De Bijbel in het feminisme en andere bevrijdingsbewegingen (2)
1980-11-14
... Zo worden teksten verdraaid.- Jaargang 24
- nummer 43
Net als in de geschiedenis van de Opstanding van Christus in het evangelie. Dat is ook zo'n mooi voorbeeld van feministische Bijbelverdraaiing.
Er wordt bij Lucas verteld hoe de engelen bij het graf aan de vrouwen de Opstanding boodschappen. Die vrouwen, dat zijn daar: Maria Magdalena, en Johanna, en Maria, de moeder van Jacobus, en nog andere vrouwen. Die geven dan vervolgens dit bericht door aan de apostelen, en, staat er dan: "Deze woorden schenen hun zotteklap en zij geloofden haar niet" (Luc. 24 : 11).
Kijk, zegt het feminisme, hier heb je de positie van de vrouw ten voeten uit. Wat zij zegt, is zotteklap. Maar dit is van het feminisme zelf zotteklap.
Want dat de apostelen het bericht van de vrouwen voor zotteklap hielden, heeft niets te maken met hun vrouw zijn, maar met het wonderlijke en ongeloofwaardige van het bericht. .
Opgestaan uit de doden, het is me nog al een bericht!
Altijd als ik een kerkhof bezoek, dringt dat weer tot me door: wat een boodschap! Opgestaan uit die onverbiddelijke en definitieve dood!
Maar het feminisme maakt er dit van!
Kijk, als het feminisme zou wijzen op het opmerkelijke feit, dat het evangelie van Pasen het eerst aan vrouwen is verkondigd en dat zij de eerste boodschappers ervan mochten wezen en dat dit een grote eer voor haar was en dat we dat in de christelijke kerk wel eens wat meer mogen bedenken, akkoord, dan doet het feminisme goed werk. En zo doet het feminisme af en toe ook inderdaad goed werk. Het is echt niet allemaal onzinnig. Jaren geleden, lang voor het feminisme, was ik hier vanaf deze plaats al in gelijke zin bezig, toen ik er bij herhaling op wees, dat de vertaling van Gen. 2: 18: "Ik zal hem een hulp maken, die bij hem past", toch wel erg mannig is, alsof het bij Eva om een pantoffel gaat die de man lekker past. Dat daarom de oude vertaling beter is, die het heeft over 'een hulpe als tegenover hem'. Dat 'tegenover', dat is precies wat de man nodig heeft. En zo is er meer te noemen in de bijbelvertaling.
Nu, als het feminisme op zulke dingen wijst - en er zijn inderdaad heel wat mannigheden in de theologie, ook van de gemeente, ingeslopen,dan doet het goed werk.
Maar dit geknoei met Numeri 12 bewijst duidelijk hoe het feminisme doorslaat, zoals daar meer voorbeelden van zijn. Het is een harde en man-vijandige revolutie begonnen.
En daar zal het ook aan ten onder gaan. En wel zo, dat het de positie van de vrouw zal verslechteren in plaats van verbeteren. Het feminisme roept een sfeer op waarin de idiotie van de hekserij weer kan gedijen, met alle gevolgen van dien ...
Zie daarvoor het artikel "Emancipatie en hekserij" in het tekstboekje van de tentoonstelling.
Door een te veel bereikt het het omgekeerde van wat het bedoelt.
Het gesprek over de vrouw in het ambt moeten we beslist weghouden uit deze sfeer.
En wat nu de boodschap in Numeri zelf betreft, ten diepste is daar heel iets anders aan de hand. Ten diepste neemt daar de mens (man of vrouw, dat maakt niet uit) aanstoot aan Gods verkiezend handelen.
Gods verkiezend handelen: dat Hij een mens, een gewoon mens, Mozes, uit het volk verheven heeft om door hem te spreken tot Zijn volk.
Goed, God sprak ook door Aäron en door Mirjam, maar Mozes was bijzonder, de openbaringsbemiddelaar bij uitstek.
De Here zegt: "Van mond tot mond spreek Ik tot hem, duidelijk en niet in raadsels en de gestalte des Heren schouwt hij" (vs. 8). Dat was de bijzondere plaats van Mozes, waarbij zelfs de bevoorrechting van een profeet in Israël verbleekte. En tot Mozes' omgeving, mannen en vrouwen, kwam de vraag of ze deze begunstiging konden velen, of ze deze zon in het water konden zien schijnen.
Nu, dan blijkt, dat een betrekkelijk kleine aanleiding, een misschien niet zo verstandig huwelijk van Mozes, genoeg is om alle verzet tegen Mozes' verkiezing gaande te maken bij Mirjam en Aäron. Dan krijgt hij meteen te horen: Wat verbeeld jij je wel, Mozes!
Opvallend is, dat Mozes op geen enkele wijze in de verdediging gaat.
Het zou ook ongeloof geweest zijn, als hij dat wèl gedaan had.
Als je door God tot zo'n ambt geroepen bent, dan sta je ook onder de bijzondere bescherming van God.
Dan behartigt Hij je belangen.
Een mens moet zijn ambt nooit zelf verdedigen. Dat is de taak van degene die het ambt heeft verleend.
Daarom staat er ook: en de Here hoorde het. Niet: en Mozes hoorde het.
Hij heeft het natuurlijk wel gehoord, Mozes, maar hij gaf het biddend door aan de Here Zelf, Die het zelf ook al gehoord had.
Mozes was de zachtmoedigheid zelve, staat er. En zachtmoedig, dat is het tegenovergestelde van gehaaid.
Hij gaf het dus over aan de Here en dat niet te vergeefs.
Want de Here neemt het helemaal op voor Mozes. Over de aanleiding, dat huwelijk van Mozes met de Sudanese, zegt de Here niets. Alsof Hij zeggen wil: Dat was maar een stok om de hond te slaan. En dat slaan van de hond, dat aanvechten van Mozes' positie, die hij van Mij gekregen heeft, dat neem Ik jullie verschrikkelijk kwalijk. Hetgeen dan hieruit blijkt, dat Mirjam, van wie het uitging, een flinke straf krijgt, een tijdelijke melaatsheid.
Aanstoot nemen aan de verkiezing, d.w.z. degenen, die de Here gezet heeft op de knooppunten van de heilsgeschiedenis en de kerkgeschiedenis, de plaats niet gunnen, - wat komt dat vaak voor! Bij mannen en vrouwen.
Dat we jaloers zijn op Mozes, op David, op Maria, op Paulus. Dat blijkt uit het gemak en de graagte waarmee we kritiek op hen oefenen.
Op bijbelkringen gonst het daar soms van.
En in het klein kan dat tot in onze naaste omgeving, dat we de bijzonderheid van de ander niet erkennen en er tegen in verzet komen.
Dat is bepaald niet met Mirjam begonnen.
Dat speelt tussen Kaïn en Abel al. Abel, naar wie de Here met bijzondere interesse kijkt, alleen maar kijkt - wat Kaïn niet kan hebben. En zo voorts. Wat hebben de broers niet af genijdast tegen Jozef en zijn bevoorrechting! De bijbel staat vol van dit verzet tegen de verkiezing.
Toch plaatst de Here zulke mensen met bijzondere gaven en opdrachten in ieders leven om te zien of wij zijn beschikking eerbiedigen, of wij allen die over ons gesteld zijn, alle eer, liefde en trouw zullen bewijzen, om Gods wil. Aangezien het Gode belieft ons door hun hand te regeren en te leiden.
Zo komen wij bij de gezagsvraag, de gevoeligste vraag van onze tijd.
Die ook een rol speelt in de verhouding tussen mannen en vrouwen.
Maar daar gaan we nu niet op in. Omdat het daar in deze tekst beslist niet over gaat, al is het dan ook waar, dat hier een vrouw met een man in de clinch ligt.
Maar dat vrouw of man zijn, is hier bijkomstig.
Pas in die zin op voor het feminisme, en andere hedendaagse bewegingen, die Bijbelteksten naasten voor hun doel en ze daarvoor laten buikspreken.