Op reis door Galilea

1980-02-15
  • Jaargang 24
  • nummer 7
Toerisme of kruistocht?
In het evangelie naar de beschrijving van Mattheüs zien we Jezus aan Gods hand door Gods land gaan. Zijn reisgids is (uiteraard) geen exemplaar van Baedeker's ‘Palästina und Syriën': Jezus maakt geen toeristische tocht door het "heilige" land. Zijn enige reisgids bestaat uit 'Mozes en de profeten'. Zijn reis is de reis van Israël bij uitstek. Hij gaat door het water, verblijft veertig dagen in de woestijn en trekt dan naar het land van beloften: Galilea, de landstrook der heidenen.
In alles is Hij wat de mens moet zijn: beeld van God: de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen (Hebr. 1 : 3), het beeld van de onzichtbare God (Col. 1 : 15). Ais Hij spreekt, zijn het woorden als van God; dient Hij, dan is dat als uit kracht door God verleend (1 P:tr. 4: 11). Wie Hem (aan het werk) gezien heeft, heeft de Vader gezien(Joh. 14: 9). Dát was van den beginne de opdracht en bestemming van de zoon des mensen, van wie behoort tot het genus 'mens'. In dat alles kristalliseert zich het beeld van God zijn uit: God te vertegenwoordigen, te representeren in het andere rijksdeel: de aarde. Immers: de hemel is de hemel van de HERE maar de aarde heeft Hij aan de mensenkinderen gegeven (Ps. 115': 16). Waar de mens optreedt, moet het zijn als was God zelf metterdaad aan het woord. Ook onze ”handleiding" bestaat enig en alleen uit het evangelie – van Genesis tot Openbaring. Zoals de weg van Gods volk geen toeristische reis maar (helaas) meer een kruistocht is geworden (Mt. 10: 38; 16: 24). Dat typeert nu eenmaal de navolging van Christus (Col. 1 : 24).

Nieuw beroep: vissers van mensen
Terug naar Galilea: Dáár begint Jezus' officiële prediking: bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Vanuit Kapernaum - eens vol hoogmoedswaanzin (Mt. 11 : 23), nu vernederd tot een schamele ruïne - trekt Jezus langs de oever van de zee van Galilea.
De "Prediker" zoekt volgelingen. De vissers die Hij roept - Petrus, Andreüs, Jacobus en Johannes zullen met als "de ouden" naar complimentjes (mogen) vissen om "door de mensen geroemd te worden" en "zich aan de mensen te vertonen" (6: 1, 2; 6: 5; 6: 16-18). Evenmin mogen zij, als die ouden, zich schatten op aarde verzamelen (6 : 19 v.v.). Het tegendeel zal het geval zijn. Hun "schat" ligt besloten in het "zalig de vervolgden ... " (5 : 10-12). Want "hunner is het Koninkrijk der hemrlen" en "uw loon is groot in de hemelen". Jezus windt er geen doekjes om: het wordt een kruis-tocht. Maar dat ligt in de. verwachting. De reisgids is duidelijk: "alzo hebben zijlheeft men de profeten vóór u vervolgd" (5 : 12). Geen vissen naar complimentjes, maar ambtshalve - liever nog: volgens het dienstrooster - bestemd tot vissers van mensen. Nu wordt niet de consumptie het oogmerk noch winst het doel. De winst is voor hun vangst: de gevangen vis zal teruggezet, de vrijheid hergeven worden.
De mens(heid) moge zich weer voelen als een vis in het water van Gods vrijheid. En zelfs de op eigen gezag door "de ouden" uitgezette bordjes "verboden te vissen" zullen Jezus noch zijn volgelingen weerhouden de netten uit te werpen.
Schrift en traditie Daar gaat Hij, met zijn volgelingen. Waar? Waar anders dan in het land van beloften: "en Hij trok rond in geheel Galilea en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal onder het volk" (4 : 23).
Zo'n dienst had je moeten kunnen meemaken, denk je bij jezelf. Arme schriftgeleerden die de vólgende sabbat de dienst in de synagoge leidden. Een letterlijk hemelsbreed verschil. De mensen stonden versteld over Zijn leer. Want ik neem aan dat ook voor die synagogediensten kon gelden: "HIJ leerde hen als gezaghebbende en niet als hun schriftgeleerden" (7 : 29). Het was of God zèlf aan het woord was en dat was Hij ook. Jezus deed wat Petrus later schreef: "spreekt iemand, laten het woorden zijn als van God" (1 Petr. 4 : 11). Als van God en niet als van rabbi zus die het weer van rabbi zo heeft gehoord: de ontspoorde en daarna vastgelopen traditie; muggenzifterij die Jezus tot de onthutsende vraag brengt: "waarom overtreedt ook gij ter wille van uw overlevering (zelfs) het gebod Gods?" (Mt. 15 : 1-20, m.n. vs. 3). En even later: "zo hebt gij het woord Gods van kracht beroofd ter wille van uw overlevering" (15 : 6). Het is onvoorstelbaar wat eerzucht gepaard aan zucht tot behoud voor schade kan berokkenen aan Gods volk. Het doet mij denken aan een overigens vrij eerlijk artikeltje in een r.k. parochieblaadje. Onder het opschrift "Zondag van de Schrift - 27 januari" valt te lezen: "AI! bezit de Katholieke Kerk volgens het tweede Vaticaans Concilie volledigheid van heilmiddelen. toch kende zij in haar geschiedenis "bewustzijnsvermaningen" in geloof en praktijk. Een klein voorbeeld: het toestaan van slechts één gedaante van de Eucharistie (wel brood, geen wijn voor het gewone volk, P.) aan de gelovigen, Men noemt dit een verschijnsel van "vernauwing", verduistering van de traditie".

Van verduistering tot zaligspreking
Verduistering van het evangelie zou een betere typering zijn, zij het met alleen voor de R.K. kerk ... Maar ik kan me voorstellen hoe duister het ook in dát opzicht in Galilea was. En al evenzeer hoe Jezus' prediking van het Koninkrijk werd ervaren als een 'zonsopgang: zon over Galilea. Uit Jezus' mond kregen ze te horen hoe Gód over hen dacht - en toch stond Jezus ook niet meer ter beschikking dan "Mozes en de profeten". Dezelfde rollen overigens die ook de schriftgeleerden hanteerden (Joh. 5 : 39). De verkondiging van het evangelie ging gepaard met, werd onderstreept door genezing van alle ziekte en kwaal (vgl. Mt. 8 : 17). Onderstreept: ook wie genezen wordt, moet toch eenmaal sterven. Het evangelie gaat boven genezingen uit: "wie in Mij gelooft, zal leven,' ook al is hij gestorven ... " (Joh. 11 : 25). Toch kun je je de vreugde voorstellen van al die mensen die uitzichtloos leefden: genezen in en uit naam van hun God! Licht en leven en vreugde zijn synoniemen.
Geen wonder dat Mattheüs kan schrijven: "en het gerucht van Hem drong door tot in geheel Syrië (de nooit door Israël bezette kuststrook). Het veroorzaakt een toevloed van ernstig zieken (4 : 24) en: Hij genas hen allen ... Je kunt je nauwelijks voorstellen wat dat geweest moet zijn voor Galilea ... Wel wat het teweegbracht: "en Hem volgden vele scharen uit Galilea en Decapolis en Jeruzalem (!) en Juda en het Overjordaanse" - alleen Samaria ontbreekt op het appèl (4: 25).
Het begin van Jezus' optreden is overweldigend. Alleen - je zou wel eens willen horen wat nu die indrukwekkende prediking van het Koninkrijk inhield - het was immers de climax (4: 12-17)? Nu, luister: "...en Hij opende zijn mond en leerde hen, zeggende: zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen..." (5 : 1 v.v.)!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief