Vredesberaad / Vredesgepraat / Vredestraktaat
1980-12-19
Psalm 2; Jeremia 8; Mattheus 7 en Jesaja 57 Micha 4 : 1 t/m 5; Maleachi 4 : 5 en 6- Jaargang 24
- nummer 48
Het vredestraktaat.
Daar kwamen we de vorige keer bij uit.
We lezen b.v. in de profeet Micha die bekende profetie over het komende vrederijk van de Messias, waar in de verzen 1 tot en met 5 de èchte vrede, de echte shalom wordt beloofd, als Gods volk naar de berg van de Heer gaat en vandaar Góds wet uitgaat; prachtig is dan de beschrijving in vers 4 en 5: " ... en zij zullen de oorlog niet meer leren; maar zij zullen zitten, ieder onder zijn vijgeboom, zonder dat iemand hen opschrikt; want de mond van de Heer heeft het gesproken."
Dit is nu ècht vrede, zoals de bijbel dit woord vult.
En die vrede is door Christus' geboorte op de aarde neergelegd.
Natuurlijk heeft dat gevolgen voor de vraag, hoe wij op en met deze aarde moeten verkeren.
Als ik in een vorig artikel gezegd heb, dat Christus niet gekomen is, om strukturen te veranderen, maar om mensen te wederbaren, heeft deze en gene daaruit de konklusie getrokken, dat je dus maar niets aan de bedorven samenleving moest doen. Niets zeggen tégen bewapening, niet opkomen tégen bewapeningsindustrie, en zelfs meende iemand, dat ik meende, dat je met Amerikaanse strijdwapens het rijk van God kon verdedigen.
Geen haar op mijn hoofd, dat daaraan ook maar één moment denkt.
Het énige, wat ik uit de gegeven schriftplaatsen wilde duidelijk maken, was vooral dit: álle vredesberaad blijft vredesgepraat, als we niet doorstoten naar de diepste oorzaak van onvrede, geweld, terreur en verdrukking in het mensenleven. En ik schaar mij van harte achter het artikel van mijn kollega Rietkerk op pagina 362 vlg .in "Opbouw" nr. 46 d.d. 5 december jl. in deze in verband met de brochure "Werkboek" van de evangelische alliantie. Maar de nadruk moet dan altij d weer vallen op die levende verantdering die de Geest van Jezus Christus teweeg brengt in het hart van de mensen om de levende Christus te aanvaarden als de Herschepper van het leven.
Let er maar op, dat het beeld van de zwaarden, die tot ploegscharen worden omgesmeed en van de speren, die tot snoeimessen worden omgezet, zich in omgekeerde orde verdikt tot het verschrikkelijke tegendeel, wanneer de profeet Joël over de vijanden van Israël en dus de vijanden van God uitroept: "Heiligt (!) de oorlog; laten de helden opstaan; laten alle soldaten gemobiliseerd worden; Smeedt uw ploegscharen tot zwaarden en uw snoeimessen tot speren ... " (Joël 3, vers 9 en 10). Dat betekent natuurlijk óók niet, dat men moet beweren: "vecht maar raak, en maak maar wapens, en gooi maar met bommen met atoomkoppen, want zo worden Gods vijanden uitgeroeid. Beslist niet." Maar het geeft wel aan, dat het rijk van de duivel precies het omgekeerde bereikt van wat het vrederijk van de Messias zou brengen en gebracht heeft in Jezus Christus.
Wie de échte vrede van God in Christus niet omhelst, bevordert de disharmonie en de verscheuring en brengt het geweld als een oordeel over de volken.
En zó staat aan het eind van het oude verbond het vredestraktaat van de levende God opnieuw duidelijk neergeschreven.
Vierhonderd jaar lang zal de openbaring van de levende Christus in zijn geboorte zich dan laten wachten, Vier eeuwen van duisternis, verwoesting, verdrukking en terreur. Vierhonderd jaar van een zwijgende God, die schijnbaar niets doet en de wereld de wereld laat. Vier eeuwen, waarin de mensen ook wel eens zullen geroepen hebben: "Waarom grijpt God niet in!" Vier lange eeuwen, dat er van enige vervulling niets te zien is. Natuurlijk, de ouders zullen tegen hun kinderen hebben gezegd: "Vroeger deden we zus en zo." Of: "Als je de Heer niet vreest, gaat alles verkeerd." Dáárom is er oorlog en verdrukking en ellende." Maar God zweeg. En weer zweeg God. En nog langer zweeg de HEER. Denk U dat eens in: van 1580 tot 1980 geen woord uit de hemel. Van kort ná de dood van de prins van Oranj e tot aan Beatrix, geen stem en geen opmerken. Wèl oorlog. Wel pestziekte en pokken. Wèl kindersterfte.
En God zweeg. Altijd maar weer. Vier lange eeuwen.
Maar het laatste woord van die zwijgende God in het oude verbond luidt: "Zie, ik zend u de profeet Elia: voordat de grote en geduchte dag van de HEER komt. Hij zal het hart van de vaderen terugbrengen tot de kinderen en het hart van de kinderen tot hun vaders, opdat ik de aarde niet kom slaan met de ban." (Maleachi 4, vers 5 en 6).
Het vredestraktaat.
Alles staat op barsten. Alles wijst naar en spreekt van de "dag des Heeren" . Maar voordat dat gebeurt, voor de kraters vuur spuwen; voordat de aarde scheurt en splijt; voordat de wereld ineenstort en de dag van de HEER komt, komt de profeet Elia met de boodschap van Gods heil en roept de vaders en de kinderen tot bekering.
Want we doen wel erg stoer en we zèggen als vaders, dat de kinderen de schuld hebben; en we zeggen als kinderen, dat de ouders alles verknoeid hebben; maar als Gód ingrijpt en zijn bode zendt, dan komt er een ontzaggelijke verandering. En dat begint niet bij de jongere generatie, maar bij de oudere. Het gevestigde, het burgerlijke, het traditionele, het blasé-gewordene komt onder het vergroot glas van Gods oordeel en men gaat inzien, dat het oude niet goed is omdat het oud is; de ouders zeggen niet meer: "die jeugd van tegenwoordig" en blijven zélf buiten schot; ze gaan inzien, dat ze zó vastgelopen zijn in hun strukturen en in hun verbanden en waarden, dat ze er geen raad meer mee weten en hunkeren, dat hun kinderen opnieuw zullen beginnen.
Maar het gaat dan ook bij de jongere generatie doorwerken.
Niet alleen het nieuwe is goed, omdat het nieuw is; de jongeren zeggen niet meer, dat die ouders onmogelijk ouderwets zijn en dat je maar het beste de hele wereld op de hele samenleving ondersteboven kunt werpen; en zo brengt de boodschap van Gods vrede de harten der mensen tot elkaar, zodat ze samen de HEER gaan zoeken en Hem alleen vragen.
Dát is Gods vredestraktaat.
En als we de komst van Christus in de wereld vieren, is dat dus geen vredespraatje voor de vrome vaak.
De engelen zingen: "Glorie voor God", want dáár begin het.
Daarom riep Elia in Achabs tijd het volk van God tot bekering.
Daarom kwam Johannes de Doper voor Christus' geboorte met zijn prediking: "Bekeert u, want het koninkrijk van God is op handen."
Daarom roept ook de geboorte van Christus u en mij tot èchte bekering.
Maar als de engelen God glorie hebben toegezongen voegen zij daaraan toe: "vrede op aarde voor mensen van het welbehagen."
Dáár, bij dié Christus vinden ouders en kinderen elkaar.
Dáár, bij dié Christus, wordt de generatiekloof wèggenomen.
Dáár, bij dié Christus wordt racisme en volkerennijd wèggedaan.
Die vrede ligt daar, sedert Christus' geboorte, op aarde.
Dat is geen vredespraatje, waar we de derde wereld mee zoet kunnen houden.
Maar het vredestraktaat van de levende God, voor Washington èn voor Moskou.
Maar voor de mensen van het welbehagen.
Dat wil zeggen, voor ieder, die dat gelovig wil erkennen.
Voor ieder, die het met dié Christus en met de God van dié Christus wil wagen.
Maleachi leefde en preekte vóór de tijd van de zwijgende God.
Hij wist nog niet van de Heiland.
Veel mensen vragen zich vandaag af, waarom God maar zwijgt.
Ze denken, met mensen als Sartre, dat hun bestaan zelf de doem is.
Je naaste, dat is de hel.
Daar komt ook het geweld, de terreur en de oorlog vandaan.
Maar het vredestraktaat ligt er sedert de profeet Maleachi.
En God heeft, ná vier eeuwen, gesproken, in Jezus Christus.
Dáárom moeten we op aarde vrede-maken, want zalig zijn de vredestichters, heeft de Heer gezegd.
Dát zijn de mensen van het welbehagen.
Dáár heeft God plezier in.
En wie Gods plezier in de weg staat, zal Hem ontmoeten, als Hij komt en de aarde met de ban slaat.
Dát is óók kerstfeest.
Wie Góds plezier in Christus bederft, zal zelf ook geen plezier hebben in zijn naaste. Dan verkracht de man zijn vrouw; dan verlaat de vrouw haar man; dan laten de ouders hun kinderen aan zich zelf over; en de kinderen moeten van hun ouders niets meer hebben; dan verscheuren de volkeren elkaar mei atoomwapenen; dan is de vrede zoek en de wereld verloren.
Denk in adventstijd vooral aan Gods vredestraktaat.
Want Hij komt om de aarde te richten en de wereld in gerechtigheid.
Zelfs de landen van het NATO-pakt en de bondgenoten van het Warschau-verdrag zullen daarin moeten geloven.
HIJ KOMT!!!