Brood eten in het Koninkrijk Gods

1980-11-14
  • Jaargang 24
  • nummer 43
"Zalig wie brood eet in het Koninkrijk van God".
Jezus neemt deze zaligspreking van een van de gasten aan de maaltijd van de farizeeër over en met zijn volgende verhaal van de grote maaltijd en de genoden legt Hij haar uit.
Zalig wie brood eet in Gods Koninkrijk, maar wie daarvoor genodigd zijn vechten er bepaald niet om! Want de eerste heeft een akker gekocht en moet die hoognodig gaan bezien - "houdt mij voor verontschuldigd". Hij wordt totaal in bezit genomen door zijn nieuwe bezit, hij is niet de bezitter, maar de bezetene. Zijn bezit bezit hém! Hij verstaat de heilige kunst niet van zijn brood te eten in Gods Koninkrijk.
De tweede heeft vijf span ossen gekocht en dat is geen kleinigheid, dat is een enorme investering in levende have, dus erg riskant; hij brandt van ongeduld om er mee aan de slag te gaan. Zoveel PK mag geen dag onrendabel blijven staan.
"Houd mij voor verontschuldigd". Straks loopt hij achter zijn ossen aan, maar niet in het Koninkrijk Gods.
De derde heeft een vrouw getrouwd en kan daarom niet komen. Ook hij ... een gebondene. Hij eet uit haar hand ... maar geen brood uit Gods hand.

Zo laten de genoden allen verstek gaan. Je kunt niet zeggen, dat ze zich met verkeerde zaken bezig houden, ze worden er alleen maar op een verkeerde manier door in beslag genomen. Er kan geen feestje af. Ze gunnen zich de tijd niet voor een ontspannen sabbatmaal of een ander feestelijk diner.
Geen tijd!!
Een apostel van de Here Jezus heeft daar eens een heel ándere levenshouding uit afgeleid: jawel, de tijd is kort en de gedaante van deze wereld gaat voorbij, maar laten daarom zij, die een vrouw hebben, zijn als zonder vrouw, en zij, die kopen, als zouden ze er niets van behouden,en zij, die van de wereld gebruik maken, als zouden ze haar niet ten einde toe kunnen gebruiken.
En daarmee heeft Paulus geprikt in de ballon van ons zo gespannen en soms overspannen bezig zijn, in ons werk en geld verdienen, in onze prestatiedwang en promotiejacht.
De kop moet er af en alles moet gerelativeerd worden, - in het licht van de tijd, die kort is en de snelle voorbijgang van de gedaante van deze wereld.
Binnen Gods Koninkrijk mogen we ont-spannen ons werk verrichten en ons brood eten en delen met anderen.
Ja ook dat laatste. Want de maaltijd in Gods Koninkrijk is nooit een cafetaria, elk voor zich alleen, maar tafelgemeenschap, samen met anderen.

Maar het verhaal van Jezus is nog niet uit.
De maaltijd zál genoten worden, is het niet door de genoden, dan door de ongenoden: bedelaars, misvormden, blinden, lammen.
Ze zijn al eerder genoemd! Aan de maaltijd bij de farizeeër, om de gastheer te vertellen wie hij in het vervolg beter kan inviteren, dan allemaal mensen uit de welstandshoek van de samenleving. En nu vestigt Jezus wéér de aandacht op hen, zo gaan ze Hem ter harte. Opnieuw trekt Hij hen in het licht van de schijnwerper: mensen, die niet kunnen werken voor hun brood, die de hand moeten ophouden, buiten het arbeidsproces staan en onderhouden moeten worden.
Hoevelen zijn er vandaag zo niet aan toe? Om ons heen en vooral in verre landen?
Zij mogen komen en brood eten in Gods Koninkrijk, waar anderen geen tijd voor hadden, omdat ze er geen belang bij hadden. Déze mensen hebben er álle belang bij en álle tijd voor! Zij zullen de genoden vóórgaan.

Let maar op en pas maar op, wie u misschien vóórgaan in het Koninkrijk Gods! Dank zij uw manier van leven, in uw werk en in uw positie, met uw geld en met uw goed. En het ergste is dan nog niet dat ze u vóórgaan, - als u dan nog maar alsnog vólgt!
We zijn eigenlijk al bevrijd van onze bezeten gebondenheid en verbeten Streberei, als we anderen kunnen láten vóór gaan. Als we kunnen zeggen: na u!
Als we b.v. net van plan waren een smak geld voor onszelf uit te geven en we worden gekonfronteerd met ten hemelschreiende nood bij anderen,dan ervan af kunnen zien, terug treden en zeggen: na u.
Eerst moeten die en die geholpen worden, en dan zie ik wel wat ik nog voor mezelf kan overhouden en besteden.
Eerst heb ik mijn verplichting voor kerk en zending, voor "Redt een kind" en voor vluchtelingenhulp en voor wat ook maar aan mijn deur klopt, - want in die allen en in dat alles klopt Jezus zelf aan onze deur. "Na u".
Dát is brood eten in Gods Koninkrijk.
Zou het niet verschrikkelijk zijn, als wij, die genodigd zijn tot deze maaltijd in Gods Koninkrijk, er niets van zouden proeven, zoals Jezus het verhaal beëindigt.
Zalig wie leeft en werkt, zijn brood eet en deelt in Gods Koninkrijk.
Ik hoop van harte, dat u er de smaak van te pakken hebt ... of krijgt!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief