HOOGLIED DER LIEFDE
1980-11-28
Melodie: Psalm 107- Jaargang 24
- nummer 45
1. Al was mijn tong zo vaardig dat ik de talen sprak
van hemel en van aarde, als liefde mij ontbrak,
was er geen reden om op mijn gepraat te letten,
geroffel op een trom, geschetter van trompetten.
2. Wanneer ik kon voorzeggen al wat er morgen is,
en haarscherp uit kon leggen al wat verborgen is,
al had ik een geloof dat bergen kon doen wijken,
toch zou ik, liefdeloos, van gener waarde blijken.
3. Al zou ik alles geven aan mensen in de nood,
al gaf ik zelfs mijn leven prijs aan de vlammendood,
als niet de liefdegloed dit lot mij liet verkiezen,
ik zou, naast lijf en goed, ook nog mijn ziel verliezen.
4. De liefde kent geen einde van haar verdraagzaamheid,
maar is te allen tijde bereid tot vriendlijkheld.
Jaloersheid kent zij niet.
Zij wil niet domineren.
Zij tracht de ander niet door schijn te imponeren.
5. o; liefde slaat geen wonden.
Zij voedt geen bitterheid;
maar zij vergeeft de zonden, zichzelf niet toegewijd.
Zij leent de oren niet om roddels aan te horen,
brengt niet in discrediet: kwaad kan haar niet bekoren.
6. Want enkel met het goede, het echte is zij blij,
de zonde van een broeder bedekt, verheimlijkt zij.
Zo, in vertrouwen sterk, standvastig in de hope,
verdragend zonder perk, gaat haar de toekomst open.
7. Straks zwijgen de profeten, de tongentaal verstomt, beperkt blijkt al ons weten, als het volmaakte komt.
Al wat beperkt is, moet eens voor 't volmaakte wijken,-
dan zal de liefdegloed de hoogste gave blijken.