Voor u en voor jou

1980-01-18
  • Jaargang 24
  • nummer 3
U hebt natuurlijk al gezien dat een titel als "voor u en voor jou" twee groepen lezers aanspreekt. Zoals wanneer een predikant aanheft met "broeders en zusters, jongens en meisjes". Dan zijn oud en jong gezamenlijk aangesproken, de u-mensen en de jij-mensen. U tegenwoordig met een hoofdletter, afgekeken van zakenbrieven of van het Duits.

Zo hebben we in Nederland de oude gewoonte om volwassen mensen, die niet in ons dienstverband staan, met u aan te spreken; om jongeren met jij te bejegenen (en dan in het algemeen gesproken). Er zijn dus twee aanspreekvormen voor de tweede persoon, de hoogachtende en de gemeenzame.
Mensen die elkaar hoogachten behouden een tijd lang de u-vorm. Leren ze elkaar beter kennen en vallen ze elkander niet tegen, dan wordt na afspraak het "u" verwisseld voor "jij", echtparen gewoonlijk gemeenschappelijk en gelijktijdig.

Dat is op zichzelf niet zo gek. Nederland staat hierin zeker niet alleen. In Duitsland bijvoorbeeld, om dicht bij huis te blijven, vinden we het Sie tegenover het "du". Geruime tijd spreken nette Duitsers elkander met Sie aan, voor ze elkaar "dutzen" , met jij en jou aanspreken. Dan zijn ze Dutz-Freunde en daar moet op gedronken worden. En nog een ding: in Duitsland is het Sie niet alleen een hoogachtende maar ook een afstandnemende vorm; tegenover een ondergeschikte blijft men Sie zeggen. En als het op schelden aankomt is het evenzeer Sie: Sie Affengesicht, Sie Schweinhund!

In het Frans iets dergelijks. Tegen mensen, met wie men op gemeenzame voet staat, zegt met "tu" en "toi"; tegen hogers taande en op een afstand gehouden medemensen zegt men "vous". Wanneer men de vous-mensen beter leert kennen en met hen een vriendschappelijke verhouding is aangegaan, wordt het tutoyer (in volksfrans: tutoyeren), elkaar met tu en toi aanspreken.

Deze algemeen beschaafd geachte tegenstellingen worden in ons land de laatste jaren even algemeen verdoezeld. We kunnen in het midden laten of dit verdoezelen winst of verlies voor beide partijen oplevert. Maar er is nog een aspect aan deze zaak. Dat willen we even uitmeten, eer we naar de Engelse taal kijken.

In het verkeer met de Heere onze God bestaat er verschil tussen het Nederlandse taaleigen en de andere moderne talen, Wij Nederlanders zullen God alleen met U aanspreken, geschreven zelfs met een hoofdletter. Dat doet de Duitser niet, dat doet de Fransman evenmin. Beiden spreken God de Heere met "du" en "tu" aan, dus op gemeenzame voet. Dat komt overeen met de gewoonte in beide landen, dat kinderen hun ouders op de gemeenzame toon mogen aanspreken. Behalve in het Fries (waar men God met "jou" aanspreekt) kent Nederland die vrijmoedigheid niet.

Daar zit natuurlijk de kerktaal en de bijbelvertaling achter, Zullen we eens een voorbeeld nemen? In onze starenvertaling luidt psalm 72:

o Godt, geeft den Koningh uwe rechten;
ende uwe gerechti:gheyt den sone des Konings;
Sy sullen en vreesen.


In de moderne berijmingstaal heet het:
Geef, Heer, de koning uwe rechten
en uw gerechtigheid aan 's konings zoon;

Bij Datheen:
Wilt doch u ghericht overgheven
Uwen Coninck o Heer
End' u Gerechticheyt daar neven
Zynen Sone met eer. *)


Verder:
Van een yeder der onderdanen
Sult ghy steedts eer ontfaen;


Een volk dat sinds generaties geleerd heeft zijn God met "U" en met "Gij" aan te spreken, verandert dat niet gauw - tenzij het zijn God niet ~ meer kent. Maar kijk nu naar Duitsland, waar de Franse psalmen door Ambrosius Lobwasser werden vertaald. Daar zong men psalm 72:

Du wolst deine Gericht, Herr, geben
dem König... (en)
Dich werden alle Menschen ehren
Und dir gehorsam sein.

Dat was letterlijk uit het Frans vertaald en voor de Duitser niet aanstotelijk. De oorspronkelijke Franse psalmen rekenden namelijk evenzeer met tu en toi. Zelfs Calvijn dichtte reeds in 1539 psalm 3:

Car tu es mon tresseur (en)
c'est toy, à brief parier...

Merkt u hoezeer de historische achtergrond de aanspreektermen van heden verklaart? Zoals de kerken van de reformatie af geleerd is, dat wil zeggen vanaf de dagen, dat de gelovigen zelf hun Heer en God mochten aanspreken, w hebben ze het volgehouden. In Frankrijk en Duitsland stond men met God op vertrouwelijke voet; in Nederland bleef een afstand. Bevatte daar de vreze des Heeren meer vrees dan liefde misschien? De Vlaamse Lucas d'Heere gebruikte "u", ghi en dijn door elkaar.

We zijn nu op een zijspoor geraakt, waartoe een blad als het onze uitnodigt. Maar laten we nu terugkeren naar de sociale verhoudingen, voor zover in de tweede persoon uitgedrukt. En kijken nu naar het Engels. Daar heeft de tweede persoon ... slechts één term. Hoog en laag spreken elkaar aan met "you". Wanneer het heel hoog is, bijvoorbeeld tot de koningin, spreekt men van "your highness", maar het blijft you. Alleen tegen God de Heere wordt (nog) Thou en Thy gezegd. In de kerk lezen we psalm 23 nog als:

For Thou art with me,
Thy rod and Thy staff they comfort me.

AI in 1388 vertaalde John Wycliffe:

thou art with me.
Thi zerde and thi staf...

In modern Engels heet het:
You are there,
your rod and staff direct my way.

Maar dat laatste is zeker nog niet algemeen. Zelfs wordt dikwijls de derde persoon gebruikt, om zowel het verouderde als het gemeenzame woord te ontlopen. En ook waar in het publiek in gemengde gezelschappen een openingsgebed wordt uitgesproken, wordt de tweede persoon graag vermeden.
Het innige contact blijft voor de binnenkamer, naar we hopen . In die universele you-vorm, van hoog tot laag, ligt een wereldvan sociale mogelijkheden. Onlangs werd ons verzocht ergens iets te vertellen over Nederlandse en Engelse sociale verhoudingen. Toen wij vertelden van het "u" en "jij", waarbij de eerste een afstandelijke, de tweede term een gemeenzame verhouding aangeeft, was ons gehoor geschokt. Een der hoorders merkte op: dat verschil komt bij ons nog in het Gaelic voor (= Schots-Keltisch, graag als verouderd en minderwaardig gezien door Engelsen) ... Wij antwoordden: dat Gaelic heeft wel meer frappante dingen; denk eens aan de zes naamvallen, waarmee het dichter bij het Latijn dan bij het Engels staat!!

Maar dat gemak, waarmee Engelssprekende mensen elkaar benaderen! Na een "excuse me" kun je alle vragen stellen, de weg, de tijd en verder alles wat je niet weet en dat is veel. Handen geven doe je alleen bij een kennismaking en dan is het nog niet verplicht. Men vindt handen-geven een typisch Duitse gewoonte, overdreven. En dat Belgen elkaar soms drie maal op een morgen een hand geven gaat naar de moppenkolom.

Daar staat tegenover dat men hier (in Schotland) bijzonder vrij is om elkaar aan te raken. Nu er geen "u" is te overwinnen kan een hartelijk antwoord meteen wel gegarneerd worden met "dear" (beste), "my dear"
(lieve), "love" (schat) of met een arm even vast te houden, een hand op een schouder leggen, een lichte klap op een mannenrug te geven. Niet alleen tussen vrienden, maar ook tussen dorpelingen, die elkaar een avond per jaar in vergadering ontmoeten. En elkaar bij een bezoek en afscheid een zoen te onthouden is bepaald grof. Wij denken dan aan Wim Kan, die zo iets "een kouwe hap" noemde ...

Onlangs moet in het vaderland een commissaris der Koningin in een tafelrede iets hebben gezegd als: dat wij stijve Nederlanders meer met de handen, met kleine aanrakingen, zouden kunnen bereiken dan met weldoordachte volzinnen. Dat is een explosieve ontwikkeling van het sociale verkeer in de Lage Landen, dunkt ons. Straks wordt de "u"-vorm nog helemaal afgeschaft; dan leven we allen in vrijheid, gelijkheid en broederschap. Maar in de Decembermaand, zo van Sinterklaas tot Kerst, lijkt de U toch nog een zeer gewichtige letter.


*) We hebben hier "u" geschreven, waar de eigenlijke "v" als u werd uitgesproken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief