EEN GEDENKBOEK
1979-08-10
Onze namen staan op tal van plaatsen geregistreerd. Vanaf de dag van onze geboorte. Computers bergen allerlei persoonlijke gegevens op in hun geheugen - adres, inkomen, beroep - die ze op elk gewenst moment te voorschijn kunnen roepen. In dit gesprek van Maleachi lezen we over Gods gedenkboek, Zijn Dagboek. In dat grote boek heeft Hij ons hele leven zorgvuldig bijgehouden.- Jaargang 23
- nummer 29
Misschien denk je, je eigen bonte leven in gedachten, aan een politiedossier, waarin gegevens van de verdachten staan geregistreerd en dat de Here God ons eens, een voor een, op het matje zal roepen. Dan zou de betekenis zijn: pas op, want alles komt in het grote boek te staan. Alles wordt door een verborgen t.v.-kamera feitloos geregistreerd.
We moeten letten op het verbond waarin over dit gedenkboek gesproken wordt. En dan zien we dat het niet als een waarschuwing; maar als een hart onder de riem aan moedeloze gelovigen gegeven wordt.
Ze stonden op het punt het bijltje erbij neer te gooien, omdat ze het nut van het geloof in God en trouw en gehoorzaamheid niet meer zagen.
Zinloos was het, om zich nog druk te maken over Gods aanwezigheid in hun leven en over het belijden van zonden; "om in rouw te gaan voor het aangezicht van de Here der heerscharen", want degenen die God niet dienden ging het voor de wind.
De klacht hier is dezelfde als die in o.m. Ps. 73, de voorspoed van de goddelozen: "bijna waren mijn voeten van de weg af, bijna was ik uitgegleden. Want ik benijdde de hooghartigen toen ik zag hoe goed het de goddelozen ging. Want moeite hebben zij niet ... ze zetten een grote mond op tegen de hemel ... zie je, zo zijn de goddelozen; altijd-onbezorgd worden ze steeds rijker". (volgens een bewerkte vertaling van het N.B.G.).
Maakt het nu iets uit, dat je als christen trouw blijft, eerlijk Wat zie je nu van Gods gerechtigheid, Zijn koningschap om je heen. De hemel lijkt wel van koper. Een geest van verlamdheid grijpt je dan aan.
Via de profeet Maleachi is de Here God in direkt gesprek met zijn volk. "Vermetel zijn uw woorden over Mij". Sommigen worden door deze woorden uit hun geestelijke verlamdheid opgeschrikt. Er is sprake van een andere geest in vers 16. Er zal dan ook wel een periode van tijd zitten tussen vers 15 en 16: "Dan spreken zij die de Here vrezen onder elkander, ieder tot zijn naaste". Daar kijk je van op als je dit leest in een boek waar steeds over verval en twijfel gesproken wordt. Het is een verrassend lichtpunt, waarmee het gesprek tussen God en Zijn volk eindigt. Gelovigen zochten elkaar op. Zij moedigden elkaar aan, trouw te blijven in het huwelijk, de offerdienst en het omzien naar wezen, weduwen en dagloners, ondanks het verval om hen heen, en al waren zij in een kleine minderheid.
Zij bleven trouw aan God in hun levensstijl en geloof, tegen de algemene opinie in. Zij trokken zich niet terug in de grotten, zij zwegen niet, maar ieder sprak tegen zijn naaste om trouw te blijven.
Degenen die onder elkander spraken, een ieder tot zijn naaste, zijn in breder perspektief de 7000 die de knie voor Baäl niet gebogen hebben; het zijn o.m. Elizabeth, Anne, Zacharias en Simeon, die ondanks het grote verval, de vertroosting van Israël bleven verwachten en onberispelijk leefden.
Altijd zijn er de 7000.
Maar een kleine minderheid heeft weinig of geen invloed op de meerderheid. Het is als een druppel op een gloeiende plaat. Wat maakt het uit?
Maleachi geeft deze minderheid een blik in de hemel. Al schijnt het dat God zich niet interesseert hoe je leeft, in werkelijkheid doet Hij dat wel. Hij bemerkte het toch.
Zijn engelen laat Hij in zijn dagboek schrijven dat Hij vol aandacht je leven volgt, Hij hoort je huilen, Hij kent je twijfels, en Hij kent de zwakke zijde van je leven. Er is geen grotere bemoediging dan deze om te volharden. Eén is er die je hoort en ziet. Wat moet je dan aan met die zwarte bladzijden van je leven? De tegenstelling die de Bijbel maakt is niet tussen ongelovigen en volmaakten; maar, tussen hen die de Here vrezen, Hem liefhebben, en hen die Hem niet vrezen. In dit verband verwijs ik naar Openbaring 20: 12. Daar worden twee boeken genoemd waaruit de mensen geoordeeld zullen worden. Het eerste veroordeelt ons. Maar in het tweede boek, dat van het leven en van het Lam, staat ons leven zoals dat door Christus verlost is (zie ook hfdst. 21 : 27). Et is geen macht die je uit Zijn levensboek kan schrappen.
Hij zet zich in voor je. Dat is de nieuwtestamentische betekenis van God's gedenkboek.
De laatste verzen van hfdst. 3 en hfdst. 4 zijn eindtijdelijk gericht.
"Dan zult gij tot inkeer komen en het onderscheid zien tussen de rechtvaardige en de goddeloze; tussen wie God dient, en wie Hem niet dient" (vs. 18). Er komt een moment wanneer het onderscheid duidelijk word tussen hen die de Here vrezen en die Hem niet vrezen.
Er zijn steeds zulke perioden in de geschiedenis geweest. Deze tegenstribbeling krijgt zijn hoogtepunt wanneer Gods geding met de Duivel een hoogtepunt bereikt.
Het is de periode waarin de woorden van Op. 22 : 11 gaan gelden, " ... want de tijd is nabij. Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is hij worde nog vuiler, wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd". Er komt een ontknoping.
Maar, die ontknoping is veel groter en grootser dan dat onze naam persoonlijk gezuiverd wordt. Dát ook. Het gaat om Gods recht dat zal triomferen. Dat zal een machtsstrijd zonder weerga betekenen. De boeken zullen eens geopend worden, niet als een wraakaktie, maar om alles te herstellen. Het is de dag des Heren, van Jezus Christus.
In hoofdstuk 4 van Maleachi worden in verband met die dag des Heren, Mozes en Elia genoemd.
Mozes vertegenwoordigd de schriften en Elia de profeten. "Gedenk de wet van Mozes ... inzettingen en verordeningen" (vs. 4). Er worden geen abnormale prestaties verwacht van de gelovigen. Blijf trouw aan het Woord van God!
De rijke man uit de gelijkenis die vraagt of Abraham Lazarus wil sturen om zijn familie te waarschuwen, krijgt als antwoord: "Indien zij naar Mozes en de profeten niet luisteren, zullen zij ook indien iemand uit de doden opstaat zich niet laten gezeggen" (Luk. 16 :31).
De profeten hebben gewaarschuwd en opgeroepen tot bekering. De belofte is dat God die waarschuwing zal doen blijven horen tot de jongste dag.
Het opmerkelijke is de volgorde van het laatste vers van het Oude Testament. Hij, dat is Elia, zal het hart van de vaders terugvoeren tot de kinderen en het hart der kinderen tot hun vaders. Je zou juist het omgekeerde hier verwachten. Johannes de Doper heeft deze profetie vervuld. "Hij is Elia die komen zou''', zegt de Here Jezus ergens.
Het rijk dat Hij met de komst van Christus aankondigde zou niet een loutere herhaling zijn van het verleden.
Anderzijds, in het nieuwe van Christus ligt een kontinuïteit met het oude. Hier is het Oude Testament met de tempel en de synagoge de vader, en het Nieuwe Testament met de gemeente het kind.
Mozes en Elia staan hier ook model voor de gemeente. Zij moet de wereld blijven waarschuwen met Gods Woord. Zonder haar zal de blijde boodschap niet gehoord worden. Zal de wereld luisteren?
Elia is vervolgd door Izebel. Johannes is gedood. In Openbaring 11 worden de twee getuigen in de gestalte van Mozes en Elia, gedood om hun getuigenis van de waarheid.
Toch zijn we nooit van deze taak ontslagen, omdat God wil dat alle mensen behouden worden. De laatste woorden van het Oude Testament zijn een wens die door God uitgesproken wordt " ... opdat Ik niet kome en het land treffe met de ban". Die woorden lopen uit op de zegen aan het slot van de bijbel, "De genade van de Here Jezus zij met allen". God's gedenkboek blijft een verrassing!