DE BERMUDA-DRIEHOEK (2)
1980-12-12
De vorige week gaven we een trieste en beklemmende lijst van verliezen in de Bermuda-Driehoek. We zouden deze lijst nog wel even willen vervolgen - maar maken u er nog eens op attent, dat bij deze verliezen uiteraard intensief is gezocht en dat geen sporen zijn gevonden, welke enige verklaring van de verdwijningen bieden. (In sommige gevallen wel, maar die zijn dan apart vermeld.) - Jaargang 24
- nummer 47
Apart staat bijvoorbeeld het privétoestel dat van de Bahama's kwam en meldde het zicht kwijt te raken - terwijl andere vliegers in dit gebied goed zicht hadden. Dit verloren toestel heeft een deel van een vleugel in zee achtergelaten. Ook apart staan de twee nieuwe stratotankers, die op 28-8-63 tussen Florida en Bermuda omkwamen. Hun laatste positie werd opgegeven als 300 mijl ZW van Bermuda en men vond wrakstukken op 260 mijl ZW van Bermuda. Zodat men aan een botsing dacht. Dat was echter onjuist want enkele dagen later vond men opnieuw wrakstukken, nu 160 mijl verder. Ze waren dus los van elkaar omgekomen.
Op 29-12-72 kwam bij Miami een Lockheed neer, die op de radar werd gevolgd. Terwijl bij een radardraai werd vastgesteld, dat het toestel beneden minimumhoogte was geraakt, lag het bij de volgende draai vermoedelijk al in zee. Zulk een snelle val, menen deskundigen, kan niet technisch verklaard worden.
Op 1-6-73 verdwenen 2 piloten met een Cessna tussen Grand Bahama en Florida. - Op 17-2-74 verdween Thomas Gatch met een luchtballon op 900 mijl ten ZW van de Azoren. - Het zeewaardig jacht Renonoc is December 1967 in het zicht van de kust verdwenen. In dezelfde maand verdween ook de Witchcraft, een kajuitjacht met twee man aan boord, terwijl het aan een havenboei voor Miami verankerd lag en hulp vroeg.
Tenslotte noemen we nog de Milton Iatrides, een vrachtschip dat April 1970 op weg van Orleans naar Kaapstad verdween en de Anita, een vrachtschip met 32 man aan boord, dat uit Newport News vertrok, maar nimmer haar bestemming vond.
Terwijl we ons bewust zijn verre van volledig te zijn gebleven, menen we dat de Bermuda-Driehoek een groot aantal raadsels biedt, waarop antwoorden gevonden moeten worden. Het zoeken van oplossingen, al ware het om herhalingen te vermijden, wordt bemoeilijkt doordat tal van details in overheidsrapporten bewust verzwegen worden. Wordt ook bemoeilijkt, doordat tal van betrokken vliegeniers en stuurlieden hun reputatie van objectieve waarnemer niet wensen te verliezen door onwaarschijnlijke dingen te rapporteren.
Toch is een aantal gegevens bevestigd of meegedeeld, naar aanleiding van lezingen of publicaties, echter met weglating van de namen van getuigen.
Andere gegevens kwamen pas veel later los, op aandrang van ouders van verdwenen militairen. Het gaat met de Bermuda-Driehoek als met de Ufo's, de vriegende schotels: officieel bestaat de driehoek niet, officieel wordt het gebied niet als gevaarlijk erkend, gezien het grote aantal passanten, die zonder moeite het gebied doorkruisten.
De gevallen die nog om hulp seinden geven enkele aanwijzingen. Ze spraken van dolgeworden kompassen, plotselinge plaatselijke mist, hevige windstoten, enorme zuiging, een kolkende oceaan, uitvallende stroom, leeggezogen accu's, lichteffecten en meer. Er zijn ook overlevenden, die aan de rapportage bijdroegen.
Deze laatste zijn misschien wel het belangrijkst voor de oplossing. Ze spreken, voorzover ze iets willen loslaten, van zeer ongewone ervaringen.
De expiloot Dick Stern behoorde tot het bomekader van 1944 en bestuurde een der 2 toestellen, die veilig terugkeerden. Zijn toestel had bij helder weer zulke plotselinge en wilde schokken gekregen, dat de bemanning tegen het plafond werd gesmakt en het toestel vrijwel in zee was verdwenen. Door een snelle manoeuvre wist hij uit de gevaarlijke zone te komen en overleefde een ramp, die vijf toestellen deed verdwijnen.
Deze piloot had enkele jaren later op dezelfde plaats een soortgelijke ervaring. Zonder waarschuwing begon het toestel hevig te schudden, het eten van de passagiers vloog tegen het plafond - het was een beproeving die geen enkel toestel lang kon doorstaan. De voorzichtige diagnose luidt: clear air turbulence, luchtkolkingen bij helder weer. Maar de oorzaak?
Talley was kapitein van een vissersboot en werd door een groter schip gesleept. Bij goed weer werd Talley 's naohts wakker omdat een golf water hem overspoelde. Hij greep een zwemvest, wrong zich door een patrijspoort en bevond zich diep onder" water. Toen hij eenmaal gered was vernam hij aan boord van de sleper, dat zijn scheepje zo plotseling en loodrecht naar beneden was gezogen, dat het zelfs de sleper bijna had doen kapseizen. - Ook andere schepen zijn daar hun slepen kwijtgeraakt, met of zonder bemanning aan boord. Soms verdween het gesleepte schip vooraf in een "mist", terwijl kompas en electriciteit uitvielen.
Sleepkapitein Don Henry voer in 1966 tussen Puerto Rico en Florida. Bij goed weer en helder zicht ging ineens het kompas ronddraaien, het water scheen van alle kanten op te zetten, de horizon werd onzichtbaar en alle leidingen verloren de stroom. Toen hij op volle kracht uit de "mistbank" wist te komen, bleek nergens elders mist aanwezig dan alleen rondom de twee schepen. Het zicht was weer 17 km. Rond de sleep was het water woelig, verder was de zee glad. De accu's moesten opnieuw gelaten worden, vijftig batterijen waren waardeloos geworden.
Een ex-marinepiloot vloog met zijn zoon van Florida naar Turks Eilanden en zag opeens het kompas snel ronddraaien. "Wat is er mis?" vroeg hij zijn zoon. "We vliegen boven Andros", was diens lakonieke antwoord.
Chuck Wakeley vloog in 1964 van Florida naar Nassau bij sterrelicht en helder weer. Hij zag de lichten op Andros-eiland. Toen gingen de vleugels van zijn toestel gloeien, eerst zwak, dan sterker en na vijf minuten zo sterk dat de instrumenten niet meer leesbaar en de sterren niet meer zichtbaar waren. Het kompas ging ronddraaien, de meters op het dashboard gaven grote afwijkingen, de automatische piloot deed het toestel gevaarlijk overhellen. Totdat na enige tijd het gloeien ophield en de instrumenten weer hun plicht deden.
Robert Durand vertelt een waarneming uit 1963 vanuit een Boeing 707 op tien kilometer hoogte. Hij zag de oceaan zich tot een ronde waterberg verheffen, als na een atoomexplosie, een grote bloemkool in het water, zeshonderd meter hoog en 1200 meter doorsnee. Dat duurde een halve minuut. Er werd die dag geen aard- of zeebeving geregistreerd.
Norman Bean uit Miami (Florida), die de verschijnselen in de Bermuda-Driehoek bestudeert, maakte zelf het volgende mee. In 1972 merkte hij op zee dat het kompas een afwijking van 90 graad vertoonde, de lichten van de boot vielen uit, de accu's liepen leeg. Hij stuurde volle kracht naar West, op zichtbare navigatiepunten - maar merkte alleen naar Noord te varen. In twee uur scheen hij niets vooruit, eerder achteruit te komen alsof hij werd teruggezogen. Bovendien zag hij en zagen anderen in de lucht een donkerbegrensde vorm, die sterren verduisterde. Later zagen ze een bewegend licht die donkere vorm binnengaan, daarin enige tijd blijven hangen om dan te verdwijnen. Op dat ogenblik werkte het kompas weer en werden de accu's bijgeladen. - Een bijna gelijke ervaring is gemeld door een koopvaardijkapitein, die in 1957 enkele uren lang niet vooruit kon komen, zelfs achteruit "gedrukt" werd. Lichten, radio en kompas weigerden hun dienst. Hoewel de zee kalm was en de sterren zichtbaar waren, zag men een zwarte, scherp begrensde, plek zonder sterren aan de lucht. Drie bewegende lichten gingen achter elkaar het donkere gebied' binnen en verdwenen. Daarop kon het schip weer vooruitkomen, lichten en batterijen herstelden zich, het kompas was normaal. Maar een vrachtschip, veertig mijl verderop, liep deze nacht vast vanwege een kompasafwijking van 90 graden.
Om de reeks te besluiten nog een melding van het superschip Queen Victoria II van de Cunard Line. Dit kwam in 1974 in de Bermuda-Driehoek stil te leggen, zonder stroom, zonder airconditioning, en met twee van de 3 ketels onklaar. Een kotter van de kustwacht lette op het schip, toen het met een snelheid van 35 knopen (= 65 km/u) de Driehoek binnenvoer en plotseling van de radar verdween. Even later viel de radio uit en daarna kon de kustwachter het schip ook niet meer met het oog waarnemen.
Al deze meldingen geven een verward beeld van abnormaliteiten, die de Bermuda-Driehoek in een aantal gevallen gevaarlijk maken. De vragen komen op: van welke aard zijn de storingen? Zijn het fysische verschijnselen?
Hangen ze samen met de grote zeediepte en afgronden onder water?
Zijn de grotformaties aan de rand van de diepe zee verantwoordelijk voor draaikolken? Komen van de nog steeds bewegende zeebodem vloedgolven en fonteinen omhoog? Zijn er op grote diepte zulke sterke metaalconstructies, dat deze de kompassen kunnen wijzigen? Is er aanleiding om aan sterke drukverschillen in de lucht te denken, die kolkingen veroorzaken?
En, wanneer enig antwoord voor schepen aanvaardbaar mag heten, wat te denken van vliegtuigen? Wanneer de een ter plaatse zicht heeft en de ander niet - wat kan de oorzaak zijn? Elk antwoord schijnt een nieuwe vraag op te roepen.
(slot volgt)