De antifoon

1983-08-19
  • Jaargang 27
  • nummer 30
Hebt U zich wel eens afgevraagd hoe het met Maria en Jozef en de Here Jezus gegaan zon zijn als onze Here in of om 1940 geboren was?
Dan zouden Maria en Jozef en het Kind waarschijnlijk in Auschwitz terecht gekomen zijn of in een soortgelijk vernietigingskamp. Dan had het kunnen gebeuren, dat het Kind Jezus voor de ogen van zijn moeder werd afgeslacht onder luid gelach of onder de tonen van een Weense wals.

Sommige Joodse schrijvers hebben er op gewezen, dat het gebeuren van Auschwitz een onvergelijkelijk dieper lijden heeft betekend dan het kruis van Golgotha.
Die Joodse schrijvers hebben de betekenis van het lijden en sterven van Christus niet verstaan.
Hoe komt dat? En hoe kon het komen tot Auschwitz?
Daar heeft de Christelijke kerk schuld aan. De kerk heeft de voedingsbodem geschapen voor antisemitisme.
De kerk heeft de Joden Oliet jaloers gemaakt, maar vernederd en vertrapt. Ik wil niet generaliseren, maar dit is de hoofdlijn in vele eeuwen kerkgeschiedenis.
Door de hoofdgeschiedenis van antisemitisme, van jodenhaat heen is door enkelingen in de kerkgeschiedenis een antifoon gezongen, een tegen-melodie. Ik hoop daar iets van te vertellen. Ik hoop dat u allen gaat leren deze tegen-melodie mee te zingen.
Waarom dit onderwerp?
Wel, de kerk lijkt vandaag op een doodzieke patiënt. Sommige dokters proberen de patiënt met oude, beproefde middelen op te lappen: Terug naar de aloude paden, terug naar de bekende klanken, terug naar de vertrouwde woorden van de belijdenis. Anderen zoeken het meer in alternatieve geneeswijze, meer vrolijkheid en geestdrift, of: meer ernst en meditatie.
Ook psychologen, sociologen en andere deskundigen komen aan het ziekenbed van de patiënt.
Dr Sirnon Schoon, destijds predikant in Nes Ammim, zegt in z'n boek: "Geworteld in Israël": Wat de één als een laatste redmiddel aangrijpt, beschouwt de ander als de doodsteek voor de patiënt. De vraag dringt zich op, of de oorzaak van de ziekten niet dieper gezocht moet worden, wanneer alle middeltjes blijken te falen. De auteur wijst ons naar onze Israëlitische wortels.
Schoon heeft een visie, die niet in alle opzichten de onze is. Wat dit betreidt is hij te vergelijken met Dr Hans Jansen, die een dik boek schreef onder de titel: "Christelijke theologie na Auschwitz".
Toch kunnen we van deze auteurs veel leren. Zij wijzen op het tragische uit elkaar groeien van kerk en synagoge, de diepe vervreemding tussen Joden en Christenen.
Het boek van Hans Jansen geeft de huiveringwekkende feiten. Het toont met de stukken aan hoe de Christenheid het Joodse volk heeft gekruisigd, niet alleen in de Hitlertijd, maar door de eeuwen heen.
Hoe is dat gekomen? Wat heeft tot deze gruwelijke ontwikkeling geteld?
We willen eerst de vraag beantwoorden welke relatie de gemeente met het Joodse volk heeft. Een vraag die eeuwenlang aan de meerderheid van de Christenen is voorbijgaan, maar die in onze dagen steeds meer gelovigen bezighoudt.
Gelukkig zijn er in de geschiedenis uitzonderingen geweest. Ik denk met name aan de puriteinen in Engeland, waar ik straks iets over wil zeggen. Zij leerden in de 17e eeuw, dat de Joden nog steeds Gods' volk zijn en een heerlijke toekomst mogen verwachten. Ook onder hun tijdgenoten in ons eigen land leefde deze verwachting, In de 18e eeuw ontstonden op verschillende plaatsen regelmatige gebedsbijeenkomsten voor het Joodse volk. Een huis in Keulen 'Maar sedert 1848 bidstonden voor het Joodse volk gehouden werden was tijdens de Tweede Wereldoorlog een schuilplaats voor ondergedoken Joden. En na de stichting van de staat Israël in 1948 kwamen er binnen de Hervormde kerk en de synodaal Gereformeerde kerken speciale bureaus die zicht bezig moesten houden met de verhouding tussen kerk en Israël.
Er verschenen boeken en brochures. Maar nog steeds houden de kerken zich maar weinig met de vragen naar de plaats van Israël berig.
Ik meen te mogen zegen, dat de Vrijgemaakte kerken binnen verband en de daaruit vrijgemaakte Nederlands Gereformeerde kerken op dit punt helemaal een achtergebleven gebied zijn. En ook in de vrije groepen, voortgekomen uit de opwekkingsbeweging, is Israël lang niet altijd zo'n belangrijk onderwerp als door buitenstaanders wel eens gedacht wordt. Dit komt voort uit de verdeeldheid over dit onderwerp.
Vorige maand sprak hier Evert van der Poll. Aan zijn handboek, dat ik voor deze lezing geraadpleegd heb, ontleen ik met instemming de uitspraak: "Het gaat bier om één van de meest fundamentele zaken met uiterst verstrekkende gevolgen voor het weren van de Gemeente. Voor onze hele kijk op de toekomst van de wereld".
We gaan nu in grote lijnen de kerkgeschiedenis door. Ik wil beginnen met Pinksteren. Het Evangelie van onze Here Jezus Christus vond vanaf de uitstorting van de Heilige Geest veel gehoor. De gemeente ontstond. Een door en door Joodse gemeente, De Bijbel van de gemeente was de Tenach, wat wij gewoonlijk noemen: het Oude Testament, De 300'0 die op de Pinksterdag tot geiloof kwamen, waren Joodse pelgrims, Joden uit de verstrooiing. De eerste hoofdstukken van Handelingen spreken van Messiasbelijdende Joden.
Niet alle Joden namen de Here Jezus aan als de Messias. Maar het is volstrekt misplaatst als we zeggen: "de" Joden hebben Jezus gekruisigd. "De" Joden hebben niet in Hem geloofd. Sommige Joden hebben ingestemd met de kruisiging van onze Here. De Joden van het platteland, bulten Jeruzalem, stonden buiten deze gebeurtenis.
.Meer dan 90% van het Joodse volk had met de kruisiging van Christus niet direct te maken.
Zelfs velen in Jeruzalem niet. Ds Veefkind schrijft: Toen de Here Jezus werd veroordeeld, sliepen de meeste mensen in Jeruzalem.
Paulus schreef naderhand over de gedeeltelijke verharding, die over Israël gekomen is (Rom. 11 : 25).
Dit betekent, dat er zich onder de Joden een scheiding heeft voltrokken.
En daarmee was er niets nieuw onder de zon. Steeds was Israël verdeeld in rechtvaardige en onrechtvaardigen, En de rechtvaardigen waren meestal in de minderheid, In de dagen van Elia hadden slechts 7000 verbondskinderen hun knieën niet gebogen voor de Baäl. En in de woestijn was het zo, dat de Here in het merendeel van de Israëlieten geen welgevallen heeft gehad. Maar daar waren ook rechtvaardigen: Jozua. De Schrift leert ons nauwkeurig en genuanceerd te spreken. We mogen de rechtvaardigen uit de Oudtestamentische tijd en de Messiasbelijdende Joden uit de Nieuwtestamentische tijd niet over het hoofd zien, Onze Here Jezus Christus is zelf een Israëliet. Hij werkte onder het Joodse volk Toch had Hij ook aandacht voor de heidenen. Daar moeten zijn Joodse tijdgenoten vreemd van opgekeken hebben.
De evangeliën vermelden enkele malen dat Christus zich helpend en reddend tot de heidenen wendt, Voor veel Messiasbelijdende Joden was het de vraag of de heidenen er wel echt bij mochten horen. Of het nieuwe verbond wel voor ben bestemd was. En in Jeruzalem waren velen bovendien ontstemd over het feit, dat heidenen tot geloof in de Here Jezus kwamen, zonder te gaan leven volgens de Joodse tradities. Dat deden de Messiasbelijdende Joden wel. Paulus heeft Timotheüs besneden.
Paulus ging met 4 mannen die de gelofte gedaan hadden naar de tempel. Voor ieder van hen werd een offer gebracht. (Hand. 21).
Maar de gelovigen uit de heidenen hielden zich niet aan de besnijdenis en de Joodse voedsel wetten.
Dat vonden de Christenjoden eigenlijk heiligschennis.
U weet dat de zaak hoog is opgelopen.
Tijdens de vergadering van Hand. 15 kwamen de leiders van de gemeente tot de conclusie, dat de heidenen er echt bijhoorden.
Jakobus gaf de wijze raad: Men moet hen niet verder lastig vallen.
De tussenmuur die scheiding maakt is weggebroken (Efeze 2: 11-22).
Wat is die scheidingsmuur die tot vijandschap leidde? Het is de wet der geboden. In Efeze 3 : 6 lezen we dat de heidenen mede-erfgenamen zijn, medeleden en medegenoten.
Mede-. Dat betekent: ergens bijgevoegd. Ik herinner u nog even aan Romeinen 11, waar Paulus spreekt over twee olijfbomen, een wilde en een edele. Wat bedoelt de apostel? Dat gelovigen uit de heidenen bij, Gods volk Israël worden ingelijfd.
Israël en de andere volken, de heidenen.
Dat is het onderscheid d8lt de Schrift maakt.
En als Israël terugkeert naar zijn verleden, dan van het in aanbidding neer voor de God van Israël.
Maar als wij terug keren naar ons verleden, dan moeten we neervallen voor de afgoden. Dat is een diepgaand verschil. De gemeente is bij Israël ingelijfd.
Daarbij laten we de rest van de Messiasbelijdende Joden buiten beschouwing.
Dat is in het begin géén kleine rest geweest. Er waren heel veel Jodenchristenen, in en buiten Palestina, De R.K. kerkhistoricus Daniël uit Parijs heeft hier boeiend over verteld in de tiendelige “Geschiedenis van de Kerk". Ik stip daaruit nu alleen aan, dat er onder de Jodenchristenen in Klein-Azië algemeen geloofd werd in een toekomstig herstel van Israël en een 1000-jlarig vrederijk Papias gaf overleveringen door in deze zin en van hem nam Ireneus, de bisschop die uit Klein-Azië emigreerde, ze over. Daniël zegt: "De Openbaring van Johannes vertoont er sporen van. "De verwachtingen van het aardse Messianisme hebben hier de val van Jeruzalem overleefd." (a.w. I, 52). Ik wil u nog één citaat geven: "In Azië zal zich een oorspronkelijke vorm van Joden-Christendom ontwikkelen.
Daar juist blijven de verwachtingen van het duizendjarig rijk bestaan.
In Azië blijft men het Paasfeest op dezelfde oog vieren als de Joden. Het boek der Openbaring en het Evangelie van Johannes hangen literair gezien nauw met dit joods-christelijk milieu samen ... Het boek der Openbaring houdt zijn ogen gericht op Jeruzalem, waar het de verschijning van het nieuwe Jeruzalem verwacht" (aw, I, 53). .
Helaas is er van het Joden-Christendom niet veel overgebleven.
Daarvoor zijn verschillende redenen te noemen. De voornaamste is m.i. de vergaande vergrieksing van de oude Christelijke kerk. Een onderwerp apart, dat evenwel alles te maken heeft met de stof die we nu bespreken .: Wat de vergrieksing betekent, Wil ik duidelijk maken door te wijzen op één figuur, die een enorme invloed heeft gehad, nl. ORIGENES.· Met hem begint een nieuwe bladzijde uit de kerkgeschiedenis, Origenes leefde van 185 tot 252/3.
Hij heeft met grote ijver en geleerdheid gewerkt. Hoe las Origenes de Schrift? Niet als een boek vol geschiedenis, maar als een tijdloze zee vol geheim. Hij is de grootmeester van de allegorische verklaring, waarin alle feiten en geschiedenissen zinnebeeldig worden uitgelegd. Beter dan een lang betoog kunnen een paar voorbeelden dienen om Origenes te verstaan. Hij schreef: "Welk verstandig mens zal geloven, dat op de eerste, tweede en derde dag avond en morgen geworden zijn, zonder zon, maan en sterren, op de eerste dag zelfs ronder hemel?
Wie zou de ontucht niet als een kleinigheid zien, als hij leest hoe Juda bij een hoer kwam of hoe de patriarchen gelijktijdig meerdere wouwen hadden? Nee, zegt Origenes, dit alles moet u zinnebeeldig opvatten en in zijn geestelijke zin aanvaarden". Nog één citaat: "Een Christen zou moeten blozen bij de Oudtestamentische wet, vergeleken bij de zoveel fijner en verstandiger werklende menselijke wetten van bijv. de Romeinen of van de Atheners”.
U ziet hoe het Griekse heidense denken het hier gewonnen heeft van het geloof.
Zo is het gekomen tot de vergeestelijkende prediking.
Wie zich daaraan gewonnen geeft, heeft geen oog voor de veelkleurige wijsheid van God, die de Schepper is van hemel en aarde.
En wie zich op dit spoor begeeft, zal ook Israël laten vallen. Dat is dan weer een aards, natuurlijk, minderwaardig volk.
Origenes heeft de wissel omgegooid, zodat de trein van de kerk zich in de Middeleeuwen op het spoor van de allegorische, vergeestelijkende Schrift uitleg bevond.
Daarvan is zelfs de allergrootste kerkvader, ik bedoel Augustinus, niet vrij geworden. En daarmee hangt samen, dat de kerk zich in haar Pauselijke en Synodale uitspraken bars en hard tegenover de synagoge heeft opgesteld. Het antisemitisme is in de kerk begonnen.
Er zijn uitspraken van zgn. "kerkvaders" in deze trant: de Joden hebben Christus vermoord en ze zouden het opnieuw doen; ze zijn levende duivelen en ze zijn voorgoed van hun bevoorrechte positie beroofd. Berucht is de aanduiding: "godsmoordenaars".
De Middeleeuwse kerk, de kerk uit de heidenen, is sterk verheidenst, vergriekst, Dat was aan de buitenkant niet zomaar te zien, De Romeinse eredienst met z'n offerende priesters, maakt een haast Oudtestamentische indruk.
Maar daar zit nu juist het verderfelijke.
Deze kerk zag zichzelf in de plaats van Israël gekomen.
Prof. Graafland stelt het zo (Het vaste Verbond, blz. 21): "Het is niet voor niets, dat de R.K. kerk het priesterambt als het eigenlijke ambt beschouwt en daarmee direct al een relatie schept met de priester van het Oude Testament.
Daarmee verbonden is het misoffer, dat evenzeer in de Rooms-katholieke eredienst centraal staat en dat aan de Oudtestamentische offerdienst herinnert, Moor vooral moeten wij denken aan het wettische karakter van de christelijke leer als zodanig binnen de R.K. traditie met zijn nadruk op de goede werken en de verdienstelijkheid er van".

(Wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief