Over de vrijheid van de kerken
1979-07-13
Op de landelijke vergadering van onze kerken in Wezep is opnieuw gebleken dat de verschillen van inzicht inzake de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente van Christus de kerken verdeeld houden en een goede voortgang van het kerkelijk samenleven in de weg staan.- Jaargang 23
- nummer 27
Het ware te wensen dat er in deze zaak duidelijkheid en eensgezindsheid kwam.
Wanneer op landelijke vergaderingen voortdurend het pleit wordt gevoerd voor de zelfstandigheid van de plaatselijke kerk, wordt daarin een "goed-vrijgemaakte" traditie voortgezet.
De vrijgemaakte kerken zijn a.h.w. geboren in het verzet tegen machtsaanmatiging en heerschappij-voering van synodale vergaderingen.
Het kerkverband, zo werd ons in kerkelijk leven de jaren van de vrijmaking geleerd, behoort niet tot het wezen, maar tot het welwezen van de kerk.
In de geschriften uit die jaren komt de verhouding: plaatselijke kerkclasses-synode voortdurend aan de orde.
Er hebben zich broeders en zusters vrijgemaakt, die zoals het in die dagen heette, alleen kerkrechtelijk bezwaard waren; zij hadden met de bekende leeruitspraken niet zo veel moeite, maar kwamen in verzet tegen het eigenmachtig handelen van synoden, die afgevaardigden wegstuurden en met tuchthandelingen ingreep op handelingen van kerkeraden.
De synodale of classicale vergadering bezit geen ambtelijk gezag over je kerken en kerkleden, maar bestaat uit afgevaardigden, die in hun vergaderingen zich hebben te houden aan gemaakte afspraken, die zijn vastgelegd in een kerkorde.
Alleen in de kerkeraad wordt een gezag uitgeoefend, dat de ambtsdragers rechtstreeks van de Koning van de kerk hebben ontvangen.
De vrijgemaakte kerken stonden dan ook pal voor de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente en aanvankelijk hoorde je hier en daar de vraag of er wel een vernieuwd kerkverband moest komen.
In die jaren hield Prof. P. Deddens zijn bekende oratie over het ratificatierecht, waarin werd gesteld dat generale synoden voorlopige besluiten nemen, die door de kerken worden geratificeerd of bekrachtigd.
In de geest van deze gedachtengang werd in de kerken na de vrijmaking het bekende art. 31 van de kerkorde gehanteerd, dat uitspreekt dat hetgeen door de meeste stemmen goedgevonden is, voor vast en bondig zal worden gehouden, tenzij dat het bewezen wordt te strijden tegen het Woord van God of tegen de artikelen in deze generale synode besloten, Uit het feit dat de kerken zich de eerste jaren Gereformeerde Kerken met de postale onderscheiding "onderhoudende art. 31 D.K.O." noemden, in onderscheid van de kerken die door velen "synodocratisch" werden genoemd, is voldoende duidelijk hoeveel gewicht aan het kerkrechtelijk handelen werd toegekend.
Toen het kerkelijk samenleven op gang kwam werd al gauw duidelijk dat een juist of beter inzicht in kerk ordelijke zaken nog geen garantie is voor een goed, christelijk samenleven als kerken.
Als jong predikant in Zuid-Holland kreeg ik al gauw te maken met de discussies en emoties op kerkelijke vergaderingen en in de pe rs, rond de "Zaak Kralingen", waarbij de verhouding: plaatselijke kerkmeerdere vergaderingen opnieuw aan de orde kwam.
Enige jaren voordat de moeilijkheden in de classis Rotterdam plaatsvond had een opmerking van Prof. dr K. Schilder dat Christus zijn bloed ook voor het kerkverband gestort had, al verschillende pennen in beweging gebracht.
Zo werd in de geschiedenis van de vrijgemaakte kerken duidelijk dat een gemeenschappelijk verzet tegen de handelingen van de synoden in de jaren 1936/1945 geen garantie was voor eensgezindheid inzake de vragen naar een recht functioneren van het verband van de kerken.
Dit verschil van inzicht over de taak en bevoegdheid van meerdere vergaderingen heeft ook een rol gespeeld in de crisis in het kerkelijk leven die zich in de zestiger jaren voltrok.
Onder invloed van Prof. J. Kamphuis en Drs D. Deddens is een andere koers ingezet, waarbij het kerkverband strakker werd aangetrokken en het bindend karakter van besluiten van meerdere vergaderingen werd onderstreept.
Het eind van deze ontwikkeling is geweest, dat de synodes van de vrijgemaakte kerken van Rotterdam-
Delfshaven, Amersfoort e.a. het nog bonter hebben gemaakt dan hun voorgangers in de jaren van de vrijmaking.
Levendige herinnering bewaar ik aan wat zich op de synode van Delfshaven afspeelde rond de zaak van Groningen-Zuid.
Een dieptepunt beleefden we bij de berucht geworden stemming over het meerderheids- en het minderheidsrapport inzake de schorsingswaardigheid van Ds A. van der Ziel.
Na dagen van afmattende discussies was de spanning hoog opgelopen.
Er was allerminst sprake van overeenstemming.
Een voorstel om de stemming uit te stellen en eerst de zg. kerkrechtelijke kant van de kwestie te bespreken werd verworpen.
Nadat de stemming met de uitslag 14-13 gehouden was, werd geen nader overleg gepleegd over de vraag hoe te handelen in deze onmogelijke situatie en temidden van het tumult dat was ontstaan bezegelde de praeses D. Deddens het “besluit" met schriftlezing en gebed.
Het besluit was gevallen, er was geen verwrikken meer aan, op de besluitvorming mocht niet meer worden ingegrepen en de synode ging door, ook toen het voor diverse afgevaardigden niet meer mogelijk was aan de arbeid mee te doen en er grote moeite in heel wat kerken ontstonden.
Wie een dergelijke besluitvorming op een synodale vergadering heeft meegemaakt zegt onwillekeurig: Hoe het ook verder gaat, dit nooit meer!
Het is daarom te verstaan, dat de kerken, die tengevolge van een nieuwe heerschappij-voering van synoden opnieuw in de verstrooiing kwamen, aarzelingen hadden t.a.v. een hernieuwd kerkverband.
Deze ontwikkelingen moeten we in rekening brengen, wanneer we te maken krijgen met kerken, die zich liefst vrije kerken noemen.
Het is de begrijpen dat er een streven is om van de nood van de buiten verband stelling een deugd te maken, door een weg in te slaan, waarin de kerken wel gemeenschap blijven oefenen, elkaar helpen met adviezen, samen zaken als opleiding tot de dienst van het Woord e.d. ter hand nemen, zonder dat er door meerdere vergaderingen bindende besluiten worden genomen.
De geschiedenis van de vrijgemaakte kerken geeft hier aanleiding toe.
Wanneer van de zijde van de kerken binnen verband beschuldigingen vallen over vrijbuiterij en independentisme, zou men goed doen eens na te gaan hoeveel kwaad er is aangericht door synoden, waarvan één het zo bont maakte, dat een wettig afgevaardigde van de kerken, na een meedogenloze procedure naar huis werd gestuurd.
Na de besluiten van de landelijke vergadering van Wezep is de zaak van het kerkverband in een stroomversnelling terecht gekomen vanwece een toenemend onbehagen van verschillende zijden.
Ter vergadering is namens deputaten voor samenspreking met de Christ. Gereformeerde Kerken meegedeeld, dat er in deze kring ernstige bezwaren leven tegen de redactie van art. 34 (vroeger art. 31) van het concept kerk-orde.
Er is dus alle reden voor een nadere bezinning.
Hierbij moet worden bedacht, dat wanneer gesproken wordt over de vrijheid van de kerken in verhouding tot het kerkverband, we niet alleen te maken hebben met een typisch vrijgemaakte aangelegenheid.
Het is daarom zaak goed te onderscheiden.
Er is sedert de zestiger jaren veel veranderd in onze samenleving.
De vrijheid wordt in onze steeds kleiner wordende wereld, ondanks alle democratie en inspraak een heel moeilijke zaak.
Daarom wordt er zoveel over vrijheid en bevrijding gesproken, niet het minst in kerkelijke kringen.
Daarover een paar opmerkingen in een volgend artikel.