Het kenmerk van de christelijke politieke partijen (1)
1980-11-07
Een keuzeprobleem- Jaargang 24
- nummer 42
De christelijke politiek is de afgelopen maanden weer verscheidene malen onderwerp geweest van artikelen in Opbouw. Zonder een - directe - relatie met elkaar schreven achtereenvolgens drs. De Jong en mr. Meulink gedachten over respectievelijk christelijke politiek in het algemeen en de verschillende stromingen die zich aftekenen binnen het C.D.A Juist nu vragen rond christelijke politiek in verband met de totstandkoming van het C.D.A - en het daarmee verdwijnen van o.a. de ARP. - zo actueel zijn, zullen genoemde artikelen voor een. aantal lezers op een dankbaar moment verschenen zijn. Tot deze categorie lezers - tot welke ik mijzelf ook reken - behoren zeker die lezers die tot voor kort lid waren van de ARP en die thans staan voor de keuze over te gaan naar het C.D.A of ... Een keuze die in veler ogen zo eenvoudig zal lijken, maar die voor degenen die hem moeten maken zeker niet gemakkelijk is. Zonder sentiment rond een verdwijnende A.RP. - hoewel dit voor de ouderen een belangrijk moment zal zijn - gaat het hier immers om een keuze vaneen partij waar binnen je als christen politiek bezig kunt zijn.
Kan die partij het C.D.A zijn of moet die partij één van die partijen zijn waartoe je je tot op heden beslist niet aangetrokken voelde? Of moet je - m.i. als laatste mogelijkheid - meewerken aan de oprichting van een nieuwe partij? Hoewel beide genoemde artikelen - het één wat directer dan het andere - inspelen op deze en aanverwante vragen geven beide artikelen tezamen helaas geen volledig bevredigende antwoorden. Laat ik voorop stellen dat het mij honderd procent duidelijk is dat de genoemde artikelen in het geheel niet de bedoeling hadden om antwoord te geven op 'mijn' vragen. Maar toch. Juist op het moment dat de ARP. wordt opgeheven en de keuze C.D.A. of ... zo actueel is schrijft drs. De Jong over het kenmerk van christelijke politiek en publiceert mr. Meulink zijn gedachten over het C.D.A Ik meen in alle oprechtheid dat de geïnteresseerde Opbouw-lezer dan - hoewel het niet het doel van de artikelen is 'stilletjes' zal hopen hierin toch een dosis stof te vinden die hem of haar behulpzaam kan zijn bij de - eventueel - te maken keuze. Juist omdat deze 'stille hoop' weliswaar niet geheel maar toch voor een deel vervuld is, lijkt het mij nuttig om in het licht van het door mij gestelde keuzeprobleem enkele conclusies m.b.t. beide artikelen op een rij te zetten. Ook ik heb hierbij overigens niet de bedoeling pasklare antwoorden te geven. Wat ik beoog is slechts het maken van de gestelde keuze - alsook het beantwoorden van vele andere vragen rond christelijke politiek - te vergemakkelijken o.m. met behulp van enkele conclusies m.b.t. de gepubliceerde artikelen.
Algemene politieke waarden
Laat ik - om niet te zeer op één probleem gericht bezig te zijn - het gestelde keuzeprobleem iets veralgemeniseren. Waaraan moet een partij voldoen om binnen die partij als christen politiek bezig te kunnen zijn? Drs. De Jong merkt op dat een christen die zich in de politiek begeeft zich moet terugtrekken op die waarden die ook buiten het geloof om door zijn medeburgers beaamd kunnen worden. Deze waarden vormen dan a.h.w. de gemeenschappelijke deler waarover politieke partijen - christelijke en niet-christelijke - zaken kunnen doen. Het specifieke christelijke hierin zal volgens drs. De Jong moeten bestaan in het publiekelijk hierbij uitspreken en gebruiken van Gods Naam en Gods Woord als de wortel en oorsprong van deze waarden. Hoewel ik in het verband van het artikel, n.l. de tegenstelling tot het verdedigen van louter Bijbelse waarden met politieke middelen, me wel enigszins in het bovenstaande kan vinden, bevredigt het mij niet als antwoord op de vraag waaraan een partij, waar binnen een christen politiek bezig kan zijn, moet voldoen. Als kenmerk van zo'n partij is het me te mager. Als het publiekelijk noemen van Gods Naam en Woord alléén bepalend zou kunnen zijn, zou het antwoord op de vraag snel gevonden zijn. Zonder af te doen aan dit aspect van een christelijke partij meen ik dat dit aspect alléén niet garant kan staan 'voor een juist beleid om maar eens iets te noemen. Overigens heeft het noemen van de Naam - waaraan drs. De Jong een afzonderlijk artikel besteedt naar mijn mening ook een schaduwzijde. Accoord, zolang het gaat om de basiswaarden enegrippen zoals waarheid, gerechtigheid. naastenliefde e.d. kan het goed zijn te wijze op de diepere oorsprong en inhoud van deze begrippen in Gods Woord. Echter, wanneer het gaat om de politieke uitwerking ervan, dan kan het 'noemen van de Naam' gemakkelijk leiden tot het opeisen van het etiket 'christelijk' voor het eigen standpunt.
Ik denk dat het goed is een duidelijk onderscheid te maken tussen de genoemde waarden en hun inhoud zelf en de politieke uitwerking die partijen - ook christelijke - eraan kunnen geven. Uitwerkingen die vaak niet meer zijn dan menselijke interpretaties met alle zwakten van dien.
Grondslag en beleid
Terug naar de vraag naar het kenmerk van de partij waarbinnen we als christen politiek bezig kunnen zijn.
Mr. Meulink schrijft hierover enkele conclusies aan het einde van zijn artikel. Hij meent dat binnen een christelijke partij voor alles sprake dient - te zijn van een gemeenschappelijke visie op de Bijbel. Zonder die gemeenschappelijke visie is er geen gemeenschappelijke basis waarop een partij gefundeerd kan worden. Is dit dan wellicht het antwoord dat wij zoeken?
Ik vrees van niet. Want ook, ja zelfs, een gemeenschappelijke visie op de Bijbel, het onderschrijven van een gemeenschappelijke geloofsbelijdenis biedt geen garanties voor de inhoud van het politieke beleid, Mr. Meulink onderkent dat ook. Het brengt hem op de vraag of de eenheid van beleid wel haalbaar is binnen een christelijke partij. Hij acht het overigens ook niet noodzakelijk, omdat het gemeenschappelijk uitgangspunt voor de eenheid van de partij borg staat. In zekere zin is dat zo. Moet dat zo zijn.
Mr. Meulink wijst in dit verband echter op de vredes krant Shalom 80 waarin op deze gemeenschappelijke basis voor- en tegenstanders van kernbewapening met elkaar discussiëren. Echter, juist dit voorbeeld geeft m.i. het tegendeel aan! Natuurlijk is het mogelijk om over kernbewapening als christenen te discussiëren in een vredeskrant. Het zal ook mogelijk moeten blijven. Maar is het daarmee ook mogelijk om als voor- en tegenstanders tot een politiek standpunt te komen? Beperken we deze vraag nog even tot de kernbewapening. Zullen prof. Goudzwaard en drs. De Jong het dan ooit eens kunnen worden over een politiek standpunt t.a.v. de nucleaire verdediging van het Westen van Europa? Ik geloof het niet.
En voor tal van andere wezenlijke zaken ligt dat niet anders: kernenergie, Zuid-Afrika, abortuswetgeving en ga zo maar door. Tussen onderwerpen van deze orde loopt ondanks een gemeenschappelijke geloofsbelijdenis onvermijdelijk een politieke scheidslijn. Temeer daar vaak verband blijkt te bestaan tussen de standpunten m.b.t. verschillende van deze zaken. Ook de houding van de dissidente. C.D.A-fractieleden in het debat rond de olieboycot stond niet op zichzelf!
Al met al zijn we nog (lang) niet uit de gestelde vraag. Moeten we misschien - ieder voor zich - uiteindelijk een keuze maken tussen een eenheid van grondslag en een eenheid van beleid? Leidt die keuze ons dan misschien tot het antwoord op onze vraag? Ik denk dat er op dit punt inderdaad sprake is van een accentverschuiving. Was vroeger voor velen de grondslag - de geestelijke achtergrond - van een partij bepalend voor de keuze, tegenwoordig constateer je meer en meer dat de beoordeling van het beleid bepalend is voor die keuze. Toch mag dit er m.i. niet toe leiden dat we ons bij de keuze van een partij alleen maar laten leiden door het beleid en daarbij de grondslag - of juist géén grondslag - maar op de koop toenemen.
Samengevat ben ik het met Mr. Meulink eens dat er zonder eenheid van grondslag geen eenheid van beleid kan zijn. Echter: ik meen ook dat eenheid van grondslag niet garant staat voor een eenheid van beleid, terwijl die eenheid van beleid - of liever van beleidsvisie - even belangrijk is als de eenheid van grondslag. Ook de christelijke politieke partij is in de eerste plaats een politieke partij, die dat echter (alleen) wil zijn vanuit een Bijbelse grondslag.
(slot volgt)