De roeping waardig
1980-11-28
Apostolische voorbede voor een gemeente, die wat overstuur geraakt is door geruchten over een op handen zijnde wederkomst van Christus. Sommigen laten er zelfs alle werk voor liggen. Praten nergens anders meer over. Er komt niets meer uit hun handen.- Jaargang 24
- nummer 45
Het is een kort gebed, Paulus maakt er geen lang verhaal van, maar waar het aankomt wordt wel kort en krachtig gezegd.
En wáár komt het op aan in ons leven naar de Dag des Heren toe? Op heel wat anders dan waar wij het vaak op laten aankomen. Vergelijk het maar met een examen. We laten het vaak aankomen op de laatste week, want we zijn allang. tevreden als we het maar net halen, met de hielen over de sloot. Maar er is weinig speling tussen er net komen en er niet komen, 't scheelt maar één letter. Zo dicht ligt dat bij elkaar. Zou dat bij het Grote Eindexamen anders zijn?
Als Paulus bidt, dat God ons de roeping wil waardig achten, - dan hoor ik daar in: dat bij de uitslag van dat Grote Eindexamen het diploma ons met vrijmoedigheid kan worden uitgereikt. en de Here Jezus op die Grote Dag tegen ons kan zeggen: je bent er door en je bent het waardig!
Kom in tot het Feest van je Heer!
Is dit nu niet in strijd met de uitroep van de hoofdman van Kapernaüm: ik ben niet waard ... ? - Ik denk dat het wel verschil maakt, of wij het zelf zeggen of de Heer zegt het ons.
Maar is dit "waardig" wel in overeenstemming met de (onleesbaar) die Paulus toch ook noemt in zijn gebed?
Er is heel wat gespeculeerd op Gods genade. We denken dan, dat Hij onze onvoldoendes wel zal opschroeven tot voldoendes. Hij sleept ons er wel doorheen. We behoeven ons er echt niet zo erg voor in te spannen.
Nu, vergeet het dan maar! Als we denken dat we er op een koopje komen, moeiteloos en strijdloos, dan spelen we een levensgevaarlijk spel met Gods "goedkope genade". Wie strijdt om in te gaan, zich zelf verloochent en volhardt tot het einde toe ... allemaal woorden van Jezus! ... die zal behouden worden en niet met de hielen over de sloot. Maar wáárdig de roeping, waarmee we geroepen worden naar de Grote Dag toe.
Het is zeker genade om op die weg gezet te zijn en geleid te worden. Het is genade om geroepen te zijn. Maar Gods genade is geen dood kapitaal, maar levende en stuwende kracht! Daarom kan er geen sprake van zijn, dat we de zaak maar een beetje op een laag pitje laten sudderen. De apostel bidt voor ons: "Moge God er voor zorgen, dat u al uw goede voornemens ook uitvoert en uw gelovige inspanning resultaat heeft" (weergave van "Groot Nieuws").
Zeker, het is Gods gave en zorg, anders behoefde Paulus er niet om te bidden en wij met hem. Maar in dat gebed vragen we dan toch of God ons aktief wil maken in het geloof.
Wie wel bidt om een goede uitslag van zijn examen, maar er niets voor uitvoert, bidt wel een onverhoord gebed. Paulus bidt heel anders: maak 0 God, dat ze wat uitvoeren, dat er wat uit hun handen komt. Hij bidt niet alleen om de resultaten, maar ook om de nodige inspanning er voor. Met goede voornemens halen we het niet. Geloven zonder doen zet geen zoden aan de dijk. Het gaat om een geloof dat op heterdaad betrapt wordt! Geve de HERE ons de kracht van de volharding tot de vol-making toe!
Paulus was niet zo bang voor "volmaaktsheidsdrijven". Hij was banger voor de valse deemoed, die eigen geestelijke vadsigheid "vroom" toedekt met het: onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Alsof onze gereformeerde belijdenis er niet direkt op volgen laat: tenzij wij door de Geest Gods wedergeboren worden!
Dat laatste nu vindt Paulus in een verloste gemeente van Christus normaler dan het eerste. Hij bidt om christenen, die elkaar blijmoedig aansporen: komt, laat ons voortgaan, kinderen, want de avond is nabij, het stilstaan zou ons hinderen, in deze woestenij.
Stilstaan en stilzitten is levensgevaarlijk! Loop om de Dag te halen. Strek u uit naar de finish om de krans der overwinning te halen.
Door Gods genade, jawel, maar niet door een genade, die onze gaten opvult en toedekt wat wij allemaal maar lieten zitten. Maar door Gods genade, die in ons wèrkt en ons aanzet tot geloofswerken.
En waar gaat het tenslótte om?
Opdat de Here Jezus in ons verheerlijkt worde en wij in Hem! zegt Paulus.
Verheerlijkt! Dat is wat anders dan: met de hielen over de sloot of als een brandend hout uit het vuur gerukt. Verheerlijkt, d.w.z. met glans geslaagd! Dank zij Gods genade die in ons werkt, beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen. En waardig de roeping waarmee ge geroepen zijt (Ef. 4 : 1, Filip. 2 : 12, 13).
Alles dank zij de genade, - daar eindigt Paulus zijn gebed mee, maar niet als een "verplicht nummertje", maar om de bron en de kracht aan te wijzen voor een leven van bidden en werken, van geloof en strijd, van uitzien en je werk doen, totdat we bereiken mogen de volkomenheid en de verheerlijking, ván Christus en in Christus!