Het heil der kerken en de Christelijk Gereformeerden
1980-01-11
De Christelijk Gereformeerde Kerk van Rotterdam-C, en de Nederlands Gereformeerde Kerk van Rotterdam-Overschie hebben alle gemeenten van beide kerkengroepen uitgenodigd voor een samenkomst waar gesproken zal worden over de eenwording van beide groepen.- Jaargang 24
- nummer 2
De vergadering wordt gehouden Deo Volente op zaterdag 15 maart te Amersfoort, in de Ichthuskerk.
Een voortreffelijke gedachte. Het wordt hoog tijd dat we meer aandacht gaan besteden aan de óók zichtbare eenheid van beide kerkengroepen. Er is op veel plaatsen al een goede samenwerking. Er is al jaren lange ervaring in het met elkaar omgaan. We zijn in vele opzichten al aan elkaar gewend. Maar ik heb de indruk dat in beide groepen stromingen zijn die de boot een beetje afhouden - zonder dat overigens hardop te zeggen - uit vrees voor moeilijkheden met eigen gemeenten en/of eigen leden. Die vrees is waarschijnlijk een gerechtvaardigde vrees. Ik zie ook wel moeilijkheden als er met wat meer vaart aan de eenwording wordt gewerkt. Maar ik zie niet dat die moeilijkheden in een later stadium er niet meer zullen zijn. En als we wachten tot er geen enkele hindernis meer is dan kunnen we lang wachten. De verder gaande eenwording van beide groepen lijkt me zeer tot heil van beiden. In onze kerken missen we zaken die de Ohr. Gereformeerden wèl hebben en omgekeerd.
Wederzijdse beïnvloeding kan alleen maar goed werken.
Na jarenlange ervaring in het spreken met leden van de Chr. Geref. kerken en na jaren lange ervaring met het luisteren naar de prediking van de Ohr. Gereformeerden en naar die uit onze kerken, zijn me wel enkele zaken duidelijk geworden. Er is bij de Chr. Gereformeerden meer oog voor onze verdorven staat dan bij onze mensen. Ik spreek uiteraard in algemeenheden.
Maar dat is in dit geval niet anders' mogelijk. Er is meer aandacht voor de toe-eigening van het heil. Er is minder vanzelfsprekendheidsgeloof. Men vindt het minder "gewoon" dat onze zonden vergeven worden dan bij ons. Bij ons kunnen er preken gehouden worden waarin je nauwelijks hoort over zonde en genade. Zo iets zal een christelijke gereformeerde predikant nauwelijks kunnen overkomen.
Het zou bijzonder goed zijn voor ons als we daarvan wat overnamen.
De Heilige Schrift i's de boodschap van de vrijspraak van de goddeloze om Jezus' wil. De Bijbel bevat het bericht van onze amnestie. Ais we niet meer vinden dat we verdiend hebben ter dood veroordeeld te worden; als we niet meer vinden dat we de eeuwige verdoemenis verdiend hebben; als we wetgeving een vanzelfsprekende zaak vinden, dan is er niet meer de honger en dorst om het Woord van God als boodschap van de vrijspraak te horen. Dan is de echte Schriftuurlijke huiver weg voor onze God, die een verterend vuur is. En als ik beweer dat we dit van de Christelijke Gereformeerden kunnen leren, dan heb ik het niet over iets dat onbelangrijk is, maar over iets dat behoort tot het wezen van de christelijke religie. Gelukkig wil niemand bij ons dit wezen ontkennen. De Heer zij geprezen! Maar het is soms wat naar de achtergrond geraakt.
Wat de Christelijke Gereformeerden ook beter verstaan dan wij is de kunst om de zaak bij elkaar te houden. Verschillen die bij ons al lang tot heftige onenigheden en tot scheuringen zouden geleid hebben, weten zij binnen één kerkverband op de vangen. Kerkrecht als de kunst om de zaak bij elkaar te houden staat bij ons vaak in een kwade reuk. Het wordt aangezien voor slapheid of iets dergelijks. Dat er een christelijke verdraagzaamheid is, die een kerkelijk en gemeentelijk leven mogelijk maakt, is bij ons nogal verborgen, zo er geen totale onverschilligheid is voor dit soort zaken. De praktijk die de Christelijke Gereformeerde Kerken kennen, dat er naast een wat zij zelf meestal noemen "behoudende" gemeente een gemeente van meer moderne signatuur in één plaats bestaat, is uiting .van een beter begrijpen van wat de Schrift zegt over de eenheid der christenen dan de praktijk bij de Gereformeerde kerken sedert de Vrijmaking, is geheel in overeenstemming b.v. met Handelingen 15, waarin ons verteld wordt dat Paulus en Barnabas ieder 'een kant opgaan als ze het niet eens kunnen worden over Johannes Marcus, zonder de eenheidsband in Christus te loochenen of te ontkennen. We kunnen het in deze bedeling onmogelijk over alle zaken eens worden. Wie denkt dat het wèl mogelijk is bukt niet voor de Schrift. En waar men confessionele overeenstemming vindt, is het verboden de kerkelijke eenheid te breken, ook als er verschil in ligging is.
Ik was dan ook nogal verbaasd toen ik in dit blad las dat de deputen van de Christelijke Gereformeerde Kerken lieten meedelen op de laatst gehouden landelijke vergadering van onze kerken dat zij ernstige bezwaren zagen in de toevoeging bij artikel 34 van onze nieuwe k.o. Ik moest er ook een beetje om lachen. Want de voorstanders van de toevoeging zouden zich juist kunnen beroepen op de praktijk van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Dat wat de voorstanders van het "lichte" kerkverband bij ons bedoelen is zeker óók zo iets als de Christ. Gereformeerden al lang in praktijk brengen. En terecht in praktijk brengen.
Of er niets af te dingen is op deze praktijk? Natuurlijk wel. Net zo veel als er af te dingen valt op Paulus en/of Barnabas in Handelingen 15. Het is niet goed uiteenlopend te denken. Dat leert de H. Geest ons niet.
Kunnen de Christelijke Gereformeerde Kerken ook iets van ons leren? In alle bescheidenheid die ons past meen ik deze vraag bevestigend te kunnen beantwoorden.
De Christ. Gereformeerde ouderlingen en diakenen hebben in het najaar van 1977 een gesprek gehouden over hun onderlinge verschillen. Ik heb daarover een preek gehoord in een Christ. Gereformeerde gemeente en een verslag gelezen in "Trouw" d.d. 29 oktober 1979. Op die vergadering werd echt nog gesproken over een wedergeboorte die aan het geloof vooraf gaat. Dat heb ik de laatste 25 jaar bij ons niet meer gehoord. Het is ook een al te naar misverstand.
Niemand die de strijd om de veronderstelde wedergeboorte, over doop en verbond heeft meegemaakt in de Gereformeerde Kerken en deswege uitgebannen werd zal willen terugkeren tot een wedergeboorte voorafgaande aan het geloof. Wij houden ons liever aan artikel 24 N.G.B. "Wij geloven, dat dit waarachtig geloof, in de mens gewrocht zijnde door het gehoor van het Woord Gods en de werking van de Heilige Geest, hem wederbaart... ". Het geloof gaat aan de wedergeboorte vooraf. Wie dát niet vasthoudt raakt vele sporen bijster. Dat kunnen de Christelijke Gereformeerden leren van ons. Schilder en Janse, Woelderink en Vonk hebben hij ons school gemaakt. En deze dingen werken mee ten goede.
Hoe droef en ook hoe grof de strijd is geweest in de dertiger en veertiger jaren en niet te vergeten in de zestiger jaren, er is wel iets goeds uit te voorschijn gekomen.
Wij hebben geleerd door al die herrie en vervolging heen om weer meer Schriftuurlijk te leren denken over de verhouding tussen geloof en wedergeboorte, tussen geloof en geloofszekerheid, tussen verbond en verkiezing. We hebben ook geleerd hoe nauw al deze zaken samen hangen. Dat is het "ten goede" wat dit betreft bij ons. Zuivere winst, die we ook niet meer moeten opgeven. Maar ook een winst waarin ik graag alle gereformeerden zou doen delen. Ook zij die behoudend genoemd worden in de Christelijke Gereformeerde Kerken. En ook elders binnen de Gereformeerde Gezindte. Ik heb b.v. ook die Chr. Gereformeerde Kerk op het oog, die als antwoord op een uitnodiging van één van onze kerken om samen te spreken, overeenkomstig de acte van Afscheiding, eerlijk antwoordde dat zij dichter stond bij de Gereformeerde Gemeenten dan bij ons. Want als wij enkele generaties terug stappen, staan we niet alleen in de klompen van onze voorouders - in tegenstelling met de vrij rijke burgerlijke middenstandsgemeenten, die we nu zijn - maar staan we ook allen in dezelfde verkeerde doperse traditie van het gereformeerde leven. Een traditie die lang de grondtoon van ons volkskarakter is geweest en het soms nog is.
Er zal wel zelfverloochening nodig zijn op die weg naar de eenheid. Beide kerkengroepen zullen dienen op te geven het zoeken naar of het koesteren van een eigen identiteit. De identiteit vaneen christen is die van de Christus. Een andere identiteit mag een christen of een christelijke gemeente niet hebben. Wat dit betreft hebben alle gereformeerden sedert 1834 te weinig geloofd - of in ieder geval te weinig rekening gehouden met het feitdat de leer van de rechtvaardiging van de zondaar zonder de werken de waarheid van het Evangelie îs.
Het eerherstel van deze leer in beide kerkengroepen zou richtend gaan over beider bestaan, maar zou ook helend en genezend werken. Dan weten we ook te onderscheiden tussen hoofdzaken en bijzaken. Mensen van de moderne signatuur, zoals onze christelijke gereformeerde broeders zeggen, zullen niet zo'n punt moeten maken van een nieuwe vertaling, van een liedboek en wat dies meer zij. En mensen van meer behoudende gemeenten zouden hetzelfde moeten doen t.a.v. de oude berijming, de Staten Vertaling en wat dies meer zij. En dat kan, als we maar bereid zijn onze eigen signatuur op te geven, omdat we al lang een signatuur hebben. Sedert de dood en opstanding van Jezus Christus. Of weet ge niet? Rom. 6 : 3, 4. Als we maar bereid zijn al ons heil, ook al ons kerkelijk heil buiten ons zelf te zoeken en niet bij ons zelf of in ons zelf. Als we dat doen zullen we ook niet onverschillig staan tegenover de ook zichtbare eenheid van onze kerken. Een onverschilligheid die bij ons, meen ik, groter is dan bij de Christelijke Gereformeerden. Bij hen zal er meer angst zijn. Maar noch angst noch onverschilligheid helpen ons verder.
Overigens is er bij dit alles een storend element bijgekomen de laatste jaren. Zowel bij ons als bij de Christelijke Gereformeerden. Dat is de stijgende invloed van de Evangelicals onder ons in dit land.
Daarover een volgende keer.