Het verhaal van de rijke jongen (3)
1979-07-27
Raken de woorden van de Here Jezus tot de rijke jongen óns dan toch niet? Zitten we toch veilig met onze boeken en platen, effecten en banksaldi?- Jaargang 23
- nummer 28
'k Geloof dat we beslist niet zo veilig zitten, ook al blijven de boeken en platen in de kast staan.
Want och, wat platen verkopen en wat boeken opruimen en de opbrengst storten op een girorekening voor de derde wereld is tenslotte niet eens zo heel erg moeilijk.
Uit het gesprek van Jezus en die jongen blijkt echter duidelijk dat die jongen vast zit in zijn joodswetticistische levensopvatting.
De joden immers hadden van het geloof een optelsom gemaakt (wet één en regel twee enz. en die volbrengen en dan zó zalig worden).
Maar Jezus doorziet dat alles, Hij neemt die jongen niet alleen op zijn rijkdom, maar Hij pakt hem vooral op zijn wijze van godsdienstbedrijven.
Die jongen kènt Gods geboden, hij heeft de inhoud ervan zich eigen gemaakt en dan in de letterlijke betekenis van het woord. Die ge boden zijn zijn bezit geworden, hij heeft ze in zijn zak en hij weet precies wat hij er mee áán moet.
Hij waant zich rijk met zijn gebodenkennis en zijn gebodenonderhouding en eigenlijk is die vraag "wat moet ik doen ... "
overbodig, want hij doet alles al en heeft dus mèt de geboden óók de zaligheid in zijn zak. En zó is hij rijk, is hij machtig. Want stel dat Jezus het met hem eens was geweest - "ik onderhoud al de geboden ... " - dan was hij kláár geweest, dan had hij de zaligheid verdiend. Zelf verdiend! Die jongen voelt zich als jood ver verheven boven de schare die de wet niet kent en zijn lettergodsdienstigheid is hem nog niet tot vuilnis geworden zoals Paulus daar later over schrijft (Fil. 3 : 4 e.v.).
Jezus is gekomen om de wet te vervullen, om te verlossen van alle wetticistische vroomheid. Hij wil vrijmaken van alles wat met dat wetticistisch leven te maken heeft, ook van het "goede" erin. En daarom kan Jezus, de mens die álles weggaf om de weg naar de zaligheid voor armen vrij te maken, zeggen dat die jongen alles moet verkopen.
Heel dat pak van die jongen moet uit.
Zeker, die jongen steekt gunstig af bij de farizeeër uit Luk. 18 : 9-14, die zegt "ik dank U dat ik niet zó ben als de andere mensen". Dát horen we die jongen niet zeggen, maar toch geldt ook van hem dat hij alles wat hem tot rijkdom en macht is geworden moet wegdoen om Jezus te volgen.
Heb je het dóór dat deze geschiedenis van Jezus en die jongen op deze manier vervelend aktueel wordt?
Want wat is rijkdom, wat is bezit?
Je hebt wellicht niet zo veel: een beurs voor je studie en je levensonderhoud, och, daar houd je niet zo veel van over om weg te geven; wat zakgeld terwijl je nog op school bent en daar moet je dan van tijd tot tijd ook nog cadeautjes voor kopen en bovendien elke week nog kerkgeld van afstaan, och, ook dat is aan het eind van de maand wel op. En dus kun je vergenoegd kijken naar je welgestelde buurman, die nodig eens wat doen moet voor India of Hongarije.
Zeker, de boodschap van de Here Jezus gaat die welgestelde buurman niet voorbij. Als hij zijn bezit niet op de tweede plaats weet te zetten voor de Here Jezus, dan kan hij geen discipel van Jezus zijn!
Maar rijkdom is méér dan geld en goed, 'k hoop dat dit inmiddels duidelijk is. Rijkdom is het totaal van al onze verworvenheden waardoor we onszelf beter achten dan een ander. Dat alles, heel die handel, moeten we opruimen, er afstand van doen. Dan alléén zullen we de smalle weg tot God, die weg van genáde, kunnen gaan. Teneinde zó iets te betekenen voor de armen die we wel altijd bij ons zullen hebben maar die toch ook vandaag heel concreet op onze weg staan.
Begrijp me nu goed. Ik zeg niet dat we ons geld maar moeten oppotten en ons goed maar moeten vermeerderen. Wie dat doet zit met het woord van Jezus bepaald niet goed, hij moet eerst nog onder dat woord dóór gaan. Want de nood is hoog, ver weg èn diohtbij.
Maar er is méér dan geld.
Jij met je intelligentie en je eindexamen-atheneum inmiddels gehaald, verkoop dat alles eens terwille van die jongen die zo moeilijk leren kan en amper de lagere technische school heeft gehaald.
Begrijp je 't? Besef je dat het woord van de Here Jezus zó ongemakkelijk dichtbij komt?
Nog meer voorbeelden? Och, maak ze zelf maar. Je weet ze wel, uit eigen leven of uit het leven van anderen. Alles verkopen en de opbrengst aan de armen geven. Dat is: jezelf weggeven met je hele hebben en houden. Zelfs je eigenwillige godsdienst weggeven om God echt te kunnen liefhebben en dienen.
Jezus spreekt zalig armen van geest, lees de bergrede maar eens.
Maar wij denken zo vaak dat we rijken van geest zijn.
Welnu, dan moeten we maar árm willen worden.
Dat is niet gemakkelijk.
Maar áls je het lukt, dan ligt de weg naar God open voor je.