Wij en de wereld

1980-12-19
  • Jaargang 24
  • nummer 48
In bijgaand artikel vindt men in grote lijnen een "voordracht"
op de gemeenteavond in Katwijk. In mijn "oude" gemeente heb ik jaren geleefd en meegedaan. In zekere zin wist de gemeente van Katwijk, dat deze zaken mij zeer ter harte gaan.
Ik heb expres afgezien van al te concrete behandeling. Want dat kan gemakkelijk tot betutteling leiden.

In dit artikel wil ik een reeks van opmerkingen maken die alle op één of andere manier te maken hebben met de betekenis van het mens-zijn in deze wereld.
Nu is het mens-zijn een uitermate ingewikkelde grootheid. Om toch enige orde in deze complexiteit te verkrijgen wil ik drie relaties of aspecten naar voren halen.
In het mens-zijn is er een relatie met de natuur. De mens heeft de natuur nodig om te bestaan en tegelijkertijd geeft de mens vorm aan de natuur. De gegeven natuur is opdracht voor de mens.
De mens heeft ook een relatie, een menselijke relatie tot de medemens.
De mens kan de medemens aanvaarden maar ook ontkennen.
Degeen die een jood in de oorlog verborg aanvaardde de medemens, de "beulen" uit het vernietigingskamp ontkenden de medemens.
En tenslotte is er in het mens-zijn ook een relatie met zich-zelf.
De mens komt zichzelf tegen. Hij moet zich verwerkelijken en hij draagt verantwoordelijkheid voor eigen gedragingen en daden.
Nu zijn er ook in dit complex van relaties weer vele aspecten te onderscheiden.
Ik zou op één fundamenteel element het accent willen leggen.
In de grote verzameling van ideeën, vragen en aspecten springt m.i. één facet duidelijk naar voren. Dat is het facet van de opdraoht aan de mens om over de geschapen werkelijkheid bezorgd te zijn.
De mens is in deze wereld met een opdracht geplaatst. In onze kringen wordt in dit verband wel gesproken over een cultuurmandaat. In het verleden is de inhoud van dit mandaat wel eens te snel vereenzelvigd met politieke en maatschappelijke programma's.
En inderdaad in de politiek gaat het om te verwezenlijken idealen en dit heeft alles te maken met de opdracht aan de mens om deze wereld te bouwen en te bewaren.
Maar er is meer dan het bouwen in de trant van partij-politieke stelsels.
God heeft aan de mens van het begin aan de zorg over de schepping overgedragen. God de Vader heeft in een bepaald tijdsgewricht hemel en aarde geschapen.
Toen de mens in de geschiedenis verscheen, stelde God de mens aan als vertegenwoordiger.
Aanvaarding van de opdracht betekent dan ook normatief dat de mens bereid is om de taak van de zorgende Vader over te nemen. De mens behoort dan ook altijd een zorgende mens te zijn en is door deze "zorg" getypeerd. Wij zijn verantwoordelijk tegenover God de Vader ten aanzien van onze toekomst.
En in de zorg die wij willen hebben over dat deel van de werkelijkheid, dat aan onze zorgen is toevertrouwd, in die zorg geeft de christen een klaar getuigenis weg.
Aan onze zorg over de werkelijkheid kan de wereld herkennen de zorg van God de Vader over Zijn werkelijkheid. Maar dan geldt ook, dat in zoverre wij nalatig blijven in onze zorg, de wereld een vertekend beeld krijgt van de zorgende Vader.
Er schuilt hier een uitdaging in.
Zijn wij zo bezorgd over het beeld dat de wereld heeft van God, dat wij ernst gaan maken met onze zorg over de wereld, over de naaste en over zichzelf?
In dit verband eerst enkele opmerkingen over de relatie van God en mens. Daarna iets over de genoemde drieërlei relaties.

God als evenbeeld
Elke relatie die de mens heeft, elke betrekking tot de wereld rondom, ontspringt uiteindelijk in de relatie van de mens tot God. En deze laatste relatie werkt dan ook normatief door.
Nu is het altijd verwarrend om over de relatie van God en mens te spreken.
Want elke omschrijving van wat God is, is gedeeltelijk. De bijbel zelf noemt vele eigenschappen en eigenaardigheden van God op.
Daarom kan de gelovige slechts in een gelovige denkhouding tastenderwijs op trekken in het beeld Gods wijzen. Maar hoe onvolledig dan ook, men kan wel staat maken op wat de bijbel ons op onderscheiden plaatsen meedeelt.
Fundamenteel voor elke beschouwing over de relatie van God en mens is het bijbelse gegeven dat de mens naar Gods beeld is geschapen.
Man en vrouw.
Deze omschrijving van het kernachtige van de mens is onderdeel van het scheppingsverhaal. In dit verhaal komt God naar voren als de zorgende Vader. Hij maakt de werkelijkheid zo dat er leven mogelijk is en Hij bekroont Zijn werk met de creatie van de mens.
De mens verschijnt in de geschiedenis als het sluitstuk van de zorg van de Schepper voor het werk Zijner Handen.
Deze God blijft er de gehele geschiedenis door, wat de mens er ook van maakt.
De zorgende God, de God van het Evangelie. Die op het zelfde moment dat de mens uit de hof wordt gejaagd, kleren voor ze maakt. En als deze mensen uit de beslotenheid van de hof wegmoeten en de wijde, woeste en donkere wereld in worden gestuurd, dan geeft deze God hen de belofte mee. Als de mens het evenbeeld is van deze God, dan stelt Hij de mens aan om voor deze wereld te zorgen, om perspectief te bieden. De wereld wordt aan de mens toevertrouwd.
Maar er is nog meer.
Men kan vanuit de Schrift nu ook zeggen en geloven, dat God het evenbeeld is van de mens. Weliswaar hebben wij deze beeldvorming verknoeit, maar van de beginnen af is bet zo niet geweest.
Wij stuiten hier op een fundamentele nonnativiteit voor het menszijn.
Het is de mens gegeven om beeld Gods te zijn. En het is een opdracht om door het mens-zijn heen aan de wereld dit beeld Gods te tonen.
In het mens-zijn zal de wereld God moeten kunnen herkennen en erkennen.
En omdat God de Vader naar Zijn aard een zorgende Vader is, daarom zal aan onze zorg over de wereld, over het menselijk geslacht moeten kunnen worden gezien wie God is.
Satan heeft deze zorgende Vader ontkend.
In zijn "dienst' aan Eva geeft Satan een exacte definitie van wie God is.
Satan geeft van God het beeld van een God die zowel het goed als het kwaad kent. Hij bestrijdt het beeld van een zorgende Vader, die in Zijn zorg voor Zijn evenbeeld, hem een eetverbod oplegt en tegelijkertijd een opdracht geeft om van de wereld te genieten. Maar van deze zorg wil Satan niet weten, want de mens behoeft zich daar niets van aan te trekken!
En zoals altijd heeft Satan op de klank af geen ongelijk. Maar, God heeft zich aan ons nimmer zo geopenbaard als Satan voorgeeft.
God wil juist de mens bewaren voor het "alles weten". Dat is niet goed voor de mens.
Eva valt vrijwillig in deze strik. Zij neemt de definitie van het beeld Gods van Satan over. Maar daarmede ontkent de mens dan ook principieel het bestaan van een zorgende God.
Hierdoor berooft de mens 21Îchvan de mogelijkheid om Gods vertegenwoordiger te zijn. De mens maakt door te kiezen voor een alleswetende God als concurrent voor een alleszorgende God, van de Vader een karikatuur.
God wordt een God van lastige voorschriften.
Deze keuze heeft God veel zorg meegebracht.
Om toch de mens weer als "Zijn zorgend mensenkind" te laten leven en werken, moest Hij wel zijn Zoon geven. Zover strekt Zijn zorg over de mens zich wel uit!
Gaan wij, als verloste mensen, zover in onze zorg over de mensheid dat de wereld in ons deze zorgende Vader herkent?

Mens en natuur
De mens verschijnt in de geschiedenis als kroon van de schepping. Hij is gesteld als heerser over de natuur.
Zelf gaat deze heerschappij zover dat de mens in combinatie met God de dieren benoemd. God past zich bij de naamgeving aan.
De mens heeft de scheppingsorde zo goed doorgehad, dat God zich hierbij kon aansluiten.
In het begin ging de mens om met de natuur naar de aard van de natuur.
De natuur is aan de mens gegeven om via de heerschappij over de natuur zich zelf te ontplooien. De natuur is zowel opdracht als middel.
Maar het gaat om de ontwikkeling van het leven. Het leven dat door God de Vader goed is geschapen.
De natuur is er ten bate van de mens en daarin wordt de natuur ook zinvol, De vraag is nu maar of de wereld aan onze zorg over de natuur iets terug vindt van het beeld van de zorgende Vader. Wij zijn verantwoordelijk voor de natuur. Niet God. Alles wat fout gaat, komt door de mens.
Zijn wij nog wel geïnteresseerd in de vraag hoe wij in onze zorg over de wereld kunnen zorgen voor de erkenning van God de Vader?
In dit verband een paar opmerkingen over een brandende kwestie, te weten: kernwapens.
Als wij kernwapens toelaatbaar achten, vanwege politieke verhoudingen in deze wereld, te weten angst voor de Russen (of angst voor Amerikanen) dan laten wij onze relatie tot de natuur bepalen door een politieke stellingname, door een politiek program. En dit zijn belangrijke zaken.
Maar er is een dieperliggende vraag te stenen.
Zijn kernwapens in hun gebruik in overeenstemming te brengen met de door God aan ons opgedragen zorg over de natuur? Maken kernwapens indien zij worden gebruikt, de natuur niet onmogelijk?
Het leven onder het regiem van de Russen is mogelijk en daarin kan de mens zijn opdracht wel vervullen.
Maar hoe in een door kernwapens omgeploegd land?
Is het "beter dood dan rood" niet de principiële negatie van de zorgende God de Vader, die aan de mens de zorg over de natuur heeft toevertrouwd. De natuur als basis voor het menselijk bestaan.
Onze verlegenheid is groot.
En deze wordt nog groter als wij ons afvragen wat dat toch voor een industriëel systeem is, dat de middelen op deze wereld zo ondoelmatig gebruikt en waarbij het grootste gedeelte van de mens beneden het bestaansminimum leeft.
Dat is de verlegenheid omdat de doorwerking van de afval van de zorgende God zo verwoestend doorwerkt in de structuren van de samenleving.
Wij zijn zo machteloos.
Maar om te zorgen dat de wereld in onze relatie tot de natuur toch iets van de goddelijke zorg kan herkennen, dat is mogelijk.

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief