Pauselijke glimlach
1980-02-15
Deze week toonde de Glasgow Herald een foto van paus Johannes Paulus 11, die op zijn wekelijkse audiëntie een slangenmens, een zogenaamde cortortionist uit een Italiaans circus, haar gang liet gaan. Op de voorgrond zien we de (of het) slangenmens in een gracieuze hoogstand op een tafel, steunend op haar onderarmen, het lichaam sierlijk boven haar hoofd gewelfd als een klankbord boven een ouderwetse preekstoel. Op de achtergrond zien we een aantal geüniformeerde dames, misschien een koor anders een orde; voorts telt de achtergrond enkele hoge geestelijken, die de paus omringen. En eindelijk toont de foto de paus zelf, zittend op zijn troon en kijkend vol aandacht naar de mens-in-optima-forma, de zichzelf overtreffende acrobaat, die het toppunt van lichaamsbeheersing als eerbewijs de heilige kerkvader presenteert.- Jaargang 24
- nummer 7
Tot zover voorlopig de foto. Misschien zag u die wel? Naar we menen te weten is het niet ongebruikelijk, de paus tijdens een algemene audiëntie eerbewijzen aan te bieden. Dat een kunstenaar (is een slangenmens geen kunstenaar?) zijn liefde, eerbied, bewondering, zelfs adoratie, in zijn kunst uitdrukt moet dus in die kring aanvaardbaar heten. En de huidige paus, een Poolse officierszoon, die bij het betreden van elk nieuw land letterlijk de grond kust, is "sportief" genoeg om wat te kunnen velen. Dat blijkt op deze foto zeer duidelijk.
De jonge vrouw vertoont in haar ongewone houding namelijk iets meer dan we tot nu toe vermeldden. Was ze bij het betreden van het Vaticaan oorreet gekleed in donker fluweel, gesloten hals, lange nauwe broek en sobere haarversiering - bij de gefotografeerde hoogstand bleken haar fluwelen jakje en haar heupbroek niet meer aan elkaar te passen. Ze lieten ruimte voor een slank buikje, dat uitgerekend recht naar de paus was gericht! En (dat is de ellende van een momentopname) hoe langer u naar de foto ziet, hoe onhoudbaarder de situatie wordt. Want het dringt tot u door, dat een der prelaten, zonder een ogenblik zijn aandacht voor het gebodene te verliezen, zijn hand voor de mond slaat; niet voor de ogen maar voor de mond. Dat een andere prelaat zijn duidelijke lach niet meer kan verbergen. En dat zijne heiligheid de paus zelf een bewonderende glimlach half achter zijn rechterhand verstopt. Naar het leven gegrepen.
Jawel, paus Johannes Paulus 11 (we hopen de naam nu juist te schrijven) heeft een glimlach over voor een overtollig stukje vrouwelijk schoon. Hij is tenslotte een man en draait daar niet om heen. Al wil hij het celibaat voor priesters nog lang niet loslaten. Met zijn wereldkundig gemaakte glimlach heeft hij meer aan de emancipatie van de roomse kerk bijgedragen dan al zijn hoogkerkelijke remmingen. Soms is de natuur sterker dan de leer.
Onlangs hebben we in dit goede blad kunnen lezen (drs P. v. Kampen, pag. 28) dat in het nabije Oosten de vraag leeft: of het zien van de navel ener vrouw een man tot immoraliteit zou verleiden. Voor ons Westerse mensen, die ongevraagd alles gepresenteerd krijgen, is dat een bespottelijke vraag. Maar enige generaties terug was dat heel niet bespottelijk.
In de Victoriaanse tijd achtte men zelfs het tonen van een vrouwenenkel al op de rand van het toelaatbare. Geen dokter, geen naaister zou in vroeger jaren aan de mollige armen van mijn moeder raken, als mijn vader er niet bij stond. Een goed huisvader stond in voor de eer van zijn vrouw, van zijn gezin, van zijn ouders, van zijn omgeving. En de latere geruchten over Victoria, die na het overlijden van haar echtgenoot een vrij dubieus leven schijnt te hebben geleid, werden als vuige laster terzijde geveegd.
Waarmee gezegd wil zijn, dat elke sociale uiting aan zijn tijd moet worden gekoppeld. Victoria heeft het wulpse hofleven sterk beknot, althans onder tafel geschoven. Door haar theorie en vooral door haar praktijk heeft de wal echter het schip gekeerd. Dientengevolge heeft de burgerlijke braafheid het veld geruimd voor veel meer realisme dan voorheen voegzaam kon heten.
Met die braafheid verdween een heel stuk huichelarij, die in het Victoriaanse puritanisme zat ingebouwd. Dat laatste is natuurlijk winst. Maar dat het streven naar "eerlijkheid" doorsloeg in een streven naar schaamteloosheid is natuurlijk een verliespunt. Want kuisheid is nog wat anders dan preutsheid. Preuts immers is gemaakt-eerbaar, huichelachtig fatsoenlijk.
Maar kuis heeft met zedigheid, ingetogenheid, eerbaarheid te maken; zelfs is wel beweerd dat het verband houdt met het werkwoord kiezen: weten wat verkieslijk en wat verwerpelijk is.
Nu is een glimlachende paus niet onfeilbaar. Volgens onze Roomse lot-, soort- en tijdgenoten is hij alleen onfeilbaar als hij het er zelf bij zegt, als hij "ex cathedra" spreekt. En op de foto zit hij op een gewone troon, niet op een leerstoel. Dus zijn glimlach is geen uiting van onfeilbaarheid, eerder bewijs van zijn onbevangen mannelijkheid.
Nu leven we in een tijd waarin pastoors over trouwen denken, zelfs zónder nadenken daar aan beginnen. Parochianen moedigen dit veelal aan: ze eisen dat de Roomse kerk haar dwaze eis van celibaat zal loslaten. De paus zelf denkt daar nog niet aan, maar spreekt toch anders dan zijn voorgangers, staat open voor enige discussie. De eeuwenoude praktijk van Rome zal daar wel aan debet zijn: van vele pausen is immers bekend, hoe zij een schunnig leven op hun "geestelijkheid" overhielden. En als we nagaan, hoeveel namen als De Paus, Bisschop, Pastoors, Van Klooster, Verkerke en andere burgerrechten hebben, krijgen we de indruk dat er heel wat onheilige verbindingen door "heilige mannen" zijn gelegd.
De natuur is altijd sterker dan de leer en de heilige apostel Paulus, zelf ongehuwd en wensende dat meerderen zo mochten zijn, schreef tegelijk eerlijk: het is beter te huwen dan (aan zijn seksualiteit) te verbranden.
Wat Rome van haar priesters eist is een miskenning van Gods orde, een miskenning van de menselijke aard, een miskenning ook. van de vrijheid welke Christus voor ons verworven heeft en een soort eigenwillige godsdienst: het brengen van mensenoffers. Die eis is aan alle kanten onredelijk en onhoudbaar; kan alleen problemen, remmingen, psychosen en ongeestelijke overgeestelijkheid oproepen.
Het wordt tijd dat de Roomse kerk deze dingen ziet en erkent. De Anglicaanse kerk, in wezen een Britse variant op de R.K. Kerk, heeft het huwelijk altijd als eerbaar gezien; waarin de voorgangers een voorbeeld voor hun kudden betekenden. Ze zijn niet minder dan de Roomse priester, ook in hun falen.
Het is geen vraag of de sexe-cultus van onze dagen goed of kwaad is. Wat wij steeds meer beleven is geen eerlijkheid maar schaamteloosheid. Er zijn immers dingen, die op hun tijd en plaats goed en eerbaar en rein zijn maar die buiten de bescherming van de gezinssteer misdadig worden.
Iemand zei me eens: jullie kerkmensen houdt uit preutsheid je huwelijksgeheimen achter het slot van de slaapkamer en meent daarin beter dan anderen te doen. Mijn antwoord was: een gezond huwelijk is veel te goed om aan openbare beduimeling te worden prijsgegeven. AIs je daarover wilt meespreken moet je eerst anders gaan leven.
Misschien zit hier wat in, dat u gebruiken kunt. Voor de reinen is alles rein. Voor de dienaren van Baäl en Astarte (dat monsterkoppel uit een heidens verleden, dat vandaag weer opspeelt) is altes Baäls-dienst en Astarre-verering. Maar voor wie de Heiland in onverderfelijkheid liefhebben is de seksualiteit een kostelijke scheppingsgave, die zelfs een alledaags leven tot vervoerende hoogtepunten kan brengen.
Misschien is dat wel eens aan paus Johannes Paulus 11 gerapporteerd. Misschien is hij de betrekkelijke waarde van een levenslang celibaat al gaan inzien. Misschien ziet hij in de topprestatie van een acrobate wel meer absolute lichaamsbeheersing dan in hemzelf. En misschien is hij al bezig, zijn afkeer van de vrouwelijke charme te overwinnen. Het zou zijn pauselijke glimlach om een halve vierkante voet vrouwelijkheid kunnen verklaren en vergeeflijk maken.