De media
1980-02-01
Het is boeiend om met de trein te reizen. Je zit dan midden in gesprekken, waaraan je niet behoeft mee te doen. Een echtpaar van 65+ vertelt van het bezoek aan de kinderen: ze hebben er acht en reizen heel wat af. De kinderen willen zo graag dat oma komt. Opa knikt instemmend. Zijn dominante dame doet verder de familiezaken open. Ziet u, wij reizen altijd op woensdag, want dan is er toch niks bijzonders op de televisie. Zodoende missen wij geen enkel programma, en de kinderen vinden het ook niet erg als wij er op woensdagavond zijn; die kijken ook alleen maar naar gewest tot gewest. Het gehele compartiment gaat daarna de quizmasters beoordelen. Fred Oster, wat is dat een fijne man. Ik vind, dat ze die Willem Ruis moeten wegsturen. Kijkt u ook altijd naar het dagboek van een herdershond? Nou, dat sla ik nooit over zegt Oma. Iemand noemt het stedenspel. Hierover kan ik meepraten, want dat heb ik eens een kwartiertje aangezien. Het leek mij een Carnaval op Gereformeerde Grondslag. De trein rijdt intussen door Rotterdam- West. Ik zie een kerk met een ranke toren, die bijna schuilgaat tussen woontorens en kantoorgiganten, die breder en dikker zijn en hoger ook: de kerk kan er niet meer tegenop. Ik had het eens over de moeite met “evangelisatiegesprekken”. Je mag binnenkomen en gaat zitten en je mag zeggen wat je op je hart hebt, maar ze blijven met een scheel oog kijken naar het beeld. Een herv. Collega zei toen: Dan tref jij het nog op jouw adressen. Als ik ergens kom, zetten ze het geluid wat harder, want anders missen ze iets van André van Duin terwijl ik praat. Nee, de kerk kan er niet tegenop. Wat een prediker brengt, dat hébben de mensen al eens gehoord. En hij weet het niet te “brengen”. Straks herbergt de kerk alleen hen, die niet de vertrossing ondergaan, maar de vertroosting zoeken. Alleen degenen die nog honger hebben en dorst.
- Jaargang 24
- nummer 5