-aanvaardbare melodie; het cijfer 2 voor een onbekende melodie die na enige oefening, eventueel met behulp van een koor, door de gemeente wel te zingen is en voorts ook voor een melodie die niet bepaald tot "de beste" behoort; het cijfer 3 voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief