Sjun en Til
1980-11-07
Ik noem Sjun het eerst want in het dorp waar hij woont met z'n vrouw is de man nog steeds het hoofd van de vrouw. En dat vindt Sjun zelf ook hoewel hij daar nooit misbruik van gemaakt heeft. Want bij hem thuis heeft Til, dat is z'n vrouw, het eigenlijk wel voor het zeggen. Ze doen alles samen, ze melken samen, ze voeren het vee samen, ze gaan samen uit en 's avonds zitten ze samen aan de tafel, eerst met koffie - ook alweer samen - en later aan de borrel. Dan is er wat verschil, Sjun neemt een jonge en Til een citroentje.- Jaargang 24
- nummer 42
Sjun is in de tachtig en z'n vrouw is wat jonger. Eigenlijk heet hij Corstiaan maar daar maakten z'n ouders Sjun van. Til heet eigenlijk Mathilde en dat werd al gauw Til.
Ze hebben gemeen dat ze als derde naam allebei Maria hebben en dan is het wel duidelijk dat Sjun en Til rooms-katholiek zijn. Ze komen beiden uit een goed nest en ze hebben heel wat 'zusters' en 'broeders' in de familie.
Ze zijn niet zo jong getrouwd, omdat Til haar ouders moeilijk in de steek kon laten. Kinderen hebben ze niet meer gekregen en dat heeft .hen altijd gespeten. Ze hebben het kinderloos zijn leren aanvaarden, onze lieve Heer zal wel weten wat het beste is. Van Zondag 10 van de Catechismus hebben ze nog nooit gehoord, maar ze hebben een rotsvast vertrouwen in de Heer van hierboven! De mens wikt, God beschikt, zó hebben ze voorspoed èn tegenspoed uit Gods hand aangenomen.
Ze zijn dan ook echt roomskatholiek, al zijn ze de laatste jaren wat minder rooms en wat meer katholiek geworden.
Laatst vertelde ik hen dat ik nogal eens in de Willibrord-vertaling lees en het in veel opzichten een mooie vertaling vind. Dat vinden ze buitengewoon, maar zelf zo'n vertaling kopen doen ze niet meer.
vroeger mochten ze zelf geen bijbel hebben en nu hoeft het niet meer.
'Vroeger hielden ze ons dom' zei Til 'en nu zullen we maar dom blijven'.
Je kunt met Til best praten, Sjun luistert dan met genoegen mee. En terwijl Til aan 't praten is kijkt ze af en toe eens naar het kruis met Jezus aan de muur, 'van Hem moeten we het toch allemaal hebben?' En daar geef ik haar dan steevast gelijk in want dat is ook zo. Jezus Christus en Die gekruisigd, daar zullen Sjun en Til en ik genoeg aan moeten hebben.
In de slaapkamer staat nog een beeld van Maria. Vroeger had ze een plaats hoog aan de muur, tegenwoordig staat ze op een laag tafeltje. 'k Verdenk Til ervan dat ze dat expres gedaan heeft. Ze wil graag de Heer dienen maar ze heeft Maria daar steeds minder bij nodig.
Een jaar of acht geleden was Sjun opeens doof aan één oor en het kostte hem zelfs met een gehoorapparaat veel moeite om je te verstaan.
Hij heeft er weinig over geklaagd maar vond het wel erg.
God beschikt immers? Maar opeens belde hij me op om te vertellen dat hij weer horen kon, zo maar van het éne ogenblik naar het andere. 'k Ben er meteen heengegaan.
'Dat heeft die van hierboven gedaan', zei Sjun. En Til beaamde: 'God beschikt'. En geloof maar dat ze samen gedankt hebben!
Sjun heeft het als een wonder ervaren en dat is het ook.
Het is dus wel duidelijk dat Sjun en Til gelovige mensen zijn. Met het vagevuur hebben ze echter problemen.
Toen ze jaren geleden voor het eerst naar de notaris gingen om een testament te maken werd daarin o.a. bepaald dat een bepaald bedrag naar 'mijnheer pastoor' moest voor het lezen van 'heilige missen'. En daar ik tot executeurtestamentair ben benoemd is het mijn taak om, wanneer ik tot die taak geroepen wordt, er op toe te zien dat de pastoor het niet vergeet.
Wan ze mogen dan weinig twijfels hebben als het over God gaat, over het doen en laten van de pastoor hebben ze hun eigen gedachten.
Er was er eens een op het dorp die het al helemaal niet nauw nam met de missen voor de gestorvenen.
Over dat vagevuur heb ik wel eens met ze gepraat en ze weten eigenlijk niet goed waf ze er mee aan moeten. Als ik tegen hen zeg dat in de Willibrord-vertaling over geen vagevuur wordt gepraat zegt Til meteen dat ik ze niet te veel moet vertellen. 'Daar wordt het maar moeilijk van'. 't Valt trouwens niet mee om als goede rooms-katholieken èn Maria èn het vagevuur op te geven!
Als Sjun en Til komen te overlijden en ze dan het testament niet hebben veranderd, krijgt de pastoor z'n geld waar hij dan wel wat voor doen moet, 't Is een raar idee dat ik dit tegen de pastoor later moet zeggen terwijl ik die missen niet zo zie zitten. Maar dat vertel ik er hem dan maar bij. Daar heb ik het trouwens met Sjun en Til al over gehad. 'Da mogge zelf maor weten' was Til d'r antwoord.
God spreekt eenvoudigen zalig.
Volgens mij horen daar ook Sjun en Til bij.