NIET WAARD
1980-11-21
We denken soms, dat mislukte mensen en slechte mensen meer geschikt zijn voor het Evangelie dan brave burgers, die wat van hun leven gemaakt hebben.- Jaargang 24
- nummer 44
Maar het verhaal van de romeinse centurio uit Kapernaüm staat in de Bijbel om te bewijzen, dat dat lang niet altijd opgaat.
Hij dient in het bezettingsleger in Palestina en had van zijn baan van alles kunnen maken, waardoor soldaten in bezet gebied vaak gevreesd en berucht zijn: roven, plunderen, leven als god in Frankrijk ...
Maar hij wordt ons in het Evangelie getekend als een bizonder sympathieke figuur. Het zal wel niet vaak voorkomen, dat een man van zijn militaire positie door de bevolking van bezet gebied zo bemind wordt! Zelfs de kerkelijke autoriteiten geven een prachtig getuigenis van deze heiden: hij heeft ons volk lief (ons volk = Gods volk!) en hij heeft zelfs een synagoge voor ons gebouwd!
Dat is wel heel wat anders, dan jezelf verrijken door plundering om binnen de kortste tijd in Rome een mooie villa te kunnen laten bouwen.
Een bizondere man, deze hoofdman. Niet alleen goed buitenshuis, maar ook binnenshuis. Daar kun je meestal wel de echtheid van iemands goedheid aan toetsen, niet hoe hij zich gedraagt buitenshuis, maar hoe zijn houding en optreden is binnenshuis, tegenover man, vrouw, kinderen en personeel.
Nu, deze rrian heeft een slaaf, die ernstig ziek geworden is en op sterven ligt. Ik zou de romeinse heren uit die tijd niet graag de kost willen geven, die zich aan zo'n zieke slaaf weinig gelegen zouden laten liggen. Maar deze heer zet alles op alles om zijn knecht in leven te houden. Hij heeft daar zelfs voor over, dat hij zich in het oog van velen toch eigenlijk wel diep vernederen moet voor zo'n joodse rabbi.
Hij heeft gehoord van Jezus, die zieken geneest en nu net in de stad is. Maar hij durft zelf niet zo maar naar Jezus toe te gaan, - hij - een heiden! Jezus zal hem zien aankomen!
Maar hij heeft zich vrienden gemaakt uit de onrechtvaardige mammon, - de joodse oudsten -, die hem entrée bezorgden bij de Heer.
Die brengen dan zijn verzoek over om te komen en zijn slaaf te genezen.
"En hij is het waard!" roepen ze vurig uit. Hij heeft immers zoveel voor hèn gedaan, en voor wat hoort wat, vinden ze.
En dan blijkt ineens, dat die heidense hoofdman er meer van begrepen heeft dan die joodse ouderlingen. Want als Jezus zich dan laat meetronen en zijn huis nadert, slaat de schrik hem om het hart! Dat kán toch zo maar niet! En opnieuw durft hij niet zelf Jezus tegemoet te gaan, maar zendt hij enige vrienden omzijn boodschap over te brengen: "Heer, doe toch geen moeite, want ik ben niet waard, dat U onder mijn dak komt.”
"Hij is het waard", hadden de oudsten gezegd.
"Ik ben het niet waard" , zegt hij van zichzelf.
Dat is wel heel wat anders dan: voor wat hoort wat. Heel die typisch joodse denkwereld. die farizese afweegmentaliteit van meer of minder waard, wordt hier volledig doorbroken en afgebroken! "Ik ben niet waard.. ". Dat zegt hier geen bandiet uit de bajes en geen vrouw van de walletjes, maar een bovenste beste brave officier, die door iedereen geprezen wordt. Een groot man, maar hij voelt zich niets waardig in Gods oog. Maar hoe dicht staat hij zo bij het Koninkrijk der hemelen! Groot is zijn geloof, omdat hij zo groot van de Heer en zo klein van zichzelf denkt. Want het is helemaal niet nodig, dat Jezus zich voor hem verontreinigt door het huis van een heiden te betreden, - ter plekke behoeft Hij maar een woord te spreken, en de zieke slaaf zal genezen zijn. Zó groot is zijn geloof in de kracht en werking van Jezus' woord alleen.
Wat gaan de geheimen van het Koninkrijk der hemelen al voor deze man open: - door genade alleen (want ik ben niet waardig ... ) - en door het Woord alleen!
Vanuit zijn eigen officiersfunktie ziet hij Jezus als de Grote officier van het Leger des Heils, die de macht van het Woord heeft over alles wat Hem gehoorzamen moet.
Zó moet en kan en zal een mens behouden worden!
Er zijn heel wat mooie, aantrekkelijke dingen in dit verhaal: bij die hoofdman, en ook bij zijn vrienden, die voor hem pleiten, en in de relatie heer-slaaf, - wat een sympathieke trekjes allemaal! Maar dat alles met elkaar kan die zieke man toch niet in het leven houden. En ook al zouden we allemaal met elkaar zó sympathiek met elkaar omgaan in de kerk en zouden we zo'n goede naam hebben als deze hoofdman, - we zouden er toch niet door behouden kunnen worden!
Dát is het geheim van het gaan tot de Heer en het komen van de Heer tot ons. Door Gods genade alleen en door Zijn Woord allen worden we gered!
't Is niet niets, 't is heel wat als u van de mensen geprezen wordt en aanbevolen: hij, zij is het waard! Als u er voor u zelf maar geen platform en pleit grond van maakt om op te staan voor Gods aangezicht. Voor Hem is onze enige pleitgrond en bede: Heer, ik ben het niet waard, maar spreek slechts Uw Woord van verzoening en vergeving, ... en ik kom, wanneer U mij roept: kom!