WIJNZAKKEN
1979-08-31
Met deze titel als opschrift wil ik iets gaan zeggen over de structuur van de kerk.- Jaargang 23
- nummer 32
Twee dingen hebben mij hiertoe gestimuleerd:
1. de lezing van een boek van H.A. Snijder "Het probleem van de wijnzakken", uitgave Gideon.
2. de vragen rondom het "kerkverband" in onze eigen kring.
Het woord 'wijnzakken' is geleend uit Lucas 5: 37 "Niemand doet nieuwe wijn in oude zakken; anders zal de nieuwe wijn de leren zakken doen barsten en de wijn zal uitgestort worden. Maar nieuwe wijn moet men in nieuwe leren zakken doen."
Howard Snijder, een Amerikaanse Evangelical, zegt daar het volgende over: "Wijnzakken zijn het kontaktpunt tussen de wijn en de wereld. Zij danken vorm en omvang zowel aan de eigenschappen van de wijn als aan de druk van de buitenwereld.
Wijnzakken ontstaan als het goddelijk evangelie de menselijke beschaving raakt" blz. 9.
Vanzelf groeien ze overal waar het Evangelie verkondigd wordt: instellingen, organisaties, tradities en levensgewoonten.
Tot deze behoort bijv. ook de Dordtse Kerkenordening, de liturgie van Calvijn in Straatsburg, de verdeling van de ambten in dominee, ouderling en diakenen, de vorm van onze kerkgebouwen, enzovoorts.
Zij zijn allemaal instellingen en gewoonten die niet uit het wezen van de Kerk voortvloeien, maar wel werden bedacht voor het welwezen van de Kerk.
Het wezen van de Kerk is de wijn.
Het is het Evangelie van Gods genade in Christus. Daaruit is de gemeente gegroeid, daarvan moet zij het hebben: dat moet zij uitdragen.
Snijder: "De Kerk is het resultaat van de genade (grieks: charis) van God. Het is door genade dat de Kerk verlost wordt (Ef. 2: 8) en het uitoefenen van geestelijke genadegaven (charismata) heeft een stichtelijke uitwerking op de Kerk (Rom. 12: 6-8, Efeze 4: 7-16, 1 Petrus 4: 10, 11). Daarom is de Kerk per definitie charismatisch" (blz. 132). Hoewel dit woord "charismatisch" vandaag gekleurd is en de gedachte oproept aan het blad 'Vuur' en Ds Kraan en Verhoeff, moeten wij Snijder bijvallen in deze omschrijving: de Kerk is per definitie charismatisch.
Haar bestaan draait om de genade en de genadegaven die van het Hoofd Christus uitgaan kerkelijk leven naar alle leden van het lichaam.
Alles wat niet in deze zin "charismatisch" van aard is, is in de gemeente van tweede rang.
Het betekent niet dat het daarom onbelangrijk is. Het moet de genadegaven dienen, maar moet verdwijnen' zodra het de genade en de doorwerking daarvan niet meer dient.
Dat is het probleem van de wijnzakken.
Daaronder reken ik alles wat door mensen is georganiseerd om de verkondiging, het gebed en de gemeenschap te dienen.
Nu mijn eigenlijke punt: die wijnzakken moeten naar Jezus eigen woorden in iedere tijd door andere worden vervangen. Want de wijnzakken worden oud. Maar de wijn van het Evangelie blijft nieuw.
Wanneer dan nieuwe wijn in oude zakken blijft doet zij de leren zakken barsten. Ik zie dit woord bewaarheid in de geschiedenis van de Kerk als organisatie in ons land.
Uiteengebarsten in vele kerkverbanden.
Die niet meer in staat zijn om met elkaar de gemeenschap in Christus te beleven.
Toch vraagt ook onze tijd om organisatievormen die het wezen van de Kerk dienen, nl. de doorwerking van het Evangelie en de beoefening van de gemeenschap.
Zulke vormen zie ik persoonlijk meer gelegen in instellingen die dwars door de bijbelgetrouwe kerken heen de onderlinge gemeenschap en de doorwerking van het Evangelie dienen. Zou de nu opgerichte Evangelische Alliantie zo'n nieuwe wijnzak zijn? Ik denk hierbij ook aan allerlei organisaties als Youth for Christ, de Navigators etc. etc.
Ik voor mij heb het gevoel dat de pogingen om een op nauwgezette kerkenordeningsartikelen gegrond kerkverband weer opnieuw te installeren een restauratie is, en geen reformatie. Het is het oplappen van een oude wijnzak, en als mijn ervaring mij niet bedriegt een vorm waardoor het wezen van de gemeente niet meer gediend wordt.
Wij hebben het in de regio Dordrecht-Gorcum een paar jaar geleden geprobeerd. De breuk met de binnenverbanders lag net achter ons. Wij wilden de kerkelijke vergaderingen nu niet langer vullen met administratieve en bestuurlijke problemen, maar geestelijke inhoud geven. Mij staat nog een vergadering voor ogen waarin iemand een inleiding hield over 'gebedsgenezing'.
Er was ook een avond over 'het werk van de Heilige Geest'.
Daarbij waren alle gemeenteleden welkom en sommigen maakten daar gebruik van. Ik heb er geen slechte herinnering aan. Integendeel. Maar ook tóen al kwam zo'n onderwerp er nooit echt helemaal uit. Er was een wonderlijk soort weerhouding om over deze dingen ten volle door te praten. Alsof deze organisatievorm hiervoor niet bestemd was of niet meer geëigend was. Lang hebben vergaderingen van dat soort ook niet geduurd. Al spoedig bestond het agendum weer alleen uit bestuurlijke aangelegenheden, bleven de andere leden van de gemeente weg en begonnen diskussies over artikelen hier en ondertekening daar weer de kop op te steken.
Het liet mij achter met het overweldigende gevoel dat dit soort vergaderingen vormen zijn die de zaak niet meer dienen. Oude wijnzakken Gemeenschapsbeoefening als Kerken met elkaar, en dat bedoel ik zo breed mogelijk, zo breed als het lichaam van Christus, vraagt in 1979 om vormen die de gemeenschap dienen, vormen, die de geestelijke opbouw van de gemeente en de gemeenteleden bevorderen, waaraan je met blijdschap kan deelnemen omdat het je dichter bij de Here brengt.
Wel is het belangrijk om deze vormen van D.K.O. tot E.A., van vrouwen-kontaktdag tot predikanten-konferentie, van synode tot commissie zus of zo, steeds weer in het juiste licht te bezien. Ze zijn belangrijk als wijnzakken en vragen steeds weer om vernieuwing.
Maar ze zijn ook weer niet zo belangrijk dat de wijnzakken gelijk komen te staan met de wijn zelf.
Daarom eind'ig ik meteen citaat van H. Snijder's boek 'Het probleem van de wijnzakken', dat ik ten aanzien van deze vragen van harte aanbeveel en dat op dit punt een evenwichtige visie geeft.
"Kerk-structuur dwars door alle culturen heen. Als de kerk de gemeenschap van Gods volk is, wat moeten we dan zeggen over de diverse instellingen, organisaties, denominaties en architectonische gebouwen die wij gewoonlijk samenvoegen onder het verzamelwoord kerk? In welke verhouding staan dergelijke instellingen tot de kerk als Gods gemeenschap?
De twee meest voorkomende tendensen zijn geweest óf te zeggen dat deze instellingen inderdaad deel uitmaken van de. essentie van de kerk, om ze op die manier te "heiligen" (14), óf een anti-institutioneel standpunt in te nemen en erop aan te dringen dat al dergelijke instellingen nutteloos zijn en afgeschaft dienen te worden. Een opbouwender standpunt is echter al zulke instellingen te beschouwen als para-kerkelijke instellingen, die samen met en parallel aan de gemeenschap van Gods volk bestaan, maar zelf niet de kerk zijn. Deze instellingen kunnen van nut zijn door de kerk te helpen bij haar zending, maar ze zijn door mensen gemaakt en cultureel bepaald.
Terwijl de kerk zelf deel uitmaakt van de nieuwe wijn van het evangelie, zijn alle para-kerkelijke instellingen wijnzakken - nuttig en soms onmisbaar, maar tevens onderworpen aan slijtage en verrotting.
De kerk is de gemeenschap van Gods volk en dit is wat de Bijbel bedoelt met het woord kerk.
De kerk kan niets anders zijn dan di{! Institutionele structuren kunnen dus het beste gezien worden als iets anders dan de kerk - potentieel nuttige hulpmiddelen voor het leven en bediening van de kerk, die echter nooit deel uitmaken van de essentie van de kerk.
Normaal gesproken, zijn para-kerkelijke instellingen tot dusver gezien als buiten-confessionele of inter-
confessionele organisaties, zoals de Blly Graham Evangelistic Assooiation of de National Association of Evangelicals. De denominaties zelf worden gewoonlijk niet beschouwd als para-kerkelijke instellingen.
Maar omdat de kerk, bijbels gezien, altijd uit mensen bestaat, daarom is iedere institutionele instelling - of dat nu een denominatie is, een zendingsgenootschap, een christelijk oollege, een evangelische uitgeverij of een evangelische associatie - een para-kerkelijke instelling. Met andere woorden, uit bijbels oogpunt gezien, zijn zowel een evangelische associatie als een confessionele organisatie para-kerkelijke instellingen, terwijl de gemeenten van gelovigen binnen deze instellingen de kerk zijn. Parakerkelijke instellingen, inclusief denominaties, mogen legitiem en nodig zijn, maar ze zijn niet de kerk.
Deze conclusie lijkt mij niet te omzeilen in het licht van bijbelse leerstellingen over het essentiële wezen van de kerk."