KLAPPEN UITDELEN

1980-10-31
  • Jaargang 24
  • nummer 41
Wie weet nog iets van de Kamper professor Greijdanus?
Voor mijn tijdgenoten aan de hogeschool en voor degenen die nog ouder zijn, blijft hij een begrip op zichzelf. Hij schreef commentaren op boeken van het Nieuwe Testament. Oerdegelijk wetenschappelijk werk. Maar af en toe maakt hij een praktische opmerking bij de tekst die hij behandelt. Zo was hij bezig met de uitleg van Lukas 12 en dan opeens, als hij met vers 45 bezig is, schrijft hij een pastorale notitie. Het gaat over de slaaf, die door zijn heer is aangesteld om de bediende op tijd hun deel te geven. Maar als de heer lang wegblijft, begint die slaaf of rentmeester de slaven en slavinnen te slaan. Greijdanus schrijft: “Door klappen uit te delen, probeert hij hen eronder te houden. Bij dienaren des Woord kan zulks voorkomen: wanneer zij in hun prediking en andere verzorging aan de gemeente niet geven, wat deze behoort te ontvangen, wordt de gemeente ontevreden en ze slaat misschien onkerkelijke wegen in, of wegen die niet goed zijn, maar dan gaan die dienaren des Woords proberen met hardheid en met toepassing van de tucht de gemeente toch in bedwang te houden.”
Zo’n opmerking blijft je bij. Hoe gauw ben je gepikeerd als sommigen niet tevreden zijn over je preek of je andere werk en het misschien elders zoeken. Je bent ergens niet voor gevraagd of in één of andere zaak niet gekend. Dan zou je in een preek kunnen afreageren of tijdens een bezoek. De zweep er eens over! Je zult het ze eens goed aan het verstand brengen. Er moet wat aan gedaan worden! we moeten maatregelen treffen! En dan komt die oude Greijdanus via z’n boek over Lukas met de vraag: Heb je de gemeente wel gegeven wat ze verwachten mocht, de rijke en blijde prediking van haar heil? Hoe komt het toch, dat sommigen gaan zwerven en dwalen?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief