Bezinning en ontmoeting in Basel
2012-01-21
Op donderdagmorgen 29 september wandelde ik door de middeleeuwse straten van het centrum van Basel.- Jaargang 56
- nummer 2
Nee, het was geen vakantie! Ik begon aan een dag vol bezinning en ontmoeting.
Omdat er dingen aan de orde kwamen die u als lezer van Opbouw mogelijk zullen interesseren, wil ik in dit en een volgend nummer verslag doen van de festiviteiten ter gelegenheid van de zeventigste geboortedag van prof. dr. Ulrich Gäbler.
Een minder luchtig feestje
Ulrich Gäbler is een Oostenrijkse kerkhistoricus.
Hij heeft belangrijke boeken geschreven, onder andere over de reformator Zwingli en over de opwekkingsbeweging van de 18e en 19e eeuw.
Ik leerde hem kennen in de tijd dat hij aan de VU in Amsterdam werkte. Via mijn promotor dr. Jan Veenhof maakte ik met hem kennis toen ik wilde promoveren op een onderwerp dat verband hield met de evangelische beweging. Het was Gäbler die mij op het idee bracht om het denken van de Amerikaanse revival-man Charles Finney (1792-1875) onder de loep te nemen. Hij werd mijn tweede promotor, en ook na zijn vertrek uit Nederland bleef ik contact met hem houden.
Na Amsterdam kwam hij in Basel terecht, waar hij eerst ook weer als kerkhistoricus werkte, om later rector van de Baselse universiteit te worden. In de afgelopen september maand werd hij 70, hetgeen voor de universiteit reden was om een feestje te organiseren. Het zag er als volgt uit. ’s Morgens was er een besloten bijeenkomst voor zijn oud-leerlingen. ’s Middags gaf de Duitse professor Hans Schneider een college over ‘De bijdrage van het Piëtisme aan de moderne gedachtevorming over het fenomeen tolerantie’. ’s Avonds was er een forumdiscussie met als thema Theology goes public. Ik geef toe: er zijn luchtiger feestjes denkbaar.
Maar omdat ik als NGP-docent gediend ben met internationale contacten en academische bezinning, was ik blij dat ik ervoor uitgenodigd was. Vermeld mag worden dat ook het bestuur van de NGP, de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding, er de zin van inzag dat ik aan deze studiedag zou deelnemen, en om die reden zo gul was om mijn reis te betalen.
Inspirerende ontmoetingen
Om precies half elf op die septemberochtend stapte ik het gebouw binnen waar de beroemde bibliotheek gevestigd is van twee geleerden uit de 18e eeuw, de heren Frey en Grynaeus. Ik trof er een gezelschap aan van bijna allemaal kerkhistorici, die van de liefde voor hun vak blijk gaven doordat ze wel heel opgetogen reageerden toen ze geleid werden langs de rijen met oude boeken. Wat hen en mij verbond, was dat we allemaal onder leiding van Gäbler een proefschrift hadden geschreven.
Het is hier niet de plaats alles weer te geven wat in die besloten bijeenkomst aan de orde kwam, maar enkele impressies wil ik u niet onthouden. Zo benadrukten verschillende gesprekspartners dat hun studie-project alles met de praktijk van hun werk als predikant te maken had. Een voorganger uit een evangelische gemeente vertelde bijvoorbeeld, dat hij dankzij zijn promotiestudie een uitweg had gevonden uit een impasse waarin hij zich bevond. Hij had zich onder andere in het denken van John Wesley verdiept, en daarbij zulke verrijkende ontdekkingen gedaan dat hij zijn plaats in zijn kerken nu weer gemotiveerd en zinvol kon innemen. Iemand die inmiddels hoogleraar is aan een Zwitserse universiteit, toonde zich aangenaam verrast toen ik hem uitlegde dat mijn docentschap gekoppeld is aan mijn werk als predikant. Die combinatie leek hem prachtig! We kregen het ook over de ontkerkelijking in Nederland, als gevolg waarvan een aantal theologische faculteiten de laatste jaren hebben moeten fuseren. In Zwitserland verloopt dat proces trager en minder heftig, wat ermee te maken heeft dat de predikanten door de overheid betaald worden. Maar men maakt zich geen illusies: ook daar zal de kerk verder krimpen, en bereidt men zich voor op kleinere aantallen studenten.
Een andere oud-leerling, die momenteel een leerstoel bezet in Greifswald, een stad in het uiterste Noordoosten van Duitsland, verblufte mij overigens met zijn antwoord op mijn vraag hoeveel theologische studenten zijn faculteit trekt: zevenhonderd! Denk niet dat dat allemaal predikanten worden: velen volgen de theologiestudie ter voorbereiding op een baan in het godsdienstonderwijs. Zelf woont hij met zijn gezin op zo’n duizend kilometer afstand van deze universiteit, zodat hij voor woon-werk-verkeer het vliegtuig benut… Een laatste impressie: aan niemand kon ik duidelijk maken waarom er in Nederland zoveel verschillende soorten ‘gereformeerden’ zijn, met bijbehorende predikantenopleidingen.
Dat gaf me een ongemakkelijk gevoel, en misschien is het alleen daarom al goed om af en toe eens over de grens te kijken.
Theologie in de publieke ruimte
Genoeg over de ochtendbijeenkomst – laat mij nu iets doorgeven van de forumdiscussie die ’s avonds plaats vond.
Op het podium hadden behalve Ulrich Gäbler nog drie andere heren plaats genomen, die eveneens rector van een Zwitserse universiteit waren geweest.
Het bijzondere was, dat ze alle vier theoloog waren. Daarover ging het gesprek dan ook: hoe verklaarden ze, dat de leiding van de universiteiten min of meer gelijktijdig aan mannen was toevertrouwd die de kerk en de christelijke godsdienst vertegenwoordigden? En had het invloed op hun werk als rector dat ze eerder als hoogleraar theologie hadden dienst gedaan? Natuurlijk zat er de nodige variatie in de antwoorden, maar eigenlijk waren ze het er wel over eens dat het niet puur toevallig was dat voor deze taak een beroep was gedaan op theologen. Een van hen bracht een overweging naar voren die betrekking had op de hermeneutiek, een vak waarin ik – samen met collega Dekker – aan de NGP les geef. Ik geef wat hij zei hier in mijn eigen woorden weer. Een rector van een universiteit is zeer gebaat bij de training in bescheidenheid die je als theoloog krijgt bij het bestuderen van de Bijbel. Het gebeurt nogal eens dat je een Bijbeltekst leest waar je op het eerste gezicht ‘niets mee kunt’. Het kan dan een verleiding zijn de Bijbel weg te leggen. Dan mis je echter de kans, om anders tegen dingen te leren aankijken, en je horizon te verruimen.
Vruchtbaarder is het, om in een houding van openheid en bescheidenheid net zo lang te blijven kloppen op de deur van de tekst, tot er open gedaan wordt. Het is waar: soms is daarvoor veel tijd, studie en inspiratie nodig en gaat de deur nog maar op een kier open. Maar dit is de enige manier waarop het Bijbellezen de gewenste vrucht afwerpt. Je kunt dan de ervaring hebben dat niet jij meer met de tekst bezig bent, maar de tekst met jou.
De oud-rector vroeg hier aandacht voor, om de richting te wijzen die de wetenschap in het algemeen moet gaan. Hij stelde, dat wetenschappers ertoe geneigd zijn om de dingen die zij onderzoeken aan zich te onderwerpen. Kennis is immers macht! Maar naar zijn mening is dat een eenzijdige beoefening van de wetenschap.
Hij pleitte voor een wetenschap waarbij de mens meer in verwondering te werk gaat dan in machtsuitoefening. Als het aan hem ligt leren studenten aan een universiteit met meer eerbied onderzoek te doen: eerbied voor het geheim van de werkelijkheid dat wij nooit in onze vingers krijgen. De Bijbelwetenschapper die leert om zich te laten aanspreken door een Bijbeltekst en ervan afziet om hem in te passen in zijn eigen denkkader, wordt zo model voor de wetenschapper in het algemeen. Die is er – als het goed is - niet op uit om de werkelijkheid onder de knie te krijgen, maar is ontvankelijk voor het ongedachte en onverwachte. Zie daar het perspectief waarin deze oud-rector het werken aan een universiteit plaatste.
Zout van de aarde
Er is een tijd geweest dat aan theologen bijna automatisch de eer te beurt viel om een universiteit te leiden. Dat had ermee te maken, dat de theologie geacht werd de koningin van de wetenschappen te zijn.
Die tijd is voorbij, en daar hoeft niemand rouwig om te zijn. Ook de theologie zelf heeft al lang niet meer de pretentie aan de top van de wetenschappelijke piramide te staan. Veeleer heeft zij de grootste moeite om in het land van de wetenschap nog voor vol te worden aangezien.
Daarom was het zo opvallend, dat tijdens het gesprek op die donderdagavond in Basel de theologie gepresenteerd werd als een discipline waar een universiteit juist baat bij kan hebben. Inderdaad: Theology goes public. Het zou me niet verbazen als dat te maken heeft met wat Jezus van zijn volgelingen verwacht: het zout van de aarde zijn. Gewend als ik ben aan het wel erg gure klimaat van de secularisatie dat we in Nederland kennen, vond ik het deze dag een verkwikking te merken dat in Zwitserland zowel de kerk als de universiteit dankbaar gebruik maakt van de diensten die de theologie te bieden heeft.
Dr. Ad van der Dussen is kerndocent bij de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding en predikant van de NGK Eindhoven.