Dr Jelle Zijlstra (1)

1979-07-27
  • Jaargang 23
  • nummer 28
Een bekend nederlander. Een bekwaam man, die ons land in verschillende ambten "grote diensten heeft bewezen" (11).
Onlangs werd hij 60 jaar en ter gelegenheid daarvan stelde dr G. Puchinger een boek samen. Strengholt te Naarden gaf dit uit (ca. 400 bladzijden, f 47,50). Een 2e druk ervan is inmiddels verschenen, Dit boek bestaat uit 2 delen: een levensverhaal, waarvan de basis is een aantal interviews en een aantal rédevoeringen en artikelen van dr Zijlstra zèlf. Het geheel is ingeleid met een bijdrage van dr W. Drees Sr., die ruim zes jaar politiek met hem als minister samenwerkte.

Je leest dit boek vlot. Dr Puchinger weet de gesprekstof zó weer te geven, dat je die met belangstelling en enige inspanning gemakkelijk kunt verwerken. En dr Zijlstra schotelt op een eenvoudige - soms zelfs op een simpel aandoende-manier de meest ingewikkelde problemen aan lezers en hoorders voor.

Memoires zijn het niet. De onderwerpen en de wijze van presentatie bepaalde de interviewer. Wel treffen we in de onderscheiden hoofdstukken duidelijk een persoonlijke mening van dr Zijlstra ten aanzien van vele problemen aan. Daarmee is bereikt, dat je na het boek gelezen te hebben, een idee hebt dichter bij de jubilaris te staan dan voorheen en ook enig inzicht hebt in het gebeuren ná de oorlog, speciaal op politiek en financieel-economisch gebied en op de plaats van dr Zijistra daarin.

Vanwege het belang van deze zaken lijkt het gewenst in enkele artikelen aandacht te vragen voor deze publicatie.
Jelle werd 27 augustus 1918 te Oosterbierum, in het friese land, geboren. Zijn ouders, Ane Jelle Zijlstra en Pietje Postuma, waren eenvoudige mensen, hadden ook een bescheiden plaats in de rustige dorpssamenleving. De vader, oorspronkelijk boer, werd later commissionair in landbouwproducten.

Over de lagere schooltijd: "De Christelijke Nationale School had destijds voortreffelijke leerkrachten.
Er wordt tegenwoordig vaak gezegd dat het onderwijs grondig moet worden verbeterd, maar wanneer de lagere scholen de kwaliteit van het onderwijs dat ik in de twintiger jaren ontving opnieuw zouden kunnen bereiken, zou er reeds veel gewonnen zijn." (19). Daarna volgden MULO- en HBS-opleiding.
Het gezinsleven vertoonde een rustig beeld, het was van een gereformeerd type en gedragen door "een zekere oecumenische mildheid" (20). Moeder was nl. van Nederlands-Hervormde huize.

"Het kerkelijk leven was niet erg opwindend. Wij hadden aanvankelijk een oudere predikant, die wel heel erg de gebaande wegen hield; desalniettemin was de trouwe kerkgang vaste regel. Verder waren er de knapenvereniging, jongelingsvereniging, enfin het bekende gereformeerde rijtje." (20) Méér dan deze tekening van een organisatorisch kader treffen we nlet aan.

Ook elders in het boek vrijwel niet.
Friese geslotenheid? Jammer, dat we geen beeld krijgen van het échte christelijke leven, in afhankelijkheid van de HERE en van de invloed van te terugkeer tot Zijn Woord in de 30-er jaren.

De beslotenheid van het Friese dorp werd in 1937 verbroken, toen Jelle voor studie naar Rotterdam ging, naar de Nederlandse Economische Hogeschool. Dat was een geweldige overgang: Rotterdam, een bruisende stad. "Je kon in 1937 alleen economie studeren aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam, aan de Katholieke Economische Hogeschool in Tilburg of in Rotterdam. Rotterdam had toen een betere naam dan Amsterdam en Tilburg kwam voor mij toen uiteraard niet in aanmerking." (22) In die tijd was Zijlstra lid van SSR, een interkerkelijke confessioneelgereformeerde studentenvereniging.

Die was klein, want hij was toen één van 'de vijf nieuw toegetreden eerstejaars. Ook hier zou je willen vragen: en wat deden jullie in die vereniging? waar spraken jullie over? Maar het antwoord vind je niet.

"De ontwikkeling van de economische wetenschap bevond zich destijds, zoals dat van tijd tot tijd in een tak van wetenschap kan plaats vinden, op een breuklijn. De moderne gedachten van de Engelse econoom John Maynard Keynes (1883-1946) begonnen in Rotterdam door te dringen: het onderwijs in de economie in 1947 is niet vergelijkbaar met dat in 1937. Ik beschouw het als een groot voorrecht een dergelijke sprongvariatie in mijn studententijd te hebben meegemaakt"(23). In het toen traditionele economische onderwijs kwam de algemene samenhang der dingen onvoldoende tot zijn recht en je kon met "de leer" op financieel en economische opzicht, ook politiek, nauwelijks uit de voeten.

En dit, terwijl het een periode met grote nationale en internationale problemen was: een enorme werkloosheid, armoede, stagnerende handel, gesloten grenzen, enz. In die situatie trachtte Keynes wegen voor oplossingen aan te geven, door relaties te laten zien tussen productie, consumptie en werkgelegenheid,
tussen nationaal inkomen en de besteding ervan, tussen overheidsbemoeienis en werkgelegenheid, enz. en wat de overheden zouden kunnen doen om tot verbetering van de vastgelopen economie te komen. "In de gereformeerde en de daarmee toen zo sterk verbonden antirevolutionaire kring heeft één en ander nog al schokken teweeg gebracht. Immers, deze nieuwe inzichten moesten wel leiden tot kritiek op het in de dertiger jaren gevoerde beleid, waaraan de naam van Colijn nu eenmaal is verbonden." (24). Jonge economen, die de nieuwe inzichten propageerden, werden wantrouwend aangezien.

Daar was ook wel enige reden voor, omdat die nieuwe opvattingen duidelijk in de richting van groter overheidsbemoeienis wezen en naar velen meenden ook niet vrij waren van socialistische invloed. Ook op dit punt uit Zijlstra zich niet verder, zij het dat hij opmerkt dat men "in de werkloosheidsellende van vandaag misschien met iets meer bescheidenheid (zou) kunnen spreken over het falen van het werkgelegenheidsbeleid van de dertiger jaren, ook indien men blijft aannemen ( .. ) dat de zaken veel beter aangepakt hadden kunnen worden" (24).

De studie in Rotterdam werd door de oorlog onderbroken en kon eerst daarná met een doctoraal examen worden afgesloten. Zijlstra moet in die tijd wel al reeds zijn opgevallen, immers hij kon direct in Rotterdam blijven, eerst als wetenschappelijk assistent, later als lector.

Hij promoveerde daar in 1948 op het onderwerp "De omloopssnelheid van het geld en zijn betekenis voor geldwaarde en monetair evenwicht". De keus van dit onderwerp duidt reeds op verbondenheid met de hiervoren genoemde nieuwere opvattingen op economisch gebied.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief