Waaruit weet ge dat? (2)
1980-02-01
Veel van de ontkenningen van het gezag van de Bijbel is te wijten aan het niet herkennen van het evangelie-- Jaargang 24
- nummer 5
karakter van het Woord. Als men dit èn het brandpunt van Gods spreken tot ons niet meer of nog niet ziet, dan komt men tot de mening dat de Bijbel of boeken van de Bijbel tijdgebonden documenten zijn en daarom maar betrekkelijk gezag hebben. Dan kan men er alle kanten mee uit.
De Schriften zijn profetische en apostolische geschriften, zoals de kerk gebouwd is op het fundament van apostelen en profeten. Efeziërs 2 : 20. Als het Woord van God heeft onze Heiland Zelf gebogen onder het gezag van Zijn Vader.Als Woord van God heeft Hij Zich eraan vastgeklemd. Het "er staat geschreven" was het rustpunt van Zijn leven en het steunpunt in de verzoelkingen. Matth. 4: 1-11. Het geschrevene van eeuwen her gold in het heden van Zijn leven. Hangend in de diepste duisternis van de Godverlatenheid riep Hij met de woorden van Zijn vader David.
Psalm 22 : 1. Hij was dan odk niet gekomen om de wet en de profeten te ontbinden, maar om die te vervullen. Matth. 5 : 17.
Omdat Hij gekomen is in de vdlheid des tijds, daarom is er na Zijn komst en werk geen mogelijkheid meer van tijdgebondenheid van de Schrift. In de volheid des tijds is het Woord vlees geworden. Galaten 4 : 4. Voller dan vol kan niet. Dat heeft ook consequenties voor de canon en ons bukken onder het gezag voor alle boeken van de Bijbel. Hebreeën 1: 1. In het laatst heeft de Zoon tot ons gesproken in Zijn erkenning van Gods spreken vanaf het begin. Daarom geldt Gods sp reiken voor alle tijden, Want er is geen tijd na de "volheid des tijds". En Jezus de Heiland koos Zijn apostelen uit. Hun positie is moeilijk te overschatten. Gekozen door Jezus Christus Zelf, Joh. 15 : 16, hebben we in de apostelen te maken met hun Zender.
Matth. 10: 40. Zij zijn door Hem gemaakt tot getuigen van Zijn opstanding.
Hand. 1 : 21, 22. Omdat zij getuigen zijn van de opstanding van de Gekruisigde Heer en omdat een getuige moet spreken van wat hij echt gezien en gehoord heeft, 1 Joh. 1 : 11-13, daarom zijn zij de mond van God, 2 Kor. 5: 19, 20, die ons verkondigen dat deze Jezus is overgeleverd om onze overtredingen en opgewekt is om onze rechtvaardiging. Rom. 4: 25. Aan hun woord is de kerk van alle eeuwen gebonden door de Heiland Zelf. Joh. 17 : 20. Omdat hun positie er één is voor de kerk van alle eeuwen, Openb. 21 : 14, daarom zijn wij dan ook gebonden aan was van hun prediking is opgeschreven.
Daarvan geldt óók het "er staat geschreven". Joh. 20: 30, 21 : 40; 1 Joh. 1 : 4. De apostelen hebben dan ook gezegd dat de gemeenten ook na hun sterven gebonden zijn aan wat zij verkondigd hebben. 2 Tim. 2 : 1 2; 3 : 14; 2 Petrus 1 : 15, 16. De apostoliciteit van de boeken van het Nieuwe Testament is daarom een zaak van bukken onder het gezag van Jezus Christus. Hij heeft Zijn apostelen gekozen en toegerust.
Te zeggen dat hûn boeken tijdgebonden documenten zijn is ontkennen dat zij en zij alleen geleid zijn in de volle waarheid door de Geest van Jezus. Joh. 16: 13.
Na de apostelen, na de volheid des tijds, behoeft de volle waarheid, dat er volkomen behoud is door Jezus Christus alleen, niet meer gezocht te worden. Alleen maar geloofd en aangegrepen. Wij kunnen ook nooit "meer" weten. Al ontdekken we ook steeds nieuwe zaken, Matth. 13 : 52, het is altijd in de wederkeer tot het apostolisch getuigenis. Wij kunnen nooit een beter inzicht hebben. Vol is vol.
Te denken dat wij meer zouden kunnen weten of een beter inzicht zouden kunnen verwerven dan apostelen en profeten, is geen rekening houden met de komst en het werk van de Heiland in de volheid des tijds. Het is ontkennen dat Hij Zijn apostelen heeft gekozen en dat zij door de Geest in de vdlle waarheid geleid zijn. Een gelovige en een gemeente is gekenmerkt door het volhardend blijven bij de leer van de apostelen. Hand. 2 : 42.
Juist in hun "eigentijds" -zijn, zijn de apostelen voor álle tijden.
In het nadenken over het gezag van de Bijbel zijn twee zaken heel duidelijk.
Het eerste is dat het gezag van de Bijbel eigenlijk nooit echt een vraag is. Vanaf Marcion tot Käsemann, is deze Bijbel zoals wij die hebben, dit evangelie, dit Woord van deze genade ongeschokt blijven staan. Geen bronnensplitsers, geen allegoristen, geen ontmythologiseerders kunnen deze genade blijvend verduisteren. En - wat grote troost - zij die van deze genade willen leven worden odk in de aanvechting over het Woord Gods door de Geest overwonnen om toch hun vlees (hun verstand) te kruisigen met zijn werken. Gans verrukt over deze Heer. We moeten ook niet angstig de Schrift verdedigen. Want ook op het gebied van het gezag van de Bijbel, het heilig evangelie, mogen we niet uit de werken leven.
Het tweede dat de geschiedenis van het nadenken over het gezag van de Bijbel duidelijk leert, is dat er wél sprake is van een tijdgebondenheid van de exegese. Zelfs is er soms sprake van modieusheid, Ook als er het verlangen is om te gehoorzamen aan al'le geboden Gods inzake hermeneutiek en exegese is er tooh maar een klein begin van de nieuwe gehoorzaamheid.
Ook op het gebied van de uitleg van de Schrift zijn ook de beste werken met zonden bevlekt, De geschiedenis van de uitleg van de Bijbel is ook de geschiedenis van het misbruik van het gezag van de Bijbel. Het is ook niet goed om te zeggen dat de Bijbel antwoord geeft op alle vragen. Er zijn vragen die men niet aan de Bijbel stellen mag, omdat heel de Bijbel evangelie is. Van kaft tot kaft. Alle vragen die niet te maken hebben met het evangeliekarakter van de Bijbel moeten niet gesteld wroden. Je kunt b.v. uit de Bijbel geen algebra leren. Evenmin geschiedenis of aardrijkskunde, al is het heil wel een zaak van aardrijkskunde en geschiedenis.
Omdat vaak zulke "vreemde" vragen gesteld zijn aan de Bijbel en men meende de antwoorden te kunnen lezen daarom is de geschiedenis van de exegese ook een geschiedenis vol sombere en bittere dwaasheden. "Vreemde" vragen verduisteren de "vreemde" vrijspraak. Augustinus met zijn "dwingt hen binnen te komen". Constantijn met zijn "in dit teken zult ge overwinnen". De paus tegen Galilei over het draaien van de aarde. Luther en de joden. Calvijn en de heksten. De zeloten aller eeuwen. De mensen van "eerst bekeren, dan praten". De christenen voor het kapitalisme. De christenen voor het marxisme. Het is een somber relaas. Het Woord is vlees geworden. Dat wil ook zeggen dat het kwetsbaar is. En laten we vooral niet denken dat wij niet tijdgebonden zijn. Hoe vaak zijn Gods glansrijke beloften niet verdonkerd in ons leven. De vraag om de vergeving van de ons verborgen misdaden staat niet voor niets in de lofzang op het Woord van God.
Psalm 19: 13. Het verstand vindt altijd wel redenen als het hart (ons vlees) zich verzet tegen de genade. En er is maar één ding dat ons kan redden op alle terrein van het leven en dat is horen, horen, horen naar de genade Gods in Jezus Christus. Horen, omdat God spreekt.