Kun je op één avond een kerkelijk examen beslissen?

2008-09-26
  • Jaargang 52
  • nummer 19
Het zal niemand verbazen dat je zonder examens geen predikant kunt worden. Dat zijn in de eerste plaats natuurlijk de tentamens en examens tijdens de studie theologie.
Maar de weg naar het predikantschap gaat pas echt open na een tweetal kerkelijke examens, die in even zovele regiovergaderingen worden afgenomen.

Het eerste examen vindt plaats als iemand na afronding van de studie theologie predikant in onze kerken wil worden en bij de regio van zijn/haar gemeente aanvraagt om beroepbaar te worden gesteld. Lukt dat examen en komt het tot een beroep door een Nederlands Gereformeerde kerk, dan volgt in de regio van die gemeente nogmaals een examen - al heeft dat examen meer de sfeer van gesprek en kennismaking.
Twee examens dus, waaraan in de studietijd vaak nog een kleiner examen vooraf is gegaan, namelijk rond de aanvraag van preekconsent. Daarmee krijgt een student toestemming om een jaar lang te preken in onze kerken.

De gebruikelijke gang
Vast onderdeel bij de regioexamens is de preek die de examenkandidaat op de regiovergadering houdt. Die preek wordt besproken, waarbij twee afgevaardigden, die de preek van tevoren schriftelijk hebben ontvangen, het voortouw hebben. Na de preek volgen de andere onderdelen van het examen en de zwaarte van dat vervolg verschilt van examen tot examen.
Het lichtst is het vervolg bij de examen voor preekconsent. Dan wordt de student bevraagd op kennis van Schrift en belijdenis.
Het zwaarst is het beroepbaarstellingsexamen.
Na de preek wordt onder andere de bekwaamheid getoetst op de uitleg van de Bijbel, de kennis van de belijdenisgeschriften, ethiek, kerkgeschiedenis en kerkrecht.
Het derde examen in de regio waar de beroepen kandidaat hoopt te gaan werken is – zoals gezegd - meer een gesprek dan een examen. Dan wordt de aankomend predikant gevraagd naar visie op de prediking, het ambt en de gemeente en ook zijn omgang met geloofsvragen en ethische kwesties.
Aan het eind van dat alles komt de vraag of de student of kandidaat naar het inzicht van de regiovergadering voldoende weet en voldoende is toegerust om in de gemeente werkzaam te kunnen zijn?

Verlegenheid
En dan voelt u het wel. Is het mogelijk om op grond van één examen iemand toe te laten tot het predikantschap?
In de regio Utrecht voelden we hoe langer hoe meer onze verlegenheid, met name in de jaren 1997 en 1998, toen we heel veel examens moesten afnemen. Kun je op één avond zo’n belangrijke beslissing te nemen? Belangrijk voor de betreffende persoon èn belangrijk voor de gemeentes. We hebben ons toen de vraag gesteld hoe we dit werk beter konden doen.

Commissie
De uitkomst van de bezinning was dat we vanaf het jaar 2000 een traject aan het regio-examen vooraf laten gaan, waarbij de Commissie Aanvraag Regionale Examens (CARE) een sleutelrol vervult.
De commissie verzorgt dat voortraject en centraal daarin is het gesprek met de student of kandidaat aan de hand van een door hem of haar geschreven levensverhaal. In dat gesprek gaat het onder andere over de weg door de theologiestudie, de verwachtingen voor de toekomst en de motivatie voor het predikantswerk.
Onontbeerlijk is dat de kandidaat inzicht heeft in eigen functioneren en de ‘sterke’ en ‘zwakke’ kanten daarin. Niet minder belangrijk is zijn of haar openheid voor anderen en andere meningen en het vermogen om tot werkelijk (geestelijk) contact te komen met de ander.
In het gesprek wordt ook ingegaan op de door de kandidaat geleide kerkdienst, die in een eerder stadium door de commissie is bijgewoond.
De ervaring leert dat de commissie langs deze weg een behoorlijk indruk krijgt van wat de kandidaat in huis heeft.

Examen
Bij ernstige twijfels trekt de commissie aan de bel bij de regio en meldt de regiokerken op welk punt er twijfels zijn gerezen. Het is dan aan de regiokerken om te beslissen of het examen moet worden uitgesteld. Ook kan het zijn dat de student het advies krijgt aan bepaalde zaken nog te gaan werken (en toezegt dat te gaan doen).
Wanneer de commissie geen directe belemmeringen ziet, vindt het examen plaats.
Nadat het examen is afgenomen, was en is er altijd een besloten overleg over de gang van zaken tijdens het examen. Daarin wordt nu dus ook de commissie gevraagd naar de beoordeling van de kandidaat. Vervolgens wordt het besluit genomen of de betreffende student geslaagd is voor het examen of niet. En duidelijk zal zijn uit het voorgaande dat niet CARE, maar de regio deze uiteindelijke beslissing neemt.

CARE
De naamgeving van de commissie is vrij zakelijk, maar de afkorting is wel mooi. Care is immers in het Engels ‘zorg’. Met deze commissie wil de regio Utrecht zorg en zorgvuldigheid betrachten richting aankomend predikanten en de kerken. We hebben te lang de sfeer gehad dat we blij waren met ieder die zich aanmeldde. Ook bij gerede twijfels werd er gezegd: ‘Het is een gelovige jongen/man, hij heeft hier zo lang naar toegeleefd, hij wil zo graag, je kunt hem toch niet aan het eind van de studie afwijzen?’ Daarbij speelde eigenlijk de vraag: laat je in principe iedereen toe die zich meldt, behalve bij heel grote twijfels? Of ga je omgekeerd te werk en laat je als regiovergadering alleen iemand toe, wanneer je hem of haar het volle vertrouwen kunt geven?
Met het werk van onze commissie proberen we als regio Utrecht de beslissing in ieder geval meer gefundeerd te nemen.

Veranderingen
We hopen eigenlijk dat CARE tijdelijk is. Er is in de laatste jaren van de TSB en de beginjaren van de NGP veel veranderd in de opleiding en begeleiding van studenten (waarover u meer kunt lezen in het artikel van ds. Gijs Bronsveld). Hopelijk wordt zo voorkomen dat je als regio pas aan het eind van de studie met iemand geconfronteerd wordt bij wie je twijfelt aan de geschiktheid voor dit mooie en intensieve ambt.

Verdere bezinning
In het afgelopen jaar bezon CARE zich vooral op de wijze van examinering.
Wat wil je als regiovergadering nu precies weten van een kandidaat, die zich meldt om beroepbaar te worden gesteld? En welke vragen moet je dan stellen om met enig vertrouwen te kunnen zeggen dat iemand zijn werk als predikant goed zal kunnen doen.
Is er, gelet op de huidige examinering in allerlei verschillende onderdelen, toch niet te veel accent op de weetjes blijven liggen en wordt te weinig de vaardigheid, die nodig is voor het predikantswerk gepeild? Dat zijn waarschijnlijk herkenbare vragen, waarover het laatste woord nog niet is gezegd.

Ds. Mark Janssens is predikant van de NGK Utrecht en stond mee aan de wieg van CARE.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief