Zending op weg naar de toekomst.
1980-01-18
Zending op weg naar de toekomst.- Jaargang 24
- nummer 3
Essays aangeboden aan prof.
dr J. Verkuyl, Kok, Kampen, 1978.
- In deze bundel essays, die prof. Verkuyl werd aangeboden ter gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar, wordt een bonte verscheidenheid van onderwerpen aangesneden door een twintigtal auteurs, die voor het merendeel inhaken op bepaalde elementen in Verkuyl's publicaties, met name op zijn "Inleiding in de nieuwere zendingswetenschap" .
Bij een dergelijke verscheidenheid ligt het voor de hand, dat niet alle lezers elk aangesneden onderwerp even interessant vinden. Overigens is daarmee niets ren nadele van het gehalte van de verschillende bijdragen gezegd. Het is onmogelijk hier aan alle essays aandacht te geven. Ik stip slechts enkele punten aan.
De bekende Zuid-Afrikaanse missioloog prof. dr D. J. Bosch wijst er in zijn bijdrage op, dat in het verleden het accent in Matth. 28 : 19 vaak ten onrecht gelegd werd op: gaat dan heen. Deze woorden werden gelezen als een bevel. Het gevolg daarvan was, dat zending uitsluitend gezien werd als een aotiviteit ver over de grenzen. In de Griekse grondtekst valt het accent echter op het maken tot discipelen: maakt (terwijl ge heengaat) alle volken tot mijn discipelen. Dat sluit de directe omgeving, het eigen volk, in. Zending kan niet beperkt worden tot het uitzenden van zendelingen naar verre, vreemde landen.
Elke plaatselijke kerk behoort zendende kerk te zijn. Die opdracht ligt vlak voor eigen deur. Zending begint altijd in Jeruzalem. J. D. Gort leverde een uitermate grondige bijdrage onder de titel: "Het evangelie voor de armen?" Het eerste deel van deze bijdrage laat zien, dat tot in onze tijd toe radicale bijbelgedeelten waarin economische wantoestanden gehekeld worden, zo grondig vergeestelijkt zijn, dat ze niet langer bedoelen wat ze zeggen. In het tweede deel gaat hij in op de reactie die van de kant van de zgn. bevrijdingstheologie op deze vergeestelijking gekomen is. Hij laat zien dat in deze theologie de verlossing gereduceerd wordt tot een aardse bevrijding en als zodanig niet meer te onderscheiden valt van wat politici, filosofen, medici, sociale werkers, psychiaters en economen te bieden hebben. "Men ziet vaak over het hoofd dat Israël uit Egypte geleid werd met een speciaal doel: Laat mijn volk gaan om Mij te dienen (Ex. 8: 1)." In het derde deel van zijn bijdrage komt Gort tot een eigen positiebepaling: "De zonde van de rijke man kan niet worden uitgeroeid, tenzij de armoede van Lazarus wordt weggedaan; en de armoede van Lazarus kan niet worden uitgeroeid, tenzij de zonde van de rijke man wordt weggedaan. De bevrijding van de een hangt af van de bevrijding van de ander, en van de bevrijding van beiden hangt de redding van de wereld af."
De relatie tussen dialoog en zending komt in verschillende bijdragen aan de orde. Prof. dr D. C. Mulder heeft die relatie tot specifiek onderwerp van zijn bijdrage gemaakt. Hij komt tot de erkenning dat er van een eigenlijke dialogische situatie in Oud en Nieuw Testament zelden of nooit sprake is. Ook in het boek Handelingen is van een echte dialoog geen sprake. Anderzijds is hij van mening, dat de geest van de bijbel de dialoog gewoon noodzakelijk maakt. "De enige mogelijkheid om van die Heer te geituigen is de weg van de dialogische openheid." Vandaar ook de titel van zijn bijdrage: "Dialoog als zending."
Het is nog niet genoeg als we de dialoog zien als een van de middelen om zending te bedrijven. Neen, zending is alleen maar mogelijk als dialoog. Waar geen dialoog is, kan niet van zending gesproken worden.
Als dat waar was, zouden we moeten concluderen dat mensen als Petrus en Paulus, die het er - volgens Mulder - alleen maar om te doen was een boodschap te brengen, van een essentiële tendens van het evangelie blijkbaar Diets begrepen hebben. Dan zouden zij Christus' opdracht in feite niet hebben uitgevoerd en eigenlijk nooit echt zending hebben bedreven. Het komt me voor dat Mulders bijdrage zichzelf verteert.
Van bijzonder belang lijkt mij de bijdrage van prof. dr H. Berkhof: "Emancipatie, secularisatie en de zending van de kerk." Het artikel begint met er op te wijzen, dat Verkuyls gebruik van het woord secularisatie ietwat slordig en ongenuanceerd is. Daarna ontwikkelt Berkhof zijn eigen visie, waarbij hij scherp onderscheidt tussen emancipatie en secularisatie. Volgens Genesis heeft de mens "een enorme vrijheid (beeld van God; heersen over de aarde; namen geven aan het geschapene), maar altijd: van Boven af geschonken, gericht en begrensd, en dus: vrijheid altijd in polair verband met enerzijds geborgenheid, anderzijds verantwoordelijkheid." Door de zonde is daar de klad in gekomen. Vandaar dat emancipatie 2lich nu naar twee kanten kan uitwerken: "als emancipatie vàn de geborgenheid en verantwoordelijkheid, en als emancipatie binnen de geborgenheid en verantwoordelijkheid.
Die twee zullen veel gemeen hebben en vaak als twee druppels water op elkaar gelijken.
Maar ook zal telkens weer blijken dat ze naar oorsprong en strekking tegengesteld zijn." Waar de emancipatie zich losmaakt van de geborgenheid in en de verantwoordelijkheid aan God, verwordt ze tot secularisatie.
Berkhof laat vervolgens zien dat emancipatie "aak ten onrechte als secularisatie is afgewezen, terwijl omgekeerd secularisatie vaakevenzeer ten onrechte - als legitieme emancipatie wordt beschouwd.
Wat dat laatste betreft valt het volgens Berkhof dan ook niet te "ontkennen, dat allerlei tendensen in een verkeerde richting gaan of lijken te gaan. Het emancipatieproces dreigt krachtens zijn verbintenis met de secularisatie grenzeloos en normloos te worden. Maar een Exodus zonder een Sinaï houdt geen stand." Anderzijds acht Berkhof de visie van iemand als dr Schaeffer weer te zeer bepaald door de gedachte dat de emancipatie in wezen niets anders is dan secularisatie, Overigens erkent Berkhof, dat het onderscheiden van emancipatie en secularisatie niet eenvoudig is. "Ik zou zelf in verlegenheid zijn met de vraag, hoe je die twee zindelijk kunt onderscheiden.
Wat in zijn opkomst pure secularisatie lijkt, blijkt in zijn ontwikkeling zich vaak tot heilzame emancipatie te verzakelijken. En wat als onschuldige emancipatie begint, kan de deur open zetten voor de vervreemding van God." Het gaat te ver in het kader van een boekaankondiging deze visie van Berkhof na te trekken en aan een nader onderzoek te onderwerpen. Dat ze dat waard is, is duidelijk. Ze heeft onmiskenbaar allure.
Met deze opmerkingen wil ik volstaan. Ik ben me ervan bewust, dat ik het boek in zijn totaliteit geen recht gedaan heb. Dat kon ook niet bij een zo gevarieerde inhoud. Rest mij nog te vermelden dat het boek grotendeels gericht is op "vakmensen". Dat viel, gezien de aanleiding voor de uitgave ervan, ook niet anders te verwachten.
Rectificatie. In de bespreking van Contours of the Kingdom van de hand van ds M.R. v.d. Berg in het nummer van de vorige week is een storende zetfout geslopen. Op ong. twee derde van de bespreking staat: "Deze gang van zaken maakt wel duidelijk, dat de oproep van de Koinonia-verklaring om eerbiediging van de persvrijheid niet verboden is", dat moet zijn: "niet overbodig is".