"God wil het"

1980-02-08
  • Jaargang 24
  • nummer 6
"Bevecht voor de zaak van God hen die u bestrijden, maar overschrijdt de grenzen niet, want God bemint niet degenen die grenzen overschrijden. Doodt hen overal waar ge op hen stuit.
Jaag hen weg vanwaar ze u hebben verjaagd. De vervolging en verdrukking (d.w.z. van ongelovigen - P.v.K.) is erger dan het vergieten van bloed (d.w.z. van ongelovigen - P.v.K.). Strijdt echter niet tegen hen bij de Heilige Moskee, tenzij zij tevoren daar de strijd tegen u beginnen. Als zij tegen u strijden, doodt hen. Dat is het loon van hen die het geloof onderdrukken."

Koran, Soera 2 vers 190 en 191

"Wij sporen u allen aan in de naam van God, wij vragen en gebieden en schrijven het u voor tot verkrijging van vergeving van zonden; dat zij die God toebehoren zich aangorden ... om zo te strijden tegen de menigte van ongelovigen... dat de waardigheid van de christennaam in uw tijd in ere mag worden hersteld, en dat uw dapperheid, in de hele wereld geprezen, gaaf en ongeschonden mag blijven."

Paus Eugenius III in oproep tot tweede kruistocht -1144.

De relaties tussen Christenen en Moslims zijn vaak gespannen geweest.
Geregeld is er op bloedige wijze gevochten. Beide zijden voelden zich daarbij soms gesteund door uitspraken in de Koran of woorden van kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders. Een hoogtepunt in de vijandelijkheden (en dientengevolge een dieptepunt in de onderlinge relaties) wordt gevormd door de zeven langdurige militaire campagnes, die we de Kruistochten noemen. Twee eeuwen lang is - met lange tussenpozen overigens - gestreden om de beheersing van de Heilige Plaatsen in Israël.

Om de achtergronden van deze Kruistochten te begrijpen moeten we terug naar de tijd dat Mohammed nog leefde. In 614 werd Jeruzalem door de Perzen ingenomen. Een aantal van de Christelijke bewoners werd beestachtig vermoord en - heel belangrijk - de Perzen namen het "heilige kruis", dat al een paar eeuwen als het ware kruis van Christus vereerd werd, naar hun land mee.
De Byzantijnse keizer, onder wiens bestuur de stad viel, streed tegen de Perzen en wist na een inspannende veldtocht de Perzen te dwingen het veroverde stuk van zijn rijk terug te geven. Ook het kruisreliek werd overgedragen. Op 23 maart 630 was keizer Heraelius ter plaatse om Jeruzalem het kostbare relikwie te hergeven. Bij de Gouden Poort aangekomen, legde hij zijn keizerlijke versierselen af en droeg hij persoonlijk het kruis naar de plaats waar het voor altijd moest rusten: de Heilige Grafkerk. Deze Grafkerk was door de Byzantijnen gebouwd, een kolosale kerk, die zowel de plaats van de Opstanding als de plaats der kruisiging overdekte. Tot de late Middeleeuwen was het de grootste kerk der Christenheid.

In 638, acht jaar later, staan de Arabieren voor Jeruzalem. De patriarch van de stad, een zekere Sophronius, gaat naar de Olijfberg om met de kalief, Om ar, de termen van de overgave te bespreken. "Waarlijk, ge moogt verzekerd zijn van de volledige veiligheid van uw leven, van uw have en uw kerken. Moslims zullen ze noch zelf in gebruik nemen noch ze verwoesten", belooft Omar. Niet lang daarna trekken de nieuwe machthebbers de stad binnen. Omar zelf gaat, volgens de verhalen, te voet. Met zijn knecht deelt hij het gebruik van zijn rijdier. Die dag is de knecht aan de beurt om de kameel te berijden. Meteen na zijn intocht verzoekt Omar naar de Tempelberg te worden gebracht. Sophronius, die vreest dat de Moslims de Tempel zullen gaan herbouwen, neemt hem eerst mee naar de Grafkerk. Als het gebedsuur aanbreekt, stelt hij de kalief voor daar te bidden. Deze weert dat af met de woorden: "Als ik in de kerk zou bidden, zoudt ge hem kwijt zijn; de gelovigen zouden hem u ontnemen, zeggend: "Omar heeft hier gebeden"." Daarom buigt hij zich temeer bij de ingang van de kerk. Zoals hij al voorspeld had, staat er nu al eeuwen een kleine moskee om deze gebeurtenis te gedenken.
Om ar staat erop naar de Tempelberg te worden geleid. In die tijd is die met puin en huisvuil overdekt; Joden mogen er al jaren niet meer komen.
Volgens de verhalen tilt de kalief eigenhandig een hoeveelheid puin op en gooit het over de muur het kidrondal in. Het bevel komt de immense ruimte van puin en vuil te zuiveren; een aantal jaren later staat er een zeer bescheiden houten moskee.

Mogelijk is dit gebeuren door legenden overwoekerd. Hoe het ook zij, feit is dat de Moslims de Joden toestaan zich weer in de stad te vestigen en ook speelt vanaf het begin de Tempelberg een belangrijke rol in hun geloofsbeleving. Het wordt de "Haram es Sharif", het Edele Heiligdom.
Een latere machthebber laat - door Byzantijnse bouwlieden overigens een schitterend heiligdom neerzetten: de Rotskapel, die nog steeds, als men vanaf de Olijfberg op de stad neerkijkt, de omgeving domineert. Een met gouden platen overtrokken koepel moet de grote koepel van de Grafkerk in schoonheid overtreffen.
Onder de Moslimkoepel is een omheind gedeelte waar een stuk oorspronkelijke rots zichtbaar wordt met daarin een voetstap die van Mohammed afkomstig heet. Toen deze, volgens zijn eigen zeggen, op zijn rijdier Burak ten hemel voer, steeg hij op van deze - daarom voor Moslims heilige - rots. "Glorie zij aan God, die zijn dienstknecht 's nachts deed reizen vanaf de Verste Moskee, waarvan we het terrein gezegend hebben", lezen we in de Koran, Soera 17 vers 1. (Hoewel sommige mystieke kringen in die "Verste Moskee" een verwijzing naar Allah zelf lezen, vatten de meeste moslims haar op als betrekking hebbend op de stad Jeruzalem.

Die stad is dus voor hen ook zéér heilig; "EI Kuls", "de Heilige", heet de stad nog steeds voor hen. Daar ook zal immers eens door de engel Israfil de trompet der opstanding worden gestoken, terwijl Jezus, de op een na grootste profeet der Islam van de Olijfberg de Oordeelsdag zal aankondigen.
De bogen, waaraan op die dag de Weegschalen van het Oordeel gehangen zullen worden, zijn nog altijd op de Tempelberg te bezichtigen.).

Omar blijkt een mild bestuurder en ook zijn opvolgers zijn relatief tolerant tegenover Joden en Christenen. De Abassieden, een dynastie die vanuit Damascus regeert en op een gegeven moment de hoofdstad naar Bagdad verplaatst, zijn ook niet ongenegen met de Christenen van het Westen, die men overigens niet vreest, goede relaties te onderhouden. In 800, een maand voor zijn keizerskroning. ontvangt Karel de Grote als "relatiegeschenk" een tweetal sleutels van de Heilige Grafkerk. (Hij is er nooit geweest.) Ten gerieve van de pelgrims wordt er een gasthuis geopend; vergunning voor herstel en zelfs de bouw van een paar kerken wordt door de Islamitische machthebbers verstrekt. In 935 blijken de tijden echter te veranderen. In het atrium, de voorhof, van de Kerk wordt een kleine moskee neergezet en (door Joden?) wordt de anastasis, de opstandingskapel in brand gestoken; de patriarch van de stad wordt vermoord. In 1007 wordt door de adjudant van de "waanzinnige kalief" Hakimeen deel van de kerk neergehaald en wordt een stuk van het Heilige Graf zelf weggehakt en verwijderd. Als zo'n 70 jaar later de Turken, net tot het "ware geloof" overgegaan, in de stad huishouden, is voor de Christenen de maat vol en wordt tot de eerste kruistocht opgeroepen.

Aan beide zijden wordt onvoorstelbaar intens en wreed gevochten. Voordat een groep Kruisvaarders zelfs maar Duitsland doorgetrokken is, heeft men al honderden Joden op barbaarse wijze afgeslacht. Voor ons die gewend zijn te denken dat het vooral de Moslims waren die wreed optraden, is het ontnuchterend te lezen wat een zekere Raymond van AguiIers toentertijd in zijn dagboek geschreven heeft (het citaat komt voor in het uitstekende boek van dr Praamsma over de kerkgeschiedenis): "Grote aantaIlen Saracenen werden onthoofd, anderen met pijlen doodgeschoten of gedwongen van torens te springen. Anderen werden gedurende een aantal dagen gefolterd en dan in de vlammen geworpen. In de straten waren stapels hoofden, handen en voeten te zien. Waar men ook rondreed was men temidden van lijken van mensen en paarden."
Dat het daarbij niet bleef, blijkt bijvoorbeeld uit de nogal onverwachte en uiterst dwaze plundering van de grote Christelijke hoofdstad Byzantium, in 1203. "De veroverde buit was groter dan iemand kon navertellen. Goud, zilver en vaatwerk en edelstenen en brocaat... nooit, sinds het begin van de wereld is er zoveel in een stad buitgemaakt" is het kommentaar van een der deelnemers ...

De Kruistochten zijn uiterst kostbare mislukkingen geworden, die de Christenheid weinig goeds gebracht hebben. Jaren later, in 1453, als de Turken, Islamieten dus, de stad Byzantium belegeren, blijkt dat een deel van de Christelijke bevolking daar haast letterlijk zegt: "liever Turks dan paaps". Indachtig de ervaringen met de "Christenbroeders" uit het Westen...
Niettemin hebben de ridders een kleine eeuw de stad Jeruzalem weten bezet te houden. De .Rotskapel" met in de binnenste arcade zijn spreuk "Moge Allah dit aanvaarden en in hem, d.w.z. de bouwer, behagen hebben", werd een Christelijke Kerk. Naar deze "Templum Domini" (tempel des Heren) noemde een Orde zich "de Tempeliers" . Een beeld van de Heiland, bezet met goud en diamanten, werd aan de deur bevestigd en een kruis sierde de koepel. De nabijgelegen El Aqsa moskee, waar zo'n 5000 mensen tegelijkertijd de dienst kunnen bijwonen, werd het reusaohtige paleis van Godfried v. Bouillon, de eerste "Verdediger van het Heilige Graf". Onder de ondergrondse gewelven vonden paarden een stal.
De "kruisvaarderstijl", die ook op b.v. het Griekse eiland Rhodos nog te bewonderen valt, is ook in Jeruzalem op te merken: de Arabische suqs, de markten, bevinden zich grotendeels onder twaalfde-eeuwse gewelven. In het fraaie stadje Akko, de laatste kruisvaardersveste, aan de Noordkant van een baai tegenover Haifa gelegen, is ook nog heel wat van hun gebouwen te zien.

Na de onvoorstelbare slachting, die de Kruisvaarders aanrichtten, is het opmerkelijk te lezen dat sultan Salah ed-Din met weinig bloedvergieten weer de stad hernam. Saladin liet de verslagen vijanden vrijuit gaan, mits ze zich loskochten. De prijs: 10 dinar per man, voor een vrouw 5 dinar en voor een kind één dinar. Mits men een extra belasting betaalde, mochten de orthodoxe christenen ook blijven, terwijl in 1190 de Joden, die erg van de Kruisvaarders te lijden gehad hadden, officieel mochten terugkeren. Met rozewater werden Rotskoepel en Al Aqsa moskee gereinigd en opnieuw ingewijd. De halve maan verving de crusifix op de koepel. Een uitvoerig vertelde geschiedenis, met tenminste enkel saillante punten.
De Joden hadden meer van de Christenen te lijden dan van de Moslims!
Alles bijeen heeft het Jodendom slechter ervaringen met Christenen dan met Islamieten. Laten we het nooit vergeten! De Moslims hebben zich ook tegenover de Kruisvaarders vermoedelijk humaner gedragen dan omgekeerd. Voor een Christenheid die ernaar streefde elk stukje geschiedenis in het heilig Land in een "schrijn" vast te leggen hebben Joden noch Islamieten veel respect geleerd.
De Moslims zijn deze gebeurtenissen nog steeds niet vergeten. Ze hebben voor kracht altijd veel respect, maar hebben ook scherp gekeken. En met de handelwijze van Christenen hebben ze ook hun leer en hun God verworpen.

Natuurlijk is hiermee lang niet alles gezegd. We moeten - in een later artikel - nog spreken over de "aangepaste status" van niet-moslims, de zogenaamde "dhimmi's". Dezen waren soms praktisch rechteloos. Ook moet worden vermeld dat ten tijde van een strenge moslim-sultan an-Mutawakkil (rond 850) aan de deuren van christelijke kerken demonenbeelden bevestigd werden. Of, om dichterbij in de tijd te komen, de grootste volkerenmoord vóór de Nazi-barbarij werd door de Turken begaan, tegen de Christen Armeniërs, in het uiterste Westen van het land. Tussen 1896 en 1920 werden zo een paar miljoen mensen vermoord.
Evenzo zijn verhalen bekend van buitengewoon wrede heersers; namen als "De Slachter", gegeven aan een pasha, die Noord Palestina in de vorige eeuw bestuurde, zijn veelzeggend. We herinneren ons ook de verhalen van de “Kerk-Turken". Negatieve zaken voor de Islam.

Als we echter zó de Islam willen bestrijden, gaan we aan één ding voorbij.
En dat is dat moslims, die naar het Christelijk geloof kijken, met soortgelijke voorbeelden kunnen aankomen. Zeker waar men "westers" of "Europees" met "christelijk" gelijkstelt, is dat gemakkelijk te doen. Het verschil tussen Islam en Christendom zal uiteindelijk niet liggen in het verschil tussen "misdadige" moslims en "engelachtige" christenen. Veeleer moeten we gaan kijken naar het verschil tussen wat beide "kampen" geloven. Wat zegt de Koran, vergeleken met de boodschap van de Bijbel?
Is er in het Nieuwe Testament èrgens een parallel voor b.v. de tekst in Soera 9 vers 29: "Vecht tegen hen die niet geloven in God of in de Jongste Dag, of die voor niet-verboden houden wat door God en zijn Gezondene verboden is, noch de godsdienst der Waarheid erkennen, (zelfs al behoren ze tot) het Volk van het Boek (Joden of Christenen, P.v.K.), totdat ze de Jizya met onderworpenheid betalen, en zichzelf onderworpen voelen". Of spreekt de Bijbel anders, over een gééstelijke strijd? Ook kunnen we ons afvragen of Christenen wel eens geprobeerd hebben op een geestelijke manier met Moslims te spreken? In de Middeleeuwen is dat bijna niet gebeurd. Alleen de merkwaardige Franciscus van Assisi is aan het Egyptische hof gaan verkondigen wie Jezus is. Mensen zoals hij zijn echter uitzonderingen. In conflictsituaties is altijd snel naar de wapens gegrepen. Was dat onjuist? Of is vreedzaam ontmoeten van de Islam niet mogelijk?

Literatuur:
Thubron. Jerusalem. Heinemann. Londen/Toronto.

Comay. The Temple of Jerusalem. Holt, Rinehart and Winston, NewYork.

Praamsma. Geschiedenis der Kerk. Wever, Franeker. Geeft nuttige informatie over de Islam; is primair echter een boek van Kerkgeschiedenis.

Wessels. De Moslimse Naaste. Kok,Kampen.
Geeft èrg veel nuttige informatie over de ontmoeting van Moslims en Christenen. Heeft, als enige boek in ons taalgebied, ook veel te zeggen over de visie van theologen in beide kampen op elkaar. Aanbevolen.

De volgende keer willen we gaan kijken naar de inhoud van de Koran.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief