Het Liedboek
1980-12-19
Lied 58 De inhoud van het aangegeven Schriftgedeelte (Luc. 15: 3-7), is in dit Lied wel wat erg mager weergegeven, ook al pretendeert het niet een berijming daarvan te zijn. Zo wordt wel uitvoerig ingegaan op het afdwalen van het ene schaap, maar van de uitbundige vreugde over het terugvinden (vs 5-7) wordt met geen woord gerept. En waarom in strofe 4 het thema over ontrouwe herders wordt aangeroerd (naar Ez. 34) is geheel onduidelijk. Ook de wijze waarop dit gebeurt roept vraagtekens op.- Jaargang 24
- nummer 48
De melodie is onbekend en hoewel niet moeilijk toch ook niet direkt aantrekkelijk.
Tekst: 2; melodie: 2.
Lied 59 In dit Lied dat de bedoeling heeft "in het verhalende gedeelte simpelweg Matth. 19 : 16-21 na te vertellen" (Comp. 248) krijgt de armoede o.i. een te zwaar accent, zoals b.v, in strofe 4.
Door de hier gesuggereerde interpretatie van bezit en armoede met betrekking tot het ingaan in Gods Rijk, wordt de strekking nogal horizontalistisch en het hemelverlagen onbijbels van aard. Daardoor is ook de zin van het refrein: "God zegt dat onze kemel moet door het oog van naald", moeilijk te verstaan. Voorts vinden we hierbij de uitdrukking "met pak en zak naar de hemel" niet fraai voor een kerklied.
De melodie is moeilijk en o.i. voor de kerkzang niet geschikt.
Tekst: 1; melodie: 1.
Lied 60 De dichter zegt bij dit Lied dat "de zingende gemeente zich identificeert met de optrekkende schare die de intocht van de Koning viert" (Comp. p. 250). Door deze opzet wordt de weergave van het evangelieverhaal over de intocht in Jeruzalem (Luc. 19: 28-44) echter sterk exemplarisch van karakter en de tekst bovendien grotendeels onbegrijpelijk.
De melodie is moeilijk en voor de gemeentezang slechts van betrekkelijke waarde.
Tekst: 1; melodie: 1.
Lied 61 "Het eigenlijke thema van dit Lied zit in het refrein", aldus het Compendium (p. 251). De exemplarische interpretatie hierin typeert echter de onschriftuurlijke inhoud van dit Lied.
Het gaat daarbij eenzijdig sterk benadrukken dat wij . . . God geen verantwoording meer menen schuldig te zijn over de wijze waarop wij Zijn "wijngaard" beheren ("God week te lang geleden uit ons bestaan. Hij is in eeuwigheden op reis gegaan"). De afsluiting van dit Lied is daardoor ook sterk negatief met de vraagstelling: "Zullen wij met de kwaden sterven een kwade dood?".
De melodie lijkt ons niet geschikt voor de kerkzang.
Tekst: 1; melodie: 1.
Lied 62 "De tekst van dit Lied is een uiterst - simpele vermaning met het oog op practisch-eredienstelijk gebruik geschreven, opdat de hoofdsom der Wet niet alleen aangehoord maar ook ringenderwijs toegeëigend zou kunnen worden", aldus het Comp. p. 252. In dit verband is strofe 4 echter moeilijk te plaatsen en is de slotzin: "Nu wilt ontbranden aan liefdeswoord, God heeft het tot ons gesproken" bepaald niet doorzichtig.
De melodie is enigszins moeilijk vanwege de aangegeven samentrekking van woorden, zodat de uitvoering wel enige oefening vereist.
Tekst strofe 1 tlm 3: 3, strofe 4: 1; melodie: 3.
Lied 63 Evenals verschillende voorgaande is ook dit Lied geen bewerking van het aangegeven Schriftgedeelte (Matth. 25 : 1-13). De strofen hebben evenwel niet alken betrekking op de dwaze maagden maar ook op de dwaze knechten van het slot van Matth. 24 (strofe 3). Het centrale thema is de waarschuwing van de Here Jezus om toch waakzaam bezig te zijn met het oog op Zijn wederkomst.
De melodie is zeer goed en gemakkelijk zingbaar.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 64 De beelden in dit Lied gebruikt zijn dermate onduidelijk en verwarrend dat de tekst zich sterk verwijdert van het aangegeven Schriftgedeelte. Een van de essentiële onderdelen van de gelijkenis, nl. het beeld van het door de duivel gezaaide onkruid, ontbreekt geheel. Van een tezamen binden van koren en onkruid (strofe 5) is geen sprake en het slot van strofe 6 ,,0 laat ons het dorsen verduren waarmee Gij het graan onderscheidt", is dan ook niet juist. Graan en onkruid zijn immers al bij het maaien onderscheiden. Voorts is de bedoeling van de zinsnede uit strofe 2: "verwekt Gij de elementen" en de zin van "wij sliepen en Gij roept ons wakker" uit strofe 3, duister.
De melodie is mooi en goed zingbaar. Jammer dat ze, gezien de beoordeling van de tekst, verloren gaat.
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 65 De zaaier, de mens die zaad werpt in de aarde en slaapt en opstaat, dag en nacht, is in dit Lied geïdentificeerd met het door hem gezaaide en vruchtdragende zaad", aldus de toelichting in het Comp. p. 257.
Daarmee is o.i. echter een zeker belangrijk element in deze gelijkenis nl. het beeld en de betekenis van de zaaier, geheel verloren geraakt. Het is immers juristvan grote betekenis dat de werker in Gods Koninkrijk in het uitdragen van het Woord zijn verantwoordelijkheid maar ook zijn grenzen kent. Dan zal hij beseffen dat hij de groei aan de Here God kan en moet over laten en dat zal zijn gedrag bepalen. Zo kan de apostel Paulus dienaangaande dan ook schrijven: "Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt, maar God gaf de wasdom" (1 Cor. 3 : 6).
De melodie is niet gemakkelijk voor de kerkzang.
Tekst: 1; melodie: 2.
A. t.a.v, de tekst der liederen: het cijfer 1 bij niet voluit Schriftuurlijke tekst, b.v, vanwege het humanistisch karakter of door een sterk piëtistische inslag; het cijfer 2 bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst; het cijfer 3 als de tekst volkomen Schriftuurlijk en zonder meer verstaanbaar is.
B. t.a.v. de melodie der liederen: het cijfer 1 voor een niet-aanvaardbare melodie; het cijfer 2 voor een onbekende melodie die na enige oefening, eventueel met behulp van een koor, door de gemeente wel te zingen is en voorts ook voor een melodie die niet bepaald tot "de beste" behoort; het-cijfer 3 voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.