Boekbespreking
1979-08-10
Leve het leven! - Jaargang 23
- nummer 29
Preken en toespraken van de Deense dominee-
dichter-verzetsman-martelaar
KAJ MUNK.
Vertaald door Johan Winkler,
gekozen door Sipke van der Land.
Uitgave. van Kok, Kampen.
Prijs: f 14,50.
Ik zou het eigenlijk moeten afkeuren: een boekje met preken en toespraken van Kaj Munk. Ik heb immers geleerd dat je ànders moet preken, over een bijbeltekst of althans over een bijbels thema. En toen ik jaren geleden in een preek iets citeerde uit een preek van Kaj Munk, kreeg ik daar de grootste moeite mee. In het Nederlands Dagblad werd geschreven, dat we Kaj Munks preken niet lezen vanwege hun Schriftuurlijkheid.
Allemaal goed en best, maar ik kan niet vergeten hoe ik als jongen al die dikke pil In Gods waagschaal snuffelde en als student de pocket Het Woord bij de daad verslond.
En nog kan ik moeilijk ophouden als ik een keer met Munk bezig ben. Wat is toch het boeiende in deze man? Ik vind het overdreven om hem "dominee-dichter-verzetsman-martelaar" te noemen: dat is van het goede te veel. Zo praat je over een museumstuk en dat is Munk nu juist niet. Integendeel, Munk spreekt nog nadat hij gestorven is, hij spreekt tot het geweten, hij heeft iets profetisch. Zo zag hij zichzelf ook: als een profeet van God. En het is dit, dat altijd weer boeit bij Munk.
Hij preekt over het kerkgebouw van Vedersö, over zijn stiefmoeder, over de sterren en over de kievitten, maar dan préékt hij ook werkelijk.
Ook heeft hij het over dominees die onbehouwen en onvoorzichtig moeten zijn - zoals hijzelf in een volkskerk onbehouwen en in een bezet land onvoorzichtig was. Calvinisten zijn vermoeiende mensen: in ons land heeft iemand als K. Schilder dat ondervonden.
A1s ik naar Munk luister, merk ik dat Lutheranen ook vermoeiende mensen zijn. Schilder hebben we verheerlijkt, vooral als hij lyrisch werd, bijvoorbeeld in Christus in Zijn lijden. Waarom deden we dan zo links, als het over de dichterlijkheid van Kaj Munk ging? Lyriek is ook een wetenschap, zegt de man zelf. En heel vaak is zij méér, voegen wij eraan toe, is zij wijsheid, profetie.
Een christen is een strijdend mens.
Èn Luthersen èn Calvinisten behoren dit te weten. Ook een klein profeet je als de predikant is een strijdend mens, juist hij. Hij is het ambtshalve. Hij is het omdat zijn gemeenteleden het zijn. Drie keer is Munk voor zijn ambt weggevlucht.
Toch schrijft hij en laat hij staan: "Here God, wij danken U voor het beroep dat Gij ons hebt geschonken. Op de weg van strijd en nederlaag en overwinning zweren wij U trouw tot in de dood; U zweren wij het Die zelf ons eeuwig getrouw zijt." Roeping is niet: ik wil zo graag, ik moet zo nodig.
Roeping is: ik zie er als een berg tegen op, maar ik kan er niet onderuit.
Heer, het is belachelijk wat u vraagt, maar op uw woord zal ik de netten uitzetten. Leve het leven!
is een goed boekje voor dominees, die dominee dreigen te worden en voor gemeenteleden die aan hetzelfde euvel lijden.
Sipke van der Land heeft dit boekje samengesteld in overleg met mevrouw Munk en met de vertaler Johan Winkler. Hij heeft het van een vriendelijke inleiding voorzien.
De enige kritiek die ik op deze uitgave zou kunnen hebben, is dat zij veel te beknopt is. Het is goed dat we in dit land Munk weer kunnen lezen en kopen, maar de man heeft meer belangrijks geschreven dan 90 pocketspagina's. We wachten dus!
Wat zouden we graag eens een wandeling gemaakt hebben met Kaj Munk! Door de duinen van Vedersö of Egmond. "Pomp je longen vol lucht door over de hei en door de duinen te draven, en laat de storm en de zee je doordrenken met hun onvergankelijkheid, de zee, de eeuwige zee, altijd dezelfde en toch veranderlijk, de zee ... laat die je zijn vrede schenken."
Ook, om tijdens zo'n wandeling eens grondig van gedachten te wisselen over het ontstaan en het gezag van de Schrift, over eredienst en prediking... Hij had nog iets van ons kunnen leren - zoals wij wat kunnen leren van hem. Het betaamt ons preken aan te heffen, die Schriftuurlijk zijn en harten kunnen treffen. Het eerste (Schriftuurlijk) had Munk misschien kunnen leren van ons. Het tweede (die harten treffen) zouden wij kunnen leren van hem. Hoe vaak staan wij, predikanten, niet maar wat te leuteren in de kerk! Dus "dient de predikant geleerd te worden en zich zelf te leren het instrument van vandaag te gebruiken, dat hem in het woord is toevertrouwd, het levende Deens". Of, uiteraard, het levende Nederlands. "Het evangelie loopt nief met een paraplu in de zonnesohijn te wandelen; het schiet niet met pijlen op pantserwagens."
Anders gezegd: het eeuwige evangelie moet in deze tijd worden gebracht.
In ieder geval leert Kaj Munk ons, dat het iets anders is: de Bijbel kennen, èn: de God van de Bijbel kennen. Hij zal door de mensen wel uitgemaakt zijn voor verhaaltjesdominee.
Zo zijn de kerkmensen, in Denemarken en in Nederland.
Maar telkens weer breekt bij hem Het Verhaal door de verhaaltjes heen. De laatste dienen het eerste. Een week na de Duitse inval in Denemarken "hoorde ik een preek in Oslo van een oude Noorse dominee. Ik dacht: wat zal die man nu zeggen? en ik luisterde met ademloze spanning, maar kreeg toen te vernemen dat Jezus Christus de zoendood was gestorven voor uwe en mijne zonden, en dat 's mensen enig heil daarin bestond dat hij dat geloofde. Dat is inderdaad zo, en het is ongetwijfeld juist.
Maar was ik zo verstokt, dat ik het gevoel had dat ik daar toen iemand alleen maar hoorde leuteren?" Horizontalistische maniakken kunnen zich driftig op zo'n passage werpen - ten onrechte. Want door Jezus hebben we God leren kennen. En tegenover God past enkel aanbidding en gehoorzaamheid. Tot het inzicht in de diepste samenhang van het leven komt geen mens uit eigen kracht, hij ontvangt het van God zelf. Wij zijn op weg naar "het land van het geloof, waar het voor ons die elkaar liefhebben in Jezus' naam heten mag: nu is het altijd zomer". Wij putten eeuwig uit de bron der liefde van de God van Jezus Christus.
"Ja, Here Christus, zo zijt Gij opgestaan en zo zijt Gij tot Uw Vader gegaan. En zo zult Gij weerkeren.
Laat hen maar woeden, de machten van de winter, laat hen zich zelf en de wereld waar wijsmaken dat zij. eeuwige rijken stichten.
Zij zijn geoordeeld, mèt hun 'eeuwigheid'. De overwinning is aan de lente. Er komt een dag dat Hij hen onder de voet treedt." Het is Paasmorgen 1941, als Munk deze woorden spreekt - en ook hierin herinnert hij aan de K. Schilder van het begin van de oorlog. "Ik hef de dode kievit op naar de kleine streep blauw, die vandaag zich in de hemel aftekent. In Jezus' naam, daarheen zul je opwieken hoog boven de zalige aarde, en daar omhoog zul je jubelen in de zomer: 'Vive, vive, leve het leven, leve de eeuwigheid!' "
J. H. Veefkind
H. G. Leih, "Geschiedenis van het Protestants Christelijk Onderwijs"
66 pagina's; prijs f 6,45.
Uitg. Kok Kampen.
De Unie "School en Evangelie" bestaat dit jaar een eeuw; een feit waar al op verschillende manieren aandacht voor gevraagd is. Ten tijde van de "Schoolstrijd" opgericht valt de historie van "de Unie" grotendeels samen met de geschiedenis van het Protestants Christelijk Onderwijs in ons land.
In de brochure-reeks "Dichterbij" belicht de Kamper historicus drs Leih de redenen die destijds tot het ontstaan van het bijzonder onderwijs geleid hebben; daarbij valt het accent op de periode tussen 1801, waarin een nieuwe wet het openbaar onderwijs op een nieuw spoor zet, en 1920, het jaar waarin het bijzonder onderwijs gelijkberechting ontvangt.
Talrijke citaten en afbeeldingen geven de lezer een authentieke indruk van het klimaat van die dagen. Verhelderend zijn ook dé hoofdstukken die de gebeurtenissen in een breder kader zetten; de kerkhistorische achtergrond en de verschillende ideaalbeelden die in het onderwijs een rol hebben gespeeld.
Het boekje eindigt vragenderwijs: hoe zal het Protestants Christelijk Onderwijs zich verder ontwikkelen en wat geeft het levensbeschouwelijke onderwijs haar bestaansrecht? Ouders en opvoeders doen er goed aan het boekje aan te schaffen en zich te oriënteren op de antwoorden die vorige generaties op die laatste vraag gegeven hebben.
Wat teleurstellend vond ik de (wel erg) summiere weergave van de ontwikkeling sinds 1920. Mijns inziens was daarover meer te zeggen geweest, temeer omdat verschillende houdingen zichtbaar worden tegenover de huidige onderwijssituaties.
Deze (lichte) kritiek mag echter niemand weerhouden het boekje aan te schaffen.
Vooral ouders die, ondanks (of als gevolg van) de discussie over de middenschool, contourennota’s etc. wat moeite hebben zich te oriënteren kunnen hier terecht.
De bibliografie geeft aan hoe men zich verder in de (ten slotte toch erg belangrijke!) stof kan inwerken. De heer Leih heeft ons door dit nuttige, sympathieke en ook geëngageerde werkje aan zich verplicht.
P.J. van Kampen