Christenen, Israël en de Palestijnen

1980-10-10
  • Jaargang 24
  • nummer 38

Als er ergens op politiek terrein, binnen- of buitenlands, een bijzonder ingewikkelde kwestie speelt, hebben sommige mensen de neiging een ongenuanceerd standpunt in te nemen. Meestal leidt dit echter tot niets: de benadering die ze voor het probleem kiezen, biedt geen oplossing omdat het voor een dergelijke extreme stellingname nodig is, bepaalde aspekten van de zaak te verwaarlozen.
Dit doet ds H. Amelink in zijn artikel in Opbouw no. 26 (27-6-'80).
In het laatste deel van zijn stuk heeft hij gelijk als hij stelt dat de Israëli's recht hebben op een eigen land. Het is nogal dubieus om dit te funderen op Gods beloften in de bijbel, want daar wordt niet eenduidig gesproken over waar, wanneer en hoe groot dit land er zijn zal. Het is bijvoorbeeld ook onjuist om de bevolking van Israël gelijk te stellen aan het joodse volk. Maar we kunnen wel stellen dat het een kwestie van gerechtigheid is: een groep mensen, die zoveel geleden heeft, nog steeds door antisemitisme in oost en west bedreigd wordt en eindelijk een "nationaal tehuis" gevonden heeft, kan de aanspraken op dit laatste nauwelijks ontzegd worden. Dit tot stand komen van een eigen staat heeft veel moeite met zich mee gebracht en doet dit nog, Na de uiteindelijke vestiging, in 1948, waarbij met name Engeland een kwalijke rol gespeeld heeft, was het beleid van de Arabische landen en de Palestijnen aanvankelijk: "dit land is van ons, de zee in met de Joden". Oorzaken hiervoor zijn wel aan te geven: internationale beloften, de Joden werden als indringers beschouwd, ze waren niet-islamitisch, ze stonden het streven naar een Ver. Arabische Republiek in de weg.· Sinds de laatste oorlog van 1973 is dit alles wat weggezakt. Moe van het oorlogvoeren, en met genoeg interne problemen hebben de meeste buurlanden van Israël het vechten opgegeven.
Daarmee kwamen de Palestijnen praktisch gesproken alleen te staan in hun strijd tegen Israël. De militaire steun van de omliggende landen werd voornamelijk verbaal, de enige, overigens niet geringe, steun die overbleef, was die van de ekonomische macht van de oliestaten.
De gewapende strijd van de Palestijnen ging ondertussen door: terreurakties, vliegtuigkapingen. De laatste tijd is het offensief van de Palestijnen in de eerste plaats diplomatiek.
Het aantal aanslagen is de laatste jaren duidelijk afgenomen.
Voorzover ze nog voorkwamen waren ze afkomstig van radikale groepen binnen de PLO, waaruit overigens blijkt dat ook deze groepering niet over één kam te scheren is.
Hebben de Palestijnen nu helemaal geen rechten? Volgens ds Amelink kennelijk niet. Hij stelt deze vraag ook, maar sluit er onmiddellijk weer de ogen voor door te verwijzen naar de benarde situatie van Israël.
De Palestijnen zijn óf vluchteling in een buurland van Israël óf tweederangsburger in Israël zelf. Dit is een situatie die we duidelijk als een vorm van onrecht kunnen bestempelen.
Ik zal hier niet verder over uitweiden, men hoeft slechts de verhalen in de krant te leven over de mensen, die van geen enkel stukje grond kunnen zeggen: "het is van ons, het is van mij" (zie o.m. Trouw, 2 aug.). Er is dus een Palestijnenprobleem: een groep mensen, die zich tekort gedaan voelen en dat laten blijken ook: ze zijn zelfs bereid er voor te vechten.
Of dit terecht is of niet, het is in elk geval een teken dat er wel iets aan de hand is. Als wij als christenen in Nederland onze visie geven op de Midden-Oosten problematiek, moeten, we de Palestijnse moeilijkheden ook in onze beschouwing betrekken.
En dan denk ik dat de Palestijnen toch minimaal recht hebben op een eigen grondgebied, misschien een eigen staat, bv. in federatieve vorm met Israël en Jordanië.
Het is overigens waarschijnlijk dat een dergelijke georganiseerd Palestijnse staat een geringere bedreiging voor Israël vormt dan de nu gevoerde guerrillaoorlog.
Dan nog iets over onze houding t.o.v. de PLO. Dit staat los van onze houding tegenover de Palestijnen in het algemeen. De Palestijnse Bevrijdingsorganisatie is ongetwijfeld een groepering die niet terugschrikt voor geweld of voor het doden van onschuldige mensen.
Maar afgezien daarvan is het anderzijds ook te begrijpen hoe mensen die in een beroerde positie verkeren tot zoiets komen. Ik denk dat we, los van onze eigen opstelling t.a.v. het gebruik van geweld, het feit onder ogen zullen moeten zien dat het Palestijnse geweld zeker niet zal verdwijnen voor er een einde komt aan deze benarde situatie.
Er wordt gesteld dat de PLO de staat Israël niet erkent; daar staat tegenover dat Israël ook de Palestijnse rechten niet erkent.
Nederland verkeert in zoverre in een uitzonderingspositie dat het door Israël als een goed bevriende mogendheid gezien wordt. Dit mag ons er echter niet van weerhouden kritiek op Israël te leveren. Juist van vrienden moet men kritiek kunnen verdragen. Het verdedigen van Israël door dik en dun is dan ook een kwalijke zaak. Nederland moet tegenover Israël een eerlijke politiek voeren, b.v. ten aanzien van het nederzettingenbeleid van de regering-Begin of de Oost-Jeruzalemproblematiek; een. eerlijke politiek, die niet is ingegeven door olie- of exportbelangen, maar door bewogenheid met de onderdrukte
groepen (en daar horen de Joden zeker ook bij).
Over de betekenis van het hebben van al dan niet formele diplomatieke kontakten bestaan nogal eens misverstanden. We onderhouden b.v. ook diplomatieke kontakten met Zuid-Afrika, de Sowjet-Unie en Chili, terwijl in die landen toch ook niet zulke frisse regimes aan het bewind zijn. Het hebben van kontakten met öf het erkennen van de PLO zegt niets over het erkennen van de Palestijnse aanspraken of het goedkeuren van de terreurdaden.
Het betekent niets meer dan het erkennen van de PLO als een politieke realiteit. Daarnaast is het mogelijk langs die weg betrokkenheid bij de Palestijnse zaak aan te geven.
Wil ons land op het verloop van het Midden-Oosten-konflikt een positieve invloed hebben (en dat is, gezien onze goede kontakten met Israël, niet geheel onwaarschijnlijk) dan is het noodzakelijk om met beide partijen konnekties te onderhouden.
En de PLO is dan misschien wel niet dé vertegenwoordiger van het Palestijnse volk, maar wel de enige georganiseerde groep Palestijnen van formaat, daarom ligt het voor de hand om bij de kontakten met de Palestijnen hier het aanknopingspunt te zoeken. En als die kontakten er zijn zal er ook geprotesteerd dienen te worden tegen eventuele PLO-gewelddaden.
Alleen bij een dergelijke benadering zal Nederland, misschien bescheiden, een brugfunktie kunnen vervullen op weg naar wat we, neem ik aan, toch allemaal zouden wensen: vrede in het Midden-Oosten.

Utrecht, sept. '80 K. Blok

Naschrift
Ib ben inderdaad zo ongenuanceerd om de rechten van de nakomelingen van Abraham, Izak en Jacob alleen te funderen op de beloften Gods. Het spijt me als iemand dat dubieus vindt. Het is niet anders.
Het heil is óók een zaak van aardrijkskunde en geschiedenis. Het beloofde land, waarvan de grenzen duidelijk gegeven zijn, is aan niemand anders beloofd. Het land had ook niet even goed ergens anders kunnen liggen. Het ligt daar waar het ligt tot in eeuwigheid. Dat is niet mijn opinie. Dat is God's keus.
Hebben de Palestijnen, die zich zelf noemen naar de Filistijnen, geen rechten? In het beloofde land? Zeker wel. Maar die van de vreemdeling binnen de poorten. Niet van de eigenaar. Voor verdere gegevens zie H. Berkhof, Christus, de zin van de geschiedenis, Nijkerk 1959, blz.115.

Amelink

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief