Persschouw

1983-08-19
  • Jaargang 27
  • nummer 30
Kerkgang
Onder de titel: Tweeërlei gewoonte", schreef ds C. A. van Harten in het "Hervormd Weekblad" een artikel over de kerkgang.
Wij nemen in deze rubriek daaruit het volgende over:

Nu zijn sommige mensen, althans als bet om het kerkgaan gaat, bijzonder bang voor het vasthouden aan de gewoonte. "Naar gewoonte" wordt zo gemakkelijk "uit gewoonte", zegt men dan. "De gewoonte ontaardt zo licht in sleur".
Ik ga wel naar de kerk, maar alleen als ik er behoefte aan heb".
En dan volgen er meestal nog wat wrange opmerkingen over het "sleur christendom" van die mensen, voor wie de kerkgang een vaste gewoonte is.
Wat zullen we van deze dingen zeggen? Natuurlijk, de gewoonte kan tot een sleur worden. Daar zullen we dan op alle manieren tegen moeten strijden. En in die strijd zullen we misschien "aak de nederlaag lijden. We zuilen wel niet altijd Ps. 84 in ons hart hebben als we naar de kerk gaan.
Ook van onze kerkgang geldt, wat volgens de Catechismus zelfs van onze beste werken gezegd moet worden, nl. dat ze onvolkomen zijn en met ronde bevlekt. Ik ben me daar diep van bewust. En toch zouden we de gewoonte vasthouden of die opnieuw weer instellen.
Wij zwakke mensen kunnen eenvoudig niet buiten de steun van de goede gewoonte. "In de gewoonte stelt God ons op Zijn gebaande wegen, waarop Hij ons ontmoeten wil", schreef dr Koopmans eens. Laten we die gewoonte los, dan zal het, vrees ik, met ons gaan als met die Haagse dame, van wie de Straatsma vertelde.
Ds Straatsma kwam eens op bezoek bij een mevrouw, van wie hij wist, dat ze slordig was in haar kerkgang. Op zijn vraag, waarom ze niet geregeld naar de kerk ging, antwoordde de Haagse dame: "Och nee, dominee, geregeld ga ik met. Dan wordt het zo gemakkelijk een sleur, weet u. Ik ga alleen als ik er behoefte aan voel. Zoop oudejaarsavond bijvoorbeeld".
Tussen twee haakjes: de oudejaarsavonddienst was vroeger voor vele mensen wat tot voor kort de kerstnachtdienst was. Dan zaten de kerken tot de nok toe vol. Mevrouw N.N. uit de Hofstad was blijkbaar ook zo’n oudejaarsavond-kerkgangster, Ds Straatsma vroeg verder: "Op oudejaarsavond gaat u dan zeker wel altijd?" Antwoord: "Och nee dominee, natuurlijk niet altijd. Dan zou het weer zo'n sleur worden, weet u".

Kerkgang is niet in de eerste plaats een zaak van behoefte, maar van gehoorzaamheid. Als de HERE roept, hebben wij maar te komen! De kerkdienst is een duidelijke demonstratie- van Gods grote genade. Het is eigenlijk onvoorstelbaar, dat de HERE zo graag bij ons wil zijn en ons wil vertellen hoeveel Hij 'van ons houdt,' We moeten de dingen steeds meer van Gods kant leren bekijken, dan sterven in zijn tegenwoordigheid onze jamaars weg.
Als wij ons openstellen voor de werkzaamheid van de Heilige Geest in de samenkomsten van Gods volk waarbij de prediking als bediening van de Geest centraal staat, verliezen wij onszelf aan God. Dan zijn wij onszelf niet meer meestert Dat is voor de HERE verblijdend en voor ons bevrijdend!

O. Mooiweer, Enschede

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief