Alles heeft zijn tijd…
2008-11-07
Op de eerste zaterdag van september belegde het Gereformeerd Appèl voor de 16e keer een gebedssamenkomst in Amersfoort. In de vorige Opbouw kon u de inbreng van Nederlands Gereformeerde kant lezen. Ds. Piet Krol hield een meditatie vanuit het boek Klaagliederenlezenswaardig, maar misschien ook wel symptomatisch.- Jaargang 52
- nummer 22
Het aantal deelnemers aan de samenkomst van het gereformeerd Appèl loopt terug en hun gemiddelde leeftijd loopt op. Hoe komt dat?
Wordt het tijd om te stoppen? Of moet het roer om?
Eenheid!
Het begon in 1992. Het was het jaar waarin de Vereniging van 1892 zijn eeuwfeest vierde - het samengaan van de afgescheidenen, de volgelingen van Hendrik de Cock, en de dolerenden, volgelingen van Abraham Kuyper. Voor mij onverwacht verscheen een schotschrift waar ik mijn naam meteen aan verbond: het 'Gereformeerd Appèl'.
Daarin viel te lezen: 'Wij kijken terug op een eeuw kerkgeschiedenis waarin gereformeerden er niet in zijn geslaagd de hartelijke eenheid van de 'heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen' gestalte te geven als een teken van Gods Koninkrijk. Het is onze behoefte daar dit jaar bij stil te staan. Wij doen dat in het besef dat het Jezus Christus zelf is die ons voorgaat in het gebed om eenheid (Johannes 17:21). Christus wijst daarbij op het getuigenis dat hiervan uitgaat, 'opdat de wereld gelove dat Gij Mij gezonden hebt'. Wij willen ons door dit woord laten leiden, in de overtuiging dat het laten voortbestaan van de verdeeldheid onder gereformeerden schade is voor de zaak van Jezus Christus in deze wereld.'
Groots
Zo beleefde ik het ook en het ritselde aan alle kanten. In de Ichthuskerk in Amersfoort werd een avond belegd waar Vrijgemaakten, Nederlands Gereformeerden en Christelijk Gereformeerden elkaar zonder enige gêne begroetten als broers en zussen in het geloof. De avond werd massaal bezocht, de sfeer was die van warme herkenning, de stemming was euforisch: hier gebeurde iets bijzonders. De jaren daarop waren booming. De gebedsavonden trokken bezoekers uit het hele land. Ik raakte al snel bij het werk betrokken. We besloten een middagprogramma te organiseren met een kinderfeest en workshops.
Meer dan 1000 bezoekers trokken we. We dachten na over regionalisering: in plaats van een jaarlijkse grote landelijke manifestatie zouden er diverse regionale bijeenkomsten moeten komen, om meer mensen te bereiken met de boodschap.
Het waren de hoogtijdagen van het Gereformeerd Appèl.
Intussen was ik ook betrokken geraakt bij het opinieblad Bij de Tijd.
Dat haakte enthousiast in op deze beweging en publiceerde tweemaal een brochure waarin elk plaatselijk contact tussen Vrijgemaakten, Nederlands Gereformeerden en Christelijk Gereformeerden werd vermeld. De tweede editie was dikker dan de eerste - en binnen de redactie zeiden we optimistisch dat dit boekje binnenkort de eigen kerkelijke handboekjes zou vervangen.
Stroperig
Inmiddels is het 2008. Bij de Tijd bestaat niet meer en de gebedssamenkomsten van het landelijk Gereformeerd Appèl trekken steeds minder bezoekers. Hoe komt dat? Is er in onze tijd iets anders nodig?
Ik zie verschillende oorzaken voor de dalende belangstelling voor het Gereformeerd Appèl. Het nieuwtje is er af; de vreugde over de onderlinge herkenning en erkenning was destijds groot, maar is een tamelijk normaal verschijnsel geworden. De euforie over samenwerking maakte plaats voor nuchterheid.
Ook in andere zin ging de heftigheid er met het verstrijken van de jaren af. In 1992 kregen mensen eindelijk de ruimte om met gevoelens van teleurstelling en jarenlange frustratie over de repeterende kerkelijke breuken in de gereformeerde wereld voor de dag te komen. Maar op een gegeven moment hadden ze die opluchting niet meer nodig.
Tenslotte verliep het kerkelijk overleg op landelijk niveau in de jaren na 1992 even stroperig als voor die tijd en inspireerde niet of nauwelijks.
Het Appèl had ongetwijfeld invloed, maar liet kerkmuren niet instorten als die van Jericho.
Evangelischen
Wat je wel zag was een verschuiving van de aandacht van landelijk naar plaatselijk. Hier en daar in het land ontstonden samenwerkingsgemeenten; op vele andere plaatsen hebben kerken elkaar wederzijds erkend, maar werd de noodzaak en de behoefte niet gevoeld om tot verdere integratie te komen. Kerkleden voelen zich vaak het beste thuis in hun eigen kerkelijke gemeente, hoe aardig ze hun broers en zussen van de andere kerk ook vinden.
Daarnaast was er in de loop van de jaren negentig de groeiende invloed van de evangelischen. Dat leverde in die richting nieuwe contacten en samenwerking op. Landelijk denk ik aan EO-initiatieven (jongeren-, familie-, mannen- en vrouwendagen), maar niet minder van belang zijn allerlei conferenties en toerustingsdagen, waar gereformeerden en evangelischen schouder aan schouder samenwerken.
En plaatselijk waren er de jongerenkerken, de Sing-Ins en diaconale projecten van allerlei snit.
Niet los daarvan staat het afnemende besef dat de gereformeerde variant van christen-zijn de moeite waard is. De recente EO-radioserie over gereformeerden roept, zo merk ik, bij velen een gevoel van schaamte op over een eeuw van doorgaande fragmentatie, aan het kerkvolk verkocht als doorgaande reformatie. Of je nu blij bent of niet met deze stand van zaken, een feit is zij wel.
Ander spoor?
Heeft een landelijk Gereformeerd Appèl nog wel toekomst, hoe nobel en bijbels zijn streven ook is? Is het nog wel de tijd van appèl? Is een appèl niet typisch iets voor de tijd van de eerste initiatieven. In dit geval voor de jaren negentig, toen de kerken wakker geroepen moesten worden uit hun cocons. Maar een appèl uitgesmeerd over een periode van 16 jaar is gedoemd zijn kracht te verliezen. Zegt de opkomst van niet veel meer dan vijftig mensen op een landelijk breed aangekondigde bijeenkomst niet genoeg? Is het moment niet gekomen om te stoppen met een prachtig initiatief dat goed uitpakte, maar zijn tijd heeft gehad?
Die vraag wordt versterkt door het bijvoeglijk naamwoord 'gereformeerd' dat het appèl siert. De kerkjeugd van nu heeft doorgaans weinig problemen met (en weet vaak weinig van) de verschillen tussen christenen van diverse protestantse denominaties.
Maar ook kerkleden van middelbare leeftijd worden steeds minder gehinderd door de kerkmuren. De sfeer en het antwoord op de vraag of het Goede Nieuws er wordt gebracht op een manier die het hart raakt, is voor de meeste kerkleden belangrijker dan een gereformeerd belijdenisgeschrift als grondslag. Je zou kunnen zeggen: is het nog wel de tijd van een Gereformeerd Appèl?
Plaatselijk werken en bidden
Is het niet veel meer de tijd om de energie te steken in de plaatselijke mogelijkheden om samen te werken en te bidden? Die zijn de laatste jaren als paddenstoelen uit de grond gekomen onder namen als Alpha, Present, Gave en Hulp In Prakiijk.
Het zijn projecten van diaconale en missionaire aard, vaak in persoonlijke setting begonnen, maar na verloop van tijd niet zelden kerkelijk geadopteerd. Dus alle concentratie op concrete lokale samenwerking, gedragen door gebed. Ergens een vrucht van het krachtig appèl uit de jaren negentig, maar aangeland in een periode, waarin we samen door de Heer geroepen worden om verschil te maken in zijn wereld.
En het Gereformeerd Appèl? Dat zou zichzelf moeten hervinden in een nieuwe rol. Want het onderlinge wantrouwen tussen christenen van verschillende kerkelijke herkomst is nog niet weg. Tussen sommige kerken zelfs nog lang niet. Een jaarlijkse impuls om daar wat aan te doen - bijvoorbeeld op de zondag na hervormingsdag? - blijft nodig en welkom.
Moge deze aanpak de wind - of beter: de Geest - in de zeilen krijgen.
Drs. Peter Siebe is lid van de NGK Amersfoort-Noord en was halverwege de jaren negentig betrokken bij het Gereformeerd Appèl.