Opbouwen en bemoedigen!

2008-09-26
  • Jaargang 52
  • nummer 19
Ook in ons kleine kerkverband komt het geregeld voor dat predikanten vastlopen in de gemeente waar ze enkele jaren eerder met veel enthousiasme begonnen. Daar is heel veel over te zeggen, maar in dit artikel gaat het vooral over de betekenis die de kring van collega's kan hebben.

Hoeveel oog en hart hebben predikanten, die in eenzelfde regio werken, voor elkaar? Dat de vreugde en de moeite van het werk gedeeld wordt.
Om elkaar te bemoedigen, te inspireren en aan te scherpen. Om moeilijkheden in de gemeente in een beginstadium te delen, waardoor escalatie wordt voorkomen.
In de regio's Harderwijk en Utrecht zijn daarvoor de laatste jaren intervisiegroepen van dienstdoende predikanten ontstaan. Ik heb in die beide groepen meegedraaid en ben enthousiast over deze methode om elkaar bij te staan.

Predikant-zijn is een voorrecht
Laat ik, voordat ik verder ga, eerst maar eens zeggen, dat ik heel vaak geniet van mijn werk als predikant.
Gezonden door de Heer van de kerk en in het besef dat je arbeid eeuwigheidswaarde kan hebben, is het elke dag een avontuur om te zien hoe God je wil gebruiken om troost en licht te brengen in je omgeving. Je mag zelf diep graven in Gods woord en zoeken naar wegen om dat relevant en creatief over te brengen. Je bent voor die taak vrijgesteld en wordt er in onze cultuur zelfs goed voor betaald. Dat is een enorm voorrecht en geregeld denk je: 'Wie ben ik dat ik dit doen mag?'

Predikant-zijn is lastig
Maar predikantschap kan ook een eenzaam beroep zijn. Je blijft ergens toch een voorbijganger en een vreemdeling in de gemeente waarin je dient. 'De dominee gaat voorbij', luidt het gezegde als er soms een wat gespannen stilte in een groep kan vallen. Dat geeft iets weer van de eigenaardige positie van een voorganger. Je bent geroepen als Gods vertegenwoordiger om in woord en daad iets van zijn aanwezigheid in een bestaande gemeenschap te brengen. Dat schept binding en tegelijkertijd een zekere afstand. Als predikant past je een zekere terughoudendheid in wat je zegt. En dat niet alleen in de dingen die je in een pastorale setting zijn toevertrouwd. Daar komt bij dat je, naarmate je langer in een gemeente werkt, meer en meer van de mensen weet.
Gezegend ben je wanneer je met één of meerdere mensen echte vriendschappen kunt ontwikkelen waar plaats is voor een lach en een traan.
Helaas is het in de praktijk soms zo dat een predikant of zijn gezinsleden in de eigen gemeente deze openheid en ver-
trouwelijkheid missen. Dan kan het heel bevrijdend zijn om in een kleine groep van collega's te kunnen spreken over zaken waar je mee worstelt. In het werk, maar dat gaat ook nooit buiten je eigen persoon (en soms je familie) om.

Samen zie je scherper
Intervisie is een methode waarbij je elkaar helpt om beter zicht te krijgen op je werk en je functioneren daarin, vooral ook als het moeilijker wordt.
Het is een vorm van deskundigheidsbevordering waarbij je de collegiale deskundigheid (die in een regio voor het oprapen ligt!) benut om voor jezelf de problemen en de manier waarop je er mee omgaat te verhelderen. Het is een Bijbels gegeven dat mensen elkaar kunnen aanscherpen, zoals ijzer ijzer scherpt. Ook in de vroege kerk zie je dat voorgangers zelden alleen functioneren maar als teams samen optrokken.
Een intervisiegroep komt geregeld samen gedurende een langere periode, met een klein aantal vaste deelnemers, maximaal tien. Vooraf worden afspraken gemaakt over de spelregels, de doelstellingen en de werkwijze van intervisie. Het proces vraagt van de deelnemers de nodige basisvaardigheden.
Via het Stagg is daarvoor professionele begeleiding geweest, zowel in de regio Harderwijk als in de regio Utrecht. Dit is vooral in de opstartperiode aan te bevelen.

Een ochtendje intervisie
In de regio Utrecht hebben we vijf keer per jaar een intervisiebijeenkomst die dan een volle morgen duurt van half tien tot één uur. Na de opening door één van de deelnemers volgt het rondje lief en leed en daarna gaan we meestal koffiedrinken.
Eén van de deelnemers heeft al een paar dagen tevoren een casus rondgemaild die hij wil bespreken. Zo'n casus is een kwestie waar hij mee worstelt.
Het kan gaan over een vastgelopen pastoraal contact; of over een stukje onbehagen omtrent de organisatie van het werk in zijn gemeente; of over een worsteling met liturgische zaken of de reactie van gemeenteleden op het eigen functioneren. De casus, het verhaal daarover, is zo opgesteld dat personen niet kunnen worden herkend.
Iedere deelnemer leest deze casus thuis al zorgvuldig door en formuleert bij onduidelijkheden verhelderende vragen, zodat het beeld van de situatie scherper wordt.
Daarna volgt een periode van reflectie waarin iedereen de casus analyseert: wat is nu de kern van het probleem waarmee de indiener zit en wat is het advies dat daarbij past.
Het is dikwijls verwonderlijk hoe verschillend die adviezen zijn. Vaak zit er in alles ook wel iets waarmee de indiener verder kan. De gespreksleider vat alle adviezen samen en tenslotte mag de indiener daarop reageren. Dan volgt vaak nog een algemene nabespreking waarin de casus breder wordt doorgetrokken naar ons functioneren als voorgangers.
Na de afsluiting met gebed volgt de gezamenlijke maaltijd en dan gaat ieder zijns weegs.

Collega's worden vrienden
Geen enkel mens is een eiland. Solisme en isolement is voor niemand gezond, ook niet voor predikanten. Een intervisiegroep is een van de manieren om zo'n ongezond patroon te doorbreken.
Dat is niet altijd gemakkelijk. Neem je deel aan een intervisiegroep, dan vraagt dat van ieder openheid en een kwetsbare opstelling. Alleen zo leer je de zwakke en sterke kanten van jezelf en anderen kennen. Het is mijn ervaring dat je elkaar zo als collega's meer gaat waarderen. Alleen al het feit dat elke intervisiesamenkomst begint met een korte overdenking en gebed en gevolgd wordt door een rondje 'Hoe gaat het met je?' Dat rondje duurt al snel een uur omdat iedereen wel persoonlijke zaken meemaakt die hij of zij wil delen met de anderen. Na afloop van elke intervisiebijeenkomst sluiten we dan ook af met gebed en een gezamenlijke broodmaaltijd. Zo groeit er een band waarin je met elkaar gaat meeleven en ook met elkaar bidt. In de regio Utrecht gaan we nu ook eens per jaar als intervisiecollega's met onze vrouwen erbij uit eten. En dan gebeurt het onvermijdelijke: collega's worden gewoon vrienden. Het is niet alleen goed en nuttig maar ook erg leuk.
Wat zou het mooi zijn als elke predikant binnen onze kerken zo'n soort groep had. Iets voor kerkenraden en regio's?

Ds. Henk van der Velde is predikant van de Nederlands Gereformeerde Kerk van Bunschoten-Spakenburg.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief