Eens, als de bazuinen klinken

1979-06-22
  • Jaargang 23
  • nummer 25
Daar komt in het Liedboek voor de Kerken een gezang voor, dat mensen met toekomstverwachting op het lijf kon zijn geschreven. In onze dagelijkse strijd om de juiste koers te houden - niet rechts en niet links afwijken, de christelijke tradities prolongeren, standhouden op het fundament van apostelen en profeten en al die goede dingen meer - raakt immers soms ons grote levensdoel uit het oog. En toch. Wanneer we ons voldoende bewust zijn van de dag der dagen, die dagelijks nader komt; wanneer we met reikhalzend verlangen uitzien naar de wederkomst van onze Heiland; wanneer we dit leven realistisch zien als de wachtkamer tot het eigenlijke leven; dan krijgt dat leven veel dieper zin dan wat wij er meestal van maken. Dan genieten we vandaag een voorschot op de komende verrukking. Dan wordt de eeuwige blijdschap al verdisconteerd in onze huidige levensvreugde.
Lied 300 is zo'n levenslustig lied. Het brengt ons "de lieflijkhêen van 't zalig hemelleven " vandaag al thuis. Maar anders dan die saaie berijming het formuleert. Bloedwarm geestelijk leven, heel wat dichter bij de Schrift dan de berijmers uit 1773 het zeiden.
De tekst is van de dichter Tom Naastepad (1921), verbonden aan de dr G. v. d. Leeuw-Stichting, katholiek priester, leraar voor bijbelcursussen, voorganger van de bijbelgemeente “Arauna'" te Rotterdam.. Een voorganger in de goede zin: een die zijn gemeente leert bidden, leert danken, leert zingen, leert geloven. Iemand die bovendien de taal van heden door en door verstaat en spreekt. Een man, wie het woord van Jan Engelman werd toegevoegd: "met lege woorden wordt de ziel vermoord". (Een heerlijke uitspraak. Wie wel eens preken heeft aangehoord die lijken op soep, geschept uit een volle pan met orthodoxe volzinnen, begrijpt dat sommige mensen letterlijk dood gepreekt worden.) Laten we samen de tekst van Tom Naastepad eens lezen.

Eens, als de bazuinen klinken,
uit de hoogte, links en rechts,
duizend stemmen ons omringen,
ja en amen wordt gezegd,
rest er niets meer dan te zingen Heer,
dan is uw pleit beslecht.

Scheurt het voorhang van de wolken,
wordt uw aangezicht onthuld,
vaart de tijding door de volken
dat Gij alles richten zult: Heer,
dan is de dood verzwolgen,
want de schriften zijn vervuld.

Eens. Dat is niet anno dazumal, dat is niet iets als Sint Juttemis, maar dat is een reële dag, die op onze kalender staat. Een dag, die elke week en elke zondag nader komt. En nauwkeurig wordt hier bezongen, wat op die dag zal gebeuren.
De bazuinen zullen klinken: om de Zoon des mensen aan te kondigen.

Die op de wolken zal weerkomen, met grote macht en heerlijkheid 1) (met een leger van engelen en blinkend van luister). De engelen zullen voorts de uitverkorenen met hun bazuinen verzamelen. Het zal "de laatste bazuin"
zijn, die zelfs de doden voorgoed uit hun graven roept. 2) Dan is het uit met het rijk van de dood, met de laatste vijand; dan blijft alleen het rijk van Goddelijk leven over. En wie kan dan zwijgen!

Is dat geëxalteerd gezegd? Kom, zelfs de farizese schriftgeleerde Paulus zag geen kans hierover te schrijven, of zijn weldoordachte volzinnen sloegen in liedvorm op hol.
Eenmaal is een tempelgordijn gescheurd. Toen was de weg tussen God en mensen - lange tijd voor priesterlijke bemiddeling gereserveerd voor iedereen opengesteld. En als straks de walken openscheuren zullen wij Hem zien, van aangezicht tot aangezicht. En in leven blijven.

Roep de doden tot getuigen
dat gij van oudsher regeert,
roep hen die men dwong te zwijgen,
die de wereld heeft geweerd,
richt omhoog wat wist te buigen,
kroon wat aanzien heeft ontbeerd.

Als de graven openbreken
en de mensenstroom vangt aan
om de loftrompet te steken
en uw hofstad in te gaan:
Heer, laat ons dan niet ontbreken,
want de traagheid grijpt ons aan.

Onze voorouders zullen getuigen dat zij Hem kenden, die "droeg ons voorgeslacht". Wij zullen zien dat Hij gisteren en vandaag dezelfde is.
Die verstomd waren in leed zullen nu een mond kunnen opendoen. Aan wie het zwijgen is opgelegd (de profeten, die door Jerusalem gedood zijn) zullen nu mogen spreken. Gebogenen worden opgericht en nederigen worden verhoogd. Een omgekeerde wereld. De schijnwereld verdwijnt de nieuwe orde breekt baan. Wat een toekomst staat te wachten.

Hoeveel miljarden van mensen zullen te voorschijn komen? Geen computer kan het berekenen. Maar de Heer kent al de zijnen, Hij roept ze bij hun namen. En zie die ontelbare schare van feestgangers, op weg naar het nieuwe Jerusalem. Zingend en dansend heet het: al Mijn fonteinen des levens zijn bij u. 3) Maar laten we voor een ding benauwd zijn. Dat de "zorg van de wereld en het bedrog van de rijkdom" ons niet onvruchtbaar hebben gemaakt 4).
Zodat wij in een "verderfelijke nalatigheid" zijn terecht gekomen 5).

Geestelijke bijziendheid, verpakt In wettische emballage, heeft al velen tot wanhoop gebracht. Maar

Mensen, komt uw lot te boven,
wacht na dit een ander uur,
gij moet op het wonder hopen,
dat gij oplaait als een vuur,
want de Geest zal ons bestoken,
nieuw wordt alle creatuur.

Van die dag kan niemand weten,
maar het woord drijft aan tot spoed,
zouden wij niet haastig eten,
gaandeweg Hem tegemoet?
Jezus Christus, gisteren, heden,
komt voor eens en komt voor goed!

We shall overcome, zongen de verdrukte negerslaven. Eens, als de bazuinen klinken, zingen de gelovigen. Dat is een zaak van geloven: goed weten wat God ons beloofd heeft! We zullen er als dromers bij staan maar het wonder is er evenwel. Alle dingen worden nieuw. Gods genade pleit ons vrij van elke schuld. Gods Geest zet ons in vuur en vlam - we zullen onszelf niet herkennen en een nieuwe naam nodig hebben.

Wanneer? Niemand weet het. Maar die dag staat op Gods kalender, daar kunt u amen op zeggen. En daarom - onze hoop richten op Hem, die altijd zijn beloften nakomt; elkaar bemoedigen en troosten; geen kans overslaan om meer van Gods toekomst aan de weet te komen; vooral nu we die dag zien naderen. Het is toch aan alles te zien, dat deze rotte schijnwereld zijn laatste dagen beleeft?

Vandaar dat “haastig eten" en dat "gaandeweg". Denkt u ook aan de paasmaaltijd van Mozes, gekleed en klaar voor de uittocht? De dood is onze deur voorbijgegaan. Wij zijn op reis naar het leven.

De melodie van dit blijde lied is een volksmelodie uit Wales, al van de 13e eeuw, de zogenaamde Rhuddlan. Zij wordt in het Church Hymnary voor twee andere liederen gebruikt, die voor Lied 300 niet hebben model gestaan. Deze martiale oude Keltische melodie is buitengewoon 6) passend.
U hoort koperen instrumenten klinken: de eerste twee regels statig als een beheerste processie - beide herhaald - maar dan komt de zwier van regel vijf en de triomfale afsluiting van regel zes. Zo is dit een optochtslied geworden, een lied hamaäloth.

1) Matt. 24: 30, 31 - 2) 1 Cor. 15: 52 - 3) Ps 87:7 – 4) Matt. 13:22 – 5) Hebr. 10:39 – 6) De oorspronkelijke tekst begon met “Kom tot de strijd”.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief