Kerk zijn in Japan
1980-02-21
Naar Japanse denkwijs zijn menselijke vrijheid en natuurlijke noodwendigheid - kort gezegd: vrijheid en natuur - niet antinomische, dialectische begrippen zoals in de westerse cultuur. Wanneer in de westerse cultuur het positivisme en het materialisme opkomen, die beide ook de denkwijze uit de natuurlijke noodzakelijkheid trachten te verklaren, dan verschijnt onvermijdelijk ook het tegengestelde standpunt, dat de nadruk legt op geestelijke waarden en menselijke vrijheid. Zo komen vrijheid en natuur tegenover elkaar te staan als afgod en tegen-afgod. Het spreekt vanzelf dat wij op bijbels standpunt beide dualismen afwijzen, omdat èn het terrein van de natuur èn de menselijke geest onderworpen zijn aan de wet van God de Schepper. God is soeverein op alle gebied van de geschapen werkelijkheid.- Jaargang 24
- nummer 8
Maar anderzijds moet de mens verlost worden van de zonde en vrijgemaakt van de gevolgen van de zonde in het hart en de christen heeft ware kennis van God en mens in het hart en heeft het beeld van God herkregen en alleen in deze zin, niet in de humanistische Z1Ïn,kan de menselijke individualiteit en persoonlijkheid bevestigd worden. Het christelijk geloof, aldus opgevat,' is het geloof dat de mens waarlijk vrij kan maken, tot vrije persoon en individuele eigenheid. Alleen het christelijk geloof is in staat het aardse, het uit de oude vleselijke natuur voortgebrachte, onder kritiek te stellen. Maar de Japanse denkhouding is de denkwijze die de persoonlijkheid vernietigt.
Daarom is het voor de Japanse mens moeilijk om eigen mening te uiten los van de gemeenschap. Het is een gemeenschapskultuur. Wanneer je Japanse toeristen tegenkomt is het altijd een groep. Terwijl in de westerse kultuur het gevaar bestaat van het afvallige dualisme van natuur en vrijheid, is er in de Japanse kultuur het gevaar van het totalitairisme, ontsprongen aan het dualisme "Japanse geest - Westerse kunst ... " De Japanse geest vergoddelijkt elk willekeurig totaliteitsbegrip en geeft er zich geestdriftig aan over. Vandaag is dat het streven naar economische heerschappij.
Men zoekt alleen de technische vooruitgang en in het geestelijke is men zeer emotioneel, irrationeel en primitief, Wanneer bij ons een kerkenraad hen die gedoopt willen worden onderzoekt of zij ook echte kennis van God hebben zoals in de Bijbel is geopenbaard, en of zij instemmen met de leer der zaligheid, dan moet zorgvuldig worden nagegaan of zij werkelijk de bijbelse opvatting omtrent God en ook een bijbels zondebesef hebben. Want waar geen ware kennis van God is, daar is geen echt zondebesef, omdat zonde ongehoorzaamheid is aan de wet Gods. Velen verlaten weer na een tijd de kerk omdat het te moeilijk voor hen is in de bijbelse leer te volharden.
Daarachter ligt vaak een onvermogen de kennis van God te vatten en dus de ware aard van de zonde in te zien. Hun toegeeflijkheid juist op deze punten verklaart waarom de rooms-katholieke en de vrijzinnig-protestantse kerken juist een groei beleven. Zij vereenzelvigen de zonde met het kwade dat van buiten over de mens heenkomt en dus ook weer eenvoudig af te schudden is. Zij geloven in de algemene goedheid van de menselijke natuur, die deelt in de grond van het zijn. Hier kan ook gewezen worden op de overeenkomst met het vrijzinnig christendom waarin de zonde gelijkgesteld wordt met vervreemding en dus ongeheven kan worden via de existentiële beslissing.
Het weer uittreden uit de kerk wordt ook veroorzaakt door het feit dat wanneer iemand in Japan christen wordt, hij of zij strijd heeft te voeren met ouders en verwanten. Niet buigen voor het huisaltaar en niet deelnemen aan de jaarlijkse boeddhistische dienst voor de doden betekent verbannen worden uit het ouderlijk huis en onterfd worden. Geloven in Jezus Christus betekent vaak letterlijk het verlaten van je thuis: U kunt zich niet voorstellen hoe groot de stap is om je te laten dopen. Misschien vraagt u zich af: ontvangt de huidige generatie niet uitstekend onderwijs en zijn ze ook niet bekend met de westerse cultuur? Zeker, dat is zo, en de situatie is ook langzaam aan het veranderen. Maar wanneer men zich verloofd met een christen in plaats van met de niet-christelijke partner die ouders of familie hadden uitgekozen en de huwelijkssluiting wordt voorbereid - of wanneer één van de niet-gelovige ouders overlijdt en de begrafenis moet worden geregeld - dan kunnen veel christenen niet staande blijven onder de druk van hun omgeving. Wanneer men een baan aanneemt en het bedrijf binnentreedt, moet men deelnemen aan allerlei heidense praktijken, bijvoorbeeld bij het ritueel reinigen van een bouwterrein of bij de uitvaart van een overleden chef. Wie deze dingen weigert brengt zijn gemeenschapszin onder verdenking. Er is veel moed voor nodig. Een oorzaak te meer om zich niet strikt te houden aan het bijbelse geloof en de christelijke wandel.
Deze strijd wordt ook gevraagd aan de kinderen van christenouders.
Niet alleen de openbare school maar ook de zgn. zendingsscholen houden sportevenementen en volksfeesten op zondag. De kinderen van christenen van de tweede of derde generatie geven spontaan de voorkeur aan de zondagschooI. Dan ontstaat er vaak een conflict met de onderwijzers.
Dus van de andere kant bezien zijn er veel christelijke gezinnen die hecht en sterk zijn.
Wanneer het evangelie komt tot het Japanse volk met deze mentaliteit, dan vindt het eerst gretig gehoor, vanuit een soort ethische belangstelling, maar zodra hen de kern van het evangelie wordt voorgehouden nemen ze de houding aan van de Atheners: "Wij zullen u hierover' nog wel eens horen." En ook wanneer ze aanvankelijk het christendom hebben aangenomen, verlaten velen de kerk weer na verloop van tijd. Dit laat zien hoe moeilijk het is het christelijk geloof zuiver te bewaren zonder compromis in de kring van familie of maatschappij. De rooms-katholieke kerk en de vrijzinnig-protestantse kerk hebben van meetaf ruimte gelaten voor het treffen van een vergelijk met afgodendienst en werken op zondag en het bijwonen van schoolactiviteiten op ,zondag.
Maar aan de andere kant, zoals de rijke talenten van een Paulus werden wedergeboren door de ontmoeting met Jezus Christus en de verlossing van de zonde, zo is er onder Japanse christenen een grote onderlinge gemeenschap, omdat zij de ware totaliteit hebben gevonden en de ware familie van God kunnen worden, "huisgenoten Gods" (Efeze 2: 19).
Samengevat: de Japanse opvattingen van de godsdienst is radicaal aardsgericht en de Japanner is een typische heiden.
3. Onze gemeente te Takarazuka
Ik wil u voorstellen aan een concrete gemeente, de kerk te Takarazuka waartoe ik zelf behoor, zodat u iets meer bekend kunt raken met onze kerk en wij met elkaar een vorm van gemeenschap kunnen oefenen in onze Here Jezus Christus. 's Zondags houden wij verschillende samenkomsten. Vanaf 9 uur v.m. houden wij de "kerkschool" bestaande uit zes klassen: de klas voor peuters en kleuters, de klas voor de leerlingen van de eerste 3 jaren van de basisschool, de klas voor hen die in de hogere klassen van de basisschool zitten, de klas voor de jongere middelbare scholieren, de klas voor de oudere middelbare scholieren, en de klas voor de volwassenen. Ons nieuwe kerkgebouw hebben we zelf gebouwd, maar het is zo smal dat we voor de kerkschool de ruimte verdelen door middel van vouwdeuren.
Een kerkschool is erg belangrijk in Japan. In ons heidens land is het voor de kinderen vaak de enige kans om uit de Bijbel te horen terwijl in uw land de Bijbelverhalen op school geleerd worden. Het biedt ook een goede gelegenheid voor evangelisatie niet alleen aan de kinderen uit de buurt maar ook aan hun ouders. Eén van onze ouderlingen kwam voor het eerst met de kerk in aanraking toen hij zijn zoontje kwam afhalen uit de kerkschool en de vrouw van de dominee hem bij de ingang aansprak.
Tussen kwart voor 10 en half 11, wanneer veel kinderen naar huis gaan en moeders hen staan op te wachten en veel van onze leden naar binnenkomen om de morgendienst bij te wonen, is het bij de ingang een drukte van belang. De eigen kinderen van de kerk blijven achter om mee te doen aan de morgendienst.
Tussen de morgen- en de middagdienst, die om 4 uur begint, worden verschillende vergaderingen gehouden. Op de eerste zondag van de maand is er kerkenraadsvergadering en de vergadering van de diakenen. Op de tweede zondag komt de jeugd bijeen, hoofdzakelijk bestaande uit studenten; zij houden zich al enkele jaren bezig met de bestudering van de Institutie van Calvijn. Op de derde zondag vergaderen de vrouwen; zij zijn onlangs klaargekomen met de Westminster Confession en maken nu studie van de Stichtingsverklaring van 1946. Op de vierde zondag van de maand is er mannenvereniging: wij bestuderen "The Glorieus Body of Christ" van R. B. Kuiper en elk der leden leidt telkens een hoofdstuk in. Deze verenigingen maken deel uit van de kerkschooI.
De middagdienst vangt aan om 4 uur. De behandeling van de Heidelbergse Catechismus is zo pas weer voltooid. Onze gemeente telt 36 belijdende leden en 17 verbondskinderen. De gemiddelde opkomst in de morgendienst, de kinderen meegerekend, bedroeg vorig jaar, blijkens het jaarverslag, 54. Alle leden die hun maandelijkse vergadering hebben tussen de morgen- en de middagdienst wordt aanbevolen de hele dag in de kerk door te brengen. Gewoonlijk nemen we daarom onze lunch mee. Op de vijfde zondag van de maand - zo'n vier keer per jaar - wordt een gemeentevergadering belegd, waarop soms een inleiding wordt gehouden door de dominee.
De speciale evangelisatiebijeenkomsten die twee keer per jaar worden gehouden - in het voorjaar en in de herfst - verdienen apart vermeld te worden. Deze bijzondere diensten worden door de meeste van onze kerken belegd. Dit najaar organiseerde onze gemeente drie van zulke bijzondere evangelisatiediensten, nl. de morgendiensten van 21 oktober en de beide diensten op zondag 28 oktober.
Om de mensen naar onze kerk te leiden hebben onze leden vooruit 50.000 nummers van het krantje "Nieuws van Takarazuka" door de brievenbussen in de buurt laten glijden. Ieder lid heeft een eigen wijk aangewezen gekregen door het evangelisatiecomité om er de krantjes te bezorgen.
Ook versturen we een groot aantal briefkaarten naar onze niet-christenvrienden waarop een speciale uitnodiging staat afgedrukt. Aan dit zendingswerk doen we allemaal met vreugde mee. Ondanks alle inspanning houden we er meestal maar 3 à 5 mensen op over die naderhand regelmatig de kerkdiensten bezoeken. Ik mag wel om uw voorbede vragen speciaal voor deze diensten. Bidt of de Here ze in het bijzonder zegenen wil en door zijn genade nieuwe belangstellenden aan onze gemeente wil toebrengen. U kunt het u amper voorstellen, maar onze kennissen op school, de mensen in de woonwijk, de collega's op het werk; de meesten van hen zijn nog nooit met het christendom in aanraking geweest.
Tenslotte. Ik ben uw gemeente erg dankbaar voor de gelegenheid om te mogen vertellen van onze Gereformeerde Kerk in Japan. Met enige aandrnag vraag ik u ernstig: Wilt u voor deze kleine groep bidden, hen dagelijks in uw gebeden gedenken?
Ik hoop dat de kerk van Amsterdam-Centrum en de kerk van Takarazuka contact met elkaar zullen leggen, in goede gemeenschap met Jezus Christus.
Wij zijn immers broeders en zusters wier politeia in hemelen is? Ook koester ik de hoop dat de deur geopend zal zijn zodat de Ned. Geref. Kerken en de Geref. Kerk in Japan in de nabije toekomst officiële relaties met elkaar kunnen aangaan. Ik eindig met een woord uit 1 Cor. 15: "Daarom, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onwankelbaar, te allen tijde overvloedig in het werk des Heren, wetende dat uw arbeid niet vergeefs is in den Here."