Kerk zijn in Japan

1980-02-15
  • Jaargang 24
  • nummer 7
Volgens een statistisch rapport van juli j.l. telt onze kerk thans 91 gemeenten met in totaal 6889 leden, 103 predikanten en 236 ouderlingen (laatstgenoemden worden bij ons voor het leven geïnstalleerd). Het aantal christenen (protestant, rooms-katholiek, Grieks-orthodox) vormt slechts 1 procent van de totale bevolking van Japan van ongeveer 120 miljoen. Vele landen in Azië leggen de Evangelieverkondiging beperkingen en belemmeringen in de weg. Japan kent echter volledige vrijheid voor zendingsactiviteiten. Toch is, vergeleken bij de rest van Azië, het percentage christenen tot op heden relatief het laagste in ons land.

Japan is een typisch niet-christelijk land. Mogelijk ligt de reden hiervoor in de innerlijke geest van de japanner. In "het tweede gedeelte kom ik hierop terug. Nu eerst nog wat cijfers uit de statistieken. Van de 6889 leden die onze kerk telt zijn er slechts 3645 belijdend lid (dus weinig meer dan de helft). Het totaal aantal leden van de verschillende kerkgenootschappen afzonderlijk is als volgt: Verenigde Christelijke Kerk (Kyodan): 188.000. Over deze kerk nog dit: zoals gezegd is zij het product van de Wet ter Regeling van de Godsdienstige Lichamen. Na de oorlog gingen de voormalige kerken elk weer op zichzelf staan. maar vele plaatselijke gemeenten bleven wat ze waren en zorgden zodoende voor de voortzetting van de Verenigde Kerk. Zij is thans de grootste protestantse kerk. Het ligt voor de hand dat zij geen eenheid van belijden kent: haar enige formulier bestaat uit de Twaalf Artikelen voorafgegaan door een eenvoudige in1eiding. Van elk artikel worden dan ook uiteenlopende interpretaties toegestaan. Als gevolg wordt deze kerk meer en meer vrijzinnig.
Een waarlijk christelijke kerk die in de lijn van de protestantse kerkhervorming wil staan zal altijd, als ecclesia semper reformanda, de erfenis aan reformatorische belijdenisgeschriften overnemen en tegelijk haar eigentijdse belijdenis trachten op te stellen.

De op één na grootste protestantse kerk in Japan is de Anglicaanse Kerk met 58.000 leden. Daarna volgen de Baptistenbond (24.000), de EvangeIisch-Luthersen (19.000) en de Nihon Christelijke Kerk, deels gereformeerd, deels barthiaans (13.000). Dan zijn er nog de kerkgenootschappen met minder dan 10.000 leden: het Leger des Heils, de Immanuëlkerk, de Nihon Jezus-kerk, de Heiligheidskerk (methodisten), en eindelijk dan onze Gereformeerde Kerk in Japan.

Sinds de oprichting van de G.K.J. zijn 33 jaar voorbijgegaan. Zij is nog altijd erg klein, ondanks intensieve evangelisatie door haar pastors en gelovigen. Dit wijst erop dat wanneer een kerk het evangelie brengt zonder water bij de wijn te doen ter wille van de Japanse geest, die sterk beheerst wordt door voorouderverering en afvallig-religieuze zeden en gewoonten, het wel zeer moeilijk wordt om mensen voor Jezus Christus te winnen. Maar evangelisatie is het werk van God door de Heilige Geest. Wij wensen ons vertrouwen op God te stellen en kunnen alleen maar het evangelie verkondigen in hoop. Wij willen als de 7000 zijn, die hun knieën voor Baäl nog niet gebogen hadden.

2. De moeilijkheid van zending in Japan en kenmerken van de Japanse denkwijze
De Japanse manier van denken, voelen en beleven is diepgeworteld in de traditie van het shintoïsme en het boeddhisme. Deze zijn samengegaan en vermengd tot de nationale zede. Dr. Ienaga, hoogleraar voor de Japanse geschiedenis aan de Universiteit van Tsukuba, heeft gezegd dat het Japanse volk de aanleg heeft voor "rekbare aanpassing". Ik geloof inderdaad dat elasticiteit het kenmerk is van de Japanse geest. In de 16e eeuw sloot het keizerlijk bewind het land voor alle buitenlanders, behalve de Hollandse handelaars. Het wilde alleen westerse wetenschap toelaten en de jezuïeten-missionarissen uit andere landen uitsluiten om het christendom buiten de deur te houden, onder het motto: Japanse geest, Westerse kunst (= wetenschap en techniek). De Japanse geest, het Japanse denken moest onaangetast blijven.

Niettemin is deze Japanse geest een bijzonder vaag begrip. Voor mij betekent het shintoïstisch en boeddhistisch pantheïsme en pancosmisme, Het betekent tegelijk het vermogen tot rekbare aanpassing. Vandaar dat in de Japanse geest, die syncretistisch en synthetisch is, datgene wat niet naast elkaar kan bestaan, toch wezenlijk wèl naast elkaar kan bestaan.
Veel mensen buigen voor een klein huisaltaartje waarin hun voorouders vergoddelijkt zijn (shintoïsme). En de meeste Japanners reizen tijdens de Bonperiode - de derde week in augustus - naar hun plaats van herkomst of afstamming om de zielen van hun voorouders te verwelkomen (boeddhisme), in het geloof dat in deze periode hun voorouders hun thuis weer opzoeken. De anders door verkeer zo verstopte straten van Tokyo en andere steden zijn dan leeg en verlaten terwijl de snelwegen vol files staan (zo erg dat soms babies in de auto's aan de zomerhitte bezwijken).
Hier zien we al de gewoonte die shintoïsme en boeddhisme in zich verenigt.

En tijdens de kerstdagen koopt iedereen van kantoor op weg naar huis een echte kerstcake om het kerstfeest te vieren. Ik las in een recente krant die mijn vrouw mij stuurde, dat Premier Ohira, die als christen bekend staat, een bezoek heeft gebracht aan de Jasukuni-schrijn waar de zielen van de gesneuvelde soldaten vergoddelijkt zijn. Maar behalve de christenen van calvinistische huize vinden de meeste Japanse christenen een dergelijk gedrag niet vreemd. Zo is het gemiddelde Japanse bewustzijn.

De doorsnee Japanse geest kan het begrip niet vatten van een enig, waarachtig, persoonlijk, almachtig God. Daarom kwam de eerste bijbelvertaler in het Japans al op de eerste bladzijde van het Oude Testament voor een grote moeilijkheid te staan. Het Japans had geen enkel passend woord voor God. Voor de Japanse mens is de wereld niet door een bovennatuurlijk iemand geschapen. De volstrekt enige God als Schepper van het heelal, die het christendom leert, bestaat voor hem nergens. De Japanse opvatting van het universum is Mushi-Mushi: geen begin - geen einde.
Dus is het voor de Japanner uiterst moeilijk begrip te krijgen van een levende, persoonlijke, enige God die de werelde geschapen heeft en alles wat geschiedt naar zijn raad bepaalt. Veel belangrijker dan een godsbegrip is voor het shintoïsme en het boeddhisme het begrip familie of stam, het begrip natuur, in één woord, het begrip totaliteit.

Een Japanner kan voor zichzelf niet uitmaken of hij nu shintoïst dan wel boeddhist is, zozeer zijn die twee vermengd. Het shintoïsme is gebonden aan de meer primitieve voorouderverering en de enkeling heeft zijn individualiteit binnen zijn gehele familie, welke bestaat uit de levenden èn de voorouders. De familie omvat alle verwanten veraf en nabij.
Deze structuur werd tijdens de 2e wereldoorlog door het totalitaire militairisme benut. Het Japanse volk werd hiërarchisch geordend en de gehele natie moest één familie zijn, aan de top waarvan de Keizer zetelde als een vader. De Keizer werd nu het totaliteitsbegrip. Menig soldaat wilde zich spontaan offeren op het slachtveld voor de naam van de Keizer. Wat betreft het boeddhisme, en speciaal het Zen-boeddhisme, dit is een meer wijsgerig verfijnde religie, Het heeft een tempel, omringd door een prachtige tuin met miniatuurbergen en riviertjes. Dit stelt de microkosmos voor. Deelnemers zitten op het terras en geven zich over aan contemplatie.
Zij moeten blijven zitten totdat hun individualiteit oplost en elke eigenheid is opgenomen in de kosmos. Men beleeft de hoogste religieuze extase wanneer men zelf verdwijnt om op te gaan in de 'natuur' - het begrip van totaliteit, universaliteit.

In het Japanse denken is dus altijd een gevaarlijke neiging tot totalitarisme aanwezig. Deze combinatie van twee religies verklaart de unieke geesteshouding van de Japanse mens. Het begrip van totaliteit, universaliteit kan zich wijzigen. Met het einde van de oorlog raakte men de godkeizer als totaliteitsbegrip kwijt. Maar het vermogen tot rekbare aanpassing bleek in staat een nieuw begrip te vinden. Namelijk het bedrijf of onderneming. De meeste werknemers, in kantoor of werkplaats, zijn bereid zichzelf en hun gezin en al hun geestelijke activiteit aan dit nieuwe alheidsbegrip op te offeren. Hun hele persoon of individualiteit dient op te gaan in het welzijn van de onderneming. Zij vinden hun identiteit in het besef te behoren tot de "gemeenschap". Dit is een nieuwe vorm van totalitarisme.

Andere Aziatische landen staan argwanend tegenover dit economisch totalitarisme en noemen de Japanner een homo economicus. Deze instelling heeft Japan omhoog gevoerd tot één van de technisch meest ontwikkelde landen ter wereld, naast Amerika en West-Duitsland. Zij vinden het helemaal niet vreemd op het dak van een modern gebouw van een volledig gecomputeriseerd bedrijf een altaar aan te treffen gewijd aan de slang of de vos. De Japanse geest aanbidt de voorouders waardoor men met de hele familie gemeenschap oefent: de levenden moeten de zielen van de gestorvenen troosten en de doden behoren aan de levenden voordeden voor dit aardse leven te bezorgen.

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief