Omgang door toegang
1979-08-10
Openingswoord jeugddag 4 juni 1979 - Jaargang 23
- nummer 29
Omgang mèt God veronderstelt een weg náár God, een weg van God naar mens èn van mens naar God. Zo immers is er alleen omgang, contact, mogelijk. Van Henoch wordt in Genesis 5 : 24 gezegd dat hij wandelde met God, dat hij zijn schreden naar Hem richtte.
Met God wandelen, naar Hèm toelopen, dát is omgang met Hem hebben.
Want God is geen God van stilstaan, maar van vooruitgaan. Dat met-God-meegaan is voor ons, mensen, wel eens moeilijk. We kunnen Hem niet altijd volgen met onze hersens. Jesaja zegt daar iets over (55:8en9):
- Gods gedachten zijn niet onze gedachten,
- Gods wegen zijn niet onze wegen,
- Gods gedachten zijn hoger dan onze gedachten,
- Gods wegen zijn hoger dan onze wegen.
We zijn Gods gelijken niet. We zijn mènsen en God is Gód. Elihu heeft daar iets van begrepen toen hij tegen Job zei (33 : 12): "Want God is meer dan een sterveling". En in Hosea 11 : 9 zegt God Zelf: "Want ik ben God en geen mens, heilig in uw midden".
God is God en geen mens.
De mens is mens en geen god.
Dat moeten we maar goed onthouden en vasthouden. Zoals Jesaja het zei dat de hemel (God) hoger is dan de aarde (de mens). Dát is bepalend voor onze omgang met Hem. Van onze kant blijft altijd een stuk overgave noodzakelijk. In onze omgang met God blijft altijd iets van niet-weten en té zéker-weten, iets van een vraagteken - waarheen? - en van een uitroepteken - daarheen!
In Johannes 14 zegt Jezus van Zichzelf dat Hij is de weg, de waarheid en het leven. In deze woorden heeft Gods Zoon het geheimenis van de omgang tussen God en mens en mens en God verklaard. Jezus heeft de weg gemaakt waarop die omgang mogelijk is. Jezus heeft de toegang tot die weg geopend.
Heer, waar dan heen,
tot U alleen,
Gij zult ons niet verstoten.
Uw eigen Zoon
heeft tot de troon
de weg ons weer ontsloten!
Jezus is de weg, de waarheid en het leven,
Hij is de wég:
Hij overbrugt de door de zonde geslagen kloof.
Hij is de waarheid:
Hij is het evangelie, de waarheid, Zelf.
Hij is het leven:
Hij leeft en Hij doet leven (Joh. 14: 19).
Deze woorden uit Johannes 14 "want Ik leef en gij zult leven" volgen direct op wat de Heiland zegt over de komst van de Trooster ná Zijn lijden, opstanding en hemelvaart. Er zal een trooster komen. De Geest der waarheid zal komen en Die zal de discipelen helpen en bij hen blijven als Jezus naar de hemel teruggaat. Jezus laat de Zijnen niet als wezen achter, maar zorgt ervoor dat Hij door Zijn Geest bij hen blijft. En zó staat Hij er borg voor dat de weg naar God voor ons open blijft, dat er tot die weg altijd een toegangsmogelijkheid is. Zo heeft Hij ook voor mensen de zekerheid bewerkt dat er steeds omgang met God mogelijk zal zijn. "Dan zal de Vader op mijn gebed u een andere helper geven om voor altijd bij u te blijven" (Joh. 14: 16).
Dat is het evangelie van Pinksteren.
Dat is léven.
Dat is ook omgangsmogelijkheid met God.
God komt op de Pinksterdag met Zijn Geest naar de mensen en deelt Zijn gaven royaal uit, Hij stort Zijn Geest uit op de Zijnen. Gods Geest komt tot allen. Jezus Zelf laat ons daarover in Joh. 14 niet in het onzekere.
Zoals eens de Geest van God als een duif naar beneden kwam toen de Heiland werd gedoopt aan de Jordaan, zó komt op de Pinksterdag diezelfde Geest naar heel Gods gemeente. Zó komt die Geest ook tot ons, vandaag en morgen en volgend jaar. En die Geest bidt met ons tot de Vader.
Pinksterfeest heeft alles te maken met ons verkeer met God.
De weg is en blijft ontsloten, de toegang is en blijft vrij.
Pinksteren is het feest van de afstand - Jezus is in de hemel - én van de nabijheid - Gods Geest maakt onze lichamen tot Zijn woning.
Pinksteren is het feest van de zekerheid - Gods Geest woont altijd bij me - én van de verwachting - "En nu, wat verwacht ik HERE? Mijn hoop is op U (Ps. 39 : 8).
Pinksterfeest is ook het feest van de garantie dat de toegang tot de weg naar God geopend blijft voor allen die Hem liefhebben.
Pinksterfeest is het sluitstuk van Gods komen naar ons, ook al blijft er nog iets voorlopigs in. Want vandaag nog zijn hemel en aarde gescheiden, straks valt ook die scheiding weg. Nu nog woont God onzichtbaar bij ons, straks is Hij zichtbaar in ons midden. Dan is omgang met Hem mogelijk in volkomenheid. Maar Jezus spreekt zalig mensen die vandaag al geloven zonder te hebben gezien!