Sions heil komt!

1980-01-04
  • Jaargang 24
  • nummer 1
Ayatollah of profeet?
Jesaja 60-62 mag al dan niet terecht de naam "Jeruzalem-cyclus" dragen, de mensen die het aangaat verblijven wel als ballingen in Babel... Hun positie? Vergelijkbaar met die van de Amerikaanse gijzelaars in Teheran's ambassade. Wie kan ze bevrijden, verlossen? Wie kan gerechtigheid en heil samensmeden tot het feestelijke bijbelwoord: verlossing?
Wat kan Amerika - zèlfs Amerika - beginnen om deze gijzelaars levend te bevrijden?
ZÓ was Israëls positie in Babel - en hoeveel geringer waren ze in aantal dan de Amerikanen? Wie was er op hun hand (Jer. 31 : 32) en bij machte hen te verlossen? De wereldopinie zeker niet...
Ik zie een hogepriester (ayatollah) Khomeini met achter zich een groot deel van 3 à 400 miljoen islamieten. Een man, begerig naar macht, begerig de kraan van het vloeibare goud te beheren - en de hele wereld wacht af met ingehouden adem. Ik zie ook een profeet, een eenzaam man, slechts een mens zoals wij (Jac. 5: 17) - deel van een gedecimeerd, gedeporterd volk in de diaspora van Babel (dicht bij het huidige Iran), genoot van een volk van misschien een paar honderdduizend man...
Ik zie Mekka en Medina en de gouden koepel van Jeruzalems rots en alle andere onaantastbare heiligdommen van de Islam in heel de wereld. En ik zie het Jeruzalem, de heilige stad van Israël in de dagen van die profeet: een puinhoop met bouwvallen van muren, geblakerde tempelstenen en door onkruid overwoekerde straatrestanten - jakhalzen houden er huis, hyena's voelen zich er thuis.

Hadj of hammaäloth ?
Ik lees van de jaarlijkse hadj (bedevaart) van de islamiet: "Wanneer er één voorschrift van de Islam is geweest, dat meer dan alle andere een grote bindende kracht voor de mohammedaan over de gehele wereld bleek te zijn, dan is het wel het voorschrift van de hadj, de verplichting van ieder waar gelovige om tenminste eenmaal in zijn leven een bedevaart naar Mekka te maken. Niemand, die geen moslim is, mag deze bedevaart ondernemen of zelfs maar Mekka binnengaan.
De pelgrims van alle landen naderen de heilige stad als leden van éénzelfde familie; ze dragen dezelfde ongezoomde witte kleding, betrachten sexuele onthouding, scheren zich niet en laten hun haren niet afknippen, en doen geen enkel levend wezen ~ dier of plant - enig leed. In dit gevoel van algemene broederschap worden alle slagbomen van ras en klasse opgeheven". En ik lees van de Berg van Genade, een lage heuvel in de vlakte van Arafat, 40 km ten oosten van Mekkahet brandpunt van de pelgrimstocht. Volgens de legende werden Adam en Eva hier weer verenigd, nadat ze uit het paradijs verdreven waren. Hier sprak Mohammed zijn afscheidspredikatie uit: "Weet, dat iedere Moslim voor iedere andere Moslim een broeder is en dat gij één broederschap vormt. .. De vlakte van Arafat . " is op de negende dag der hadj bezaaid met tenten. Binnen enkele uren komt de kale vlakte tot leven door pelgrims, die van de middag tot zonsondergang 'voor God staan (letterlijk) ... Volgens traditie komen hier 700.000 gelovigen samen; het eventuele tekort wordt aangevuld door engelen.
Het werkelijke aantal is ± 70.000. Na zonsondergang trekt men met muziek en vuurwerk weer naar Mekka… Een jubelende, feestelijke uittocht en masse uit de vlakte, een nacht in het open veld doorgebracht, het offeren van een dier en drie dagen van feesten volgen; met een ommegang rond de Kaäba is tenslotte de plicht van de pelgrim volbracht; voor hem bestaat er op aarde geen grotere vreugd". (citaten uit: De grote godsdiensten der wereld, Den Haag, 1957).
Ook lees ik van een handvol (Ezra 2) Joden onder de grootste aandrang van de profeet er eindelijk toe gebracht om naar Jeruzalem terug te keren - de man moet als een straatventer/verkoper hun aandacht trekken (Jes. 55). En ik hoor ze hun bedevaartsliederen zingen - de liederen van de tocht, hammaäloth. Een tocht door en langs de woestijn - maar een tot bloei gebrachte woestijn (Jes. 55). Een tocht naar een ruïne, een verwoeste stad - maar wel de berg der genade, de stad van de vrede, Jeruzalem.

Allah of Jahweh?
Op wie houden we het: de ayatollah Khomeini of de profeet van het boek Jesaja? Wie dienen we: Allah - Allah is groot en Mohammed is zijn profeet - of Jahweh - en diens Zoon Jezus: "Jozua", d.i. Jahweh verlost? Dáár ligt het verschil.
Vijf maal daags is de islamiet verplicht tot gebed (de salaat), waar men zich ook ter wereld bevindt, met het gezicht gericht naar Mekka. Vijf maal daags buigen zich 3 à 400 miljoen islamieten ter aarde voor Allah. Maar let wel: Allah is even blind en stom en doof en machteloos als Baäl uit de dagen van Elia... En er is 'n profeet, één profeet - er is nauwelijks een volk, er is geen heiligdom, de heilige stad is één grote bouwval, omringd door afgebrokkelde muren vol gapende bressen en het land van melk en honing is verwoest, de akkers en weiden bezaaid met stenen. Maar deze ene profeet bidt, bidt tot de levende God voor de vrede van Jeruzalem, totdat zijn heil opgaat als een lichtglans en zijn verlossing als een vlammende toorts". Eerder houdt hij niet op, eerder zwijgt hij niet, eerder gunt hij zich rust noch duur. Ook bestaat hij het (maar hij acht Gods beloften eeuwig betrouwbaar!) te profeteren inzake een armetierig volkje met een verwoeste stad, waarbij hij Gods "gerechtigheid' onontkoombaar uitlegt als Sions heil": "volken zullen uw heil zien, alle koningen uw glorie en men zal u noemen met een nieuwe naam, dien de mond des HEREN zal bepalen; gij zult een sierlijke kroon in de hand des HEREN zijn, een koninklijke tulband in de hand van uw God!"
In zijn Geest-drift neemt hij Israël mee: "op uw muren heb ik wachters aangesteld, die den gansen dag en den gansen nacht (vgl. Ps. 134) nimmer zullen zwijgen - gij, die den HERE indachtig maakt, gunt u geen rust. En laat Hém geen rust, totdat Hij Jeruzalem grondvest en het stelt tot een lof op aarde'. Zijn volksgenoten zullen zich gedragen als de mazker, de kanselier (2 Sam. 8: 16; 1 Kon. 4: 3; Jes. 36: 3), die den koning zijn taken in herinnering moet brengen.

Mekka of Jeruzalem?
Is al wat de profeet sprak ooit tot vervulling gekomen? Of reikte ook zijn woord niet verder dan dat van wele ayatollah ook? En waarheen moet de mensheid op weg? Naar de Kaäba, de zwarte steen van Mekka of naar de gouden koepel van Jeruzalem? Of naar de stad met fundamenten, waarvan Gód de ontwerper en bouwmeester is (Hebr. 11 : 10, 16), de stad zo gaaf en harmonisch als een kubus (Op. 21 : 16) stralend in het licht van het Lam (Op. 21 : 23)?
Je zou het jezelf en je kinderen toewensen, zo’n bedevaart en masse naar Mekka of waar ook - dat is nog heel wat anders dan een ouderwetse Schooldag in Kampen of een E.O.~dag in Utrecht of Den Bosch. Wat een zichtbare broederschap als alle christenen ter bedevaart konden naar Jeruzalem of Bethlehem - alleen: je zou er verenigd vinden zowel het christelijke kruis als de mohammedaanse halve maan en de joodse davidsster...
Maar God kiest en wijst een andere weg, zonder tastbaar heiligdom, zonder zichtbaar centrum en verenigingspunt. Hij wijst de weg van het onwankelbaar geloof, het ongeschokt vertrouwen. Sparen voor een bedevaart naar Mekka is niet nodig, is zelfs niet mogelijk voor ieder mens.
Maar bidden om de komst voor de vrede van het nieuw Jeruzalem kan iedereen, kan zelfs elk kind. De levende God zal zijn beloften nakomen. En wat zal heerlijker zijn dan de dag waarop "gerechtigheid" en "heil" voor heel de wereld samenvallen? Om Sions wil zal ik niet zwijgen en om Jeruzalems wil zal ik niet rusten, totdat zijn heil opgaat als een lichtglans en zijn verlossing als een vlammende toorts...!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief