Mensenrechten

1980-10-24
  • Jaargang 24
  • nummer 40
Over mensenrechten wordt al heel veel jaren gesproken. De kranten staan vol van de aantasting ervan.
In Iran worden mensen gegijzeld, in Rusland worden joden en christenen in kampen of psychiatrische inrichtingen opgesloten, in latijns-Amerika worden onder rechtse dictaturen mensen gemarteld, in Zuid-Afrika worden zwarten gediscrimineerd.
Het is opmerkelijk dat we vaak meer oog hebben voor de aantasting van mensenrechten veraf dan dichtbij. Om ons heen en door onszelf is die aantasting er echter ook. Mensen die ons niet liggen gaan we voorbij, de man in de goot laten we liggen, homofielen noemen we flikkers, voor turken lopen we niet zo warm enz. Als christenen kunnen we soms discriminerend spreken over niet-christenen omdat we denken dat gelovigen iets meer zijn dan ongelovigen, als vrijgemaakten denken we dat we beter zijn dan synodalen. Als het er op aankomt betekent aantasting van mensenrechten altijd dat de één er beter afkomt dan de ander.
In de bergrede heeft de Heiland ons keihard de waarheid gezegd (vs 20): 'Indien uw gerechtigheid niet overvloediger is, méér is dan die der schriftgeleerden en farizeeën, zult ge het koninkrijk der hemelen zeker niet binnengaan'. De schriftgeleerden deden veel aan recht en gerechtigheid, daar doet Jezus niets aan af. Ze hadden hun wetten en regels en wisten precies wat recht en onrecht was. Ze hadden hun zaakjes best in orde en prima op papier. Misverstanden waren vrijwel uitgesloten. Je zou zo zeggen: beter kan het niet. Maar Jezus zegt: 'als je gerechtigheid niet méér is dan die der schriftgeleerden ... ' Als je wilt weten wat evangelisch radikaal is, dan is het dit. Jezus vraagt meer dan het vanzelfsprekende, meer dan het formele, meer dan het gewone. God wil dat we de ander tot zijn recht laten komen, dat we die ander de volle maat geven. Eigenlijk is die 'volle maat' nog te weinig, God wil dat we de ander óvermaat geven. Dat betekent dat je de jongen die je op school dwarszit opzoekt als hij in het ziekenhuis ligt met een gebroken been. Dát is het ongewone doen ...
Iets doen voor iemand die je aardig vindt is niet zo'n kunst. Jezus zegt daarvan in diezelfde bergrede: 'Als je liefhebt die jou liefhebben, wat voor loon heb je? De tollenaars doen immers hetzelfde? En indien je alleen je broeders groet, waarin je dan meer dan het gewone?
Doen de heidenen niet precies zo?
Je moet volmaakt zijn zoals je hemelse Vader volmaakt is'.
Wij denken bij het woord 'gerechtigheid' vaak aan iets dreigends, iets juridisch. In Psalm 116 echter wordt van God gezegd dat Hij genadig en rechtvaardig is, dat Hij is een ontfermer. En in Psalm 103 wordt Gods gerechtigheid direkt verbonden aan Zijn barmhartigheid.
Gerechtigheid heeft in de bijbel alles te maken met de God van het verbond; God doet in Zijn gerechtigheid alles wat van Hem mag worden verwacht.
Ten aanzien van de mens heeft dat alles te maken met diens houding.
Ook de mens moet doen wat van hem mag worden verwacht. God wil dat de mens een goede bondgenóot van Hem is. Gods bondgenoot zijn betekent: God èn de naaste liefhebben. Job brengt zijn gerechtigheid daarom in verband met zijn hulp aan armen en verdrukten (Job 29 : 12-14).
Dit belangrijke gegeven uit de bijbel heeft alles te maken met recht en onrecht en dus ook met mensenrechten.
We zijn in onze kring jaren lang bang geweest om te spreken over rechten van de mens. De bekende verklaring van 1948 is in onze kring vaak zonder meer afgewezen als vrucht van humanistisch denken. Vergeten is daarbij dat niet in de eerste plaats beslissend is wie een bepaald stuk opstelt, het gaat om de inhoud. Als het over mensenrechten gaat hebben we te bedenken dat God de mens op deze aarde zet met een opdracht. Die mens moet dienstbaar zijn, niet alleen aan God maar ook aan de mensheid en de schepping (vragen over milieu e.d. hebben hier ook alles mee te maken). Als God de mens de opdracht geeft de naaste lief te hebben, is het het recht van die naaste liefde te ontvangen. De beroofde man op de weg van Jeruzalem naar Jericho is niet alleen waar om geholpen te worden maar heeft ook recht op hulp. De samaritaan is barmhartig als hij zich het lot van die tobberd aantrekt, maar eigenlijk doet hij niet meer dan zijn plicht. De naaste liefhebben, de naaste zijn is opdracht.
De naaste ontmoeten is een recht. Het een volgt op het ander en daarom moeten we niet te bang zijn om te spreken over mensenrechten.
Een mens heeft rechten ten opzichte van de overheid, een werknemer heeft rechten ten opzichte van zijn werkgever, een minderheid heeft rechten ten opzichte van een meerderheid.
Mensenrechten zijn er, de hongerigen in de derde wereld hebben recht op onze hulp en God zal óns er straks op aankijken of we wel aan hen hebben gedacht, hen hebben geholpen.
Mensenrechten zijn er en een christen heeft daarbij te bedenken dat van hem een gerechtigheid wordt gevraagd die meer is dan het gewone.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief