De ENE, de Rechter van allen

1980-02-21
  • Jaargang 24
  • nummer 8
God is Hij naast Wie er geen God is, die Alle dingen, de openlijke en verborgen dingen, kent. Hij, de Meest Genadige, de Meest Barmhartige. God is Hij, naast Wie er geen God is.
De Soevereine, de Heilige, de Bron van Vrede (en Volmaaktheid), de Wachter des Geloofs, de Bewaarder van Veiligheid, degene Hoog in Macht, de Onweerstaanbare, de Allerhoogste. Glorie aan God! (Hoog is Hij) boven alle metgezellen die men aan Hem toekent."

Soera 59: 22, 23

"Zeg: Hij is God, de Ene en Enige, God de Eeuwige en Absolute. Hij verwekt niet noch is Hij verwekt. En er is er geen die aan Hem gelijk is."

Soera 112: 1-4

"Op die Dag zal God tot hen roepen en zeggen: Waar zijn mijn "metgezellen" die gij als zodanig beschouwdet?"

Soera 28: 62,74

Daar staat Mohammed dan. Tegenover zijn stadgenoten, die hem voor bezeten, een dichter, een naprater van anderen uitmaken. De Mekkanen hèbben immers al hun goden? Allah, de oppergod, zijn drie dochters Al Lat, Al-Uzzah en Manat, en nog ruim 300 godenbeelden hebben hun plaats in en rond de Kaäba. (Soera 53 : 19-21).

Tegenover zijn heidense stadgenoten spreekt Mohammed over Allah, die de Enige is. Hij is de Ene God van het heelal, naast Hem is er geen. Naast de aanstoot die hij daarmee geef.t (afgezien van alles, was Mekka ook een plaats die zijn rijkdom ontleende aan de pelgrimstochten van gelovigen uit heel Arabië) spreekt Mohammed dan ook nog over de Jongste Dag, een Dag waarop de doden tot leven zullen komen en waarop Allah recht zal spreken. De stadgenoten blijken niet onder de indruk. Die Mohammed praat vreemde taal. We lezen hun reaktie weergegeven in de Koran: "De ongelovigen zeggen: "Wat? Als we stof worden, wij en onze vaderszullen we werkelijk (uit de doden) worden opgewekt? Het is waar dat dit ons beloofd is - ons en onze vaders vóór ons: het zijn niets dan oude kletspraatjes." (27 : 67, 68) Elders lezen we dat ze zeggen: "Wat? Als we sterven en rot stof weerkeren, zullen we dan opnieuw leven? Dat is een soort terugkomst die ver bij ons begrip vandaan ligt." (50 : 3).

Tien eenzame jaren lang verkondigt Mohammed tegenover soms felle oppositie zijn boodschap van Gods wezen en kondigt hij de Dag van de Opstanding en het Gericht aan. Als we zo zijn woorden lezen, lijken sommige passages wel wat op Oudtestamentische profeten. (Gezien bepaalde aspekten van zijn leer is het niet verwonderlijk dat - vanaf de eerste ontmoetingen met Jodendom en Christendom - men de Islam een "Joodse ketterij" of "een Christelijke ketterij" genoemd heeft; waarbij het woord "ketterij" niet moet worden weggemoffeld ... )
Wat zegt Mohammed - namens Allah - over Diens wezen? Allah is de Schepper van hemel en aarde; die heeft Hij gemaakt in 6 dagen. (7 : 54, 32: 4). Hij heeft zeven hemelen/firmamenten geschapen. (7: 44; 65: 12; 78 : 12). Hij heeft mensen uit een klompje bloed, ui-t een enkel zaadje gemaakt (23: 12, 13; 35: 11) en Hij leidt ieders leven. In zijn volstrekte monotheïsme is Mohammed sterk doordrongen van Allahs voorbeschikking. "Geen 'enkele rampspoed kan plaatsvinden tenzij met Gods toestemming", (64: 11) "want God laat dwalen wie Hij wil en Hij leidt wie Hij wil." (35 : 8) "Als Wij het aldus gewild hadden, hadden we zeker elke zie'! ware leiding kunnen verschaffen. Maar het woord dat van Mij uitgegaan is zal worden bewaarheid: "Ik zal de hel met djinn en mensen vullen"." spreekt Allah in 32: 13. Allah geeft de overwinning aan wie Hij wil. (30 : 5). Hij bepaalt ook wanneer de tijd van een volk verstreken is. (15 : 4, 5). Ook is Hij degene die geloof schenkt of het onthoudt.
(10 : 100). Allah is degene die het leven begonnen is, het in stand houdt, die zowel mensen als b.v. bomen tot aanzijn geroepen heeft. De eenheid van de schepping is bewijs van de Ene God.

Mohammed verdedigt dus Allah's eenheid. Hij verdedigt die tegen de bewoners van Mekka, die Allah drie dochters toekennen. Een gruwel is dat voor Mohammed (en Allah!): "En ze kennen God dochters toe - Ere zij aan Hem - terwijl ze zelf zonen wensen." (16: 57). Want als ze horen dat ze een dochter hebben gekregen, zijn ze niet blij (is nog vaak zo in het Midden Oosten; alleen zonen tellen echt!) Hoe kan men dan God wèl dochters toekennen?, vraagt de Profeet zich af. Als hij een paar jaar voor zijn dood Mekka verovert, verwijdert hij alle godenbeelden.

Het gaat echter hier niet alleen tegen de heidenen van Mekka, maar ook tegen de Christenen. "Hoe kan Hij een zoon hebben, als Hij geen echtgenote heeft?" (6: 101). ,,0 volk van het Boek, overschrijdt niet uw godsdienst; zegt niets van God dan de waarheid. De Messias Jezus was niet meer dan een apostel van God. En zijn woord, dat Hij tot Maria deed komen en een geest uit Hem. Geloof dan in God en Zijn apostelen. Zeg niet: "Drie" (Drieënigheid, PvK) Sta daarvan af, dat zal goed voor u zijn. Allah is een enig God, Hij is te verheven dan dat Hij kinderen zou hebben." (4: 171). "Ze zeggen: "God heeft een zoon verwekt - glorie zij aan Hem - Hij is in zichzelf genoegzaam. Van Hem zijn alle dingen in de hemelen en op aarde. Geen aanleiding hebt ge om dit te zeggen.
Zegt ge van God waar ge geen weet van hebt?" (10 : 68).

Op de Jongste Dag zal Allah de aarde richten. Als de aarde zal schudden, de hemel scheuren zal, de sterren dooreen geschud zullen worden en de oceanen zullen samenvloeien, dan zal het gebeuren. (82: 1, 29: 1 etc.). De zon wordt opgevouwen, de sterren zullen neervallen en de bergen zullen weggeblazen worden. (81 : 1-3). De Rechter zal op zijn troon zitten en de boeken zullen ter hand worden genomen. De rechtvaardigen weten hun daden opgeschreven in het boek Illiyun, dat hun in de rechterhand zal worden gegeven. (17: 71; 69: 19; 83: 18-20; 84: 7). Wee regenen wier naam in het boek Sidjeen geschreven staat en die dat boek in hun linkerhand - volgens andere teksten achter hun rug - ontvangen zullen. Daarin staan boze daden beschreven, die geen vergeving ontvangen zullen. Al1ah heeft alles nauwkeurig bijgehouden. (64: 7; 75 : 13; 78 : 29). En Hij is een God van wraak.

De rechtvaardigen, de "Metgezellen van de Rechter Hand" (56: 27, 38) runen altijd in het Paradijs zijn. Daar zal altijld vers en helder water zijn, aangenaam gezelschap van jonge mannen bestaan, terwijl hun als vrouw worden toegewezen donkerogige “houri's", beeldschone en zedige maagden.
(44: 54, 55 : 46, 72, 73; 56: 11-38). Ze zullen mogen uitrusten op banken met dikke kussens en noch felle hitte of overmatige koude ervaren. In trossen zullen vruchten boven hen hangen; zijden gewaden zullen hun kleding zijn. Hun wijn zal vermengd zijn met "kafur" (kamfer???) (76 : 5, 12-22; 55 : 46-77). Ze zullen drinken uit zilveren of kristallen bekers.

Wie in dit (door Christenen en Joden vaak nogal "sensueel" genoemde) Paradijs verblijven hebben het oneindig veel beter dan de anderen die naar de hel verwezen zijn. De hel is een plaats met zeven poorten, bewaakt door negentien wachters (74 : 30). Vuur schroeit steeds opnieuw de huid van de verdoemden, die tot in eeuwigheid hier moeten blijven.
We lezen dat men kokend water moet drinken. Meer detail vinden we in de Soera's "Abraham" en "de Grot". "Vóór zo iemand ligt de hel, en als drank ontvangt hij kokend, smerig water. In teugjes zal hij het opzuigen, maar nooit za<lhij er toe kunnen komen om het door zijn keel te laten gaan. Van elke hoek zal de dood hem aangrijnzen, toch zal hij niet sterven. Vóór hem zal de onverbiddelijke kastijding zijn." (14: 16, 17). "Voor de boosdoeners hebben we een Vuur bereid waarvan de vlammen en de rook, die als muren en dak van een tent zijn, hen omgeven. Als ze om verlichting smeken, zal hun water als gesmolten koper gegeven worden dat hun gezicht verzengen zal. Hoe afschuwelijk die drank! Hoe ongemakkelijk die ligbank om je op uit te strekken." (18 : 29). "Wanneer ze daarin geworpen worden, zullen ze het gruwelijke inhouden van de adem horen, zelfs als de vlammen eruit slaan. Bijna in woede uitbarstend zullen, elke keer als er een groep in geworpen wordt, de bewakers vragen: "Is geen Waarschuwer tot u gekomen?" Ze zullen antwoorden: "Ja wel, een Waarschuwer is tot ons gekomen, maar we hebben hem verworpen en hebben gezegd: God heeft nooit een Boodschap nedergezonden... " (67 : 7-9). "Zij die in het Vuur zijn zuilen tot de Wachters zeggen: "Bidt dat uw Heer tenminste een dag onze straf verlicht." Ze zullen zeggen: Zijn er tot u geen Apostelen met duidelijke tekenen gekomen? Ze zulen zeggen: Ja. Dan zullen ze 'antwoorden: Bidt dan, zo ge wilt. Maar het gebed van hen die zonder geloof zijn is slechts... (ijdel)." (40:49, 50).
Een scherpe waarschuwing dus aan het adres van allen die Mohammeds boodschap niet aanvaarden willen. "Zij spreken godslasterlijk die zeggen: "God is Christus, de zoon van Maria." Maar Christus zei: ,,O Kinderen van Israël, dient Allah, mijn Heer, en uw Heer." "Wie andere goden met Allah verbindt - Allah zal hem het Paradijs onthouden en met Vuur zal zijn woonplaats zijn." (Soera 5 : 75).
Een bemoediging voor Mohammeds aanhangers: "Denk niet dat zij die voor Gods zaak gesneuveld zijn dood zijn. Nee, ze léven en vinden hun verzorging in de aanwezigheid van Allah." (Soera 3 vers 168).

Literatuur: de Koran. Zoals u ziet, zijn er veel verwijsplaatsen gegeven.
Wie iets van de Islam weten wil kan niet om het lezen van de Koran heen. Helaas ... ?

Er zijn drie uitgaven die ik kort bespreken wil. In de eerste plaats Kramers Nederlandse vertaling, uitgegeven door Elsevier. Een goede vertaling, die het meest voor de hand ligt. Twee Engelse vertalingen noem ik echter ook. In de eerste plaats de vertaling door N. J. Dawood, uitgave Penguin, De vertaler heeft de teksten zodanig geselekteerd dat ze wat meer een geheel vormen. (waarvoor ik hem erg dankbaar was.) Een vlotte vertaling, zonder tekstaanduiding. Nadeel daarvan is dat je bijna geen verwijzing in de literatuur óver de Koran kan vinden. De voordelen wogen daar wel tegen op, vind ik. Je leest de Koran als een roman (nou ja...). Verreweg de mooiste uitgave mij bekend is ook een Engelse vertaling, The Holy Qur'an van A. Yusuf Ali, die voorzien is van de Arabische tekst (aan de meesten van ons niet besteed) èn van een concordantie en kanttekeningen, waarin de islamitische exegese uitvoerig aan de orde komt. Een uitvoerige inleiding op de Koran is wel aardig. Kanttekeningen maken het echter tot een zeer nuttig werk, zeker voor wie enigszins professioneel met de Koran moet werken. Ik zou niet zonder kunnen!

Kramer. De Koran. Elsevier. Prijs f 25,50 (ongeveer).
Dawood, The Koran. Penguin. 431 pp. Prijs f 10,-.
Yusuf Ali.The Holy Qur'an. The Islamic Foundation. 223 London Road. Leicester LE 2 1 ZE Engeland.


Volgende keer: de visie op Jezus in de Koran.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief