boekbespreking

1979-08-31
  • Jaargang 23
  • nummer 32
A. J. Rasker, "Op de bres voor vrede en gerechtigheid" .
Koëxistentie en dialoog als voorwaarde.
Kok, Kampen, 131 pag.

In dit bijzonder helder geschreven boekje bundelt de emeritus-hoogleraar Rasker een aantal al eerder verschenen artikelen over Christendom, Marxisme, Gerechtigheid, en Pacifisme.
Door zijn helderheid en bondigheid is dit boek een uitstekende inleiding op de huidige diskussies over de genoemde thema's. Wat dat aangaat kan ik het van harte aanbevelen. Ik som de titels van de artikelen even voor u op: Christelijk geloof en Marxisme; Ontmoeting tussen Christendom en Marxisme in deze tijd; Iets over het vrijheidsbegrip in het Marxisme-Leninisme; Diakonaat is gerechtigheid; Theologische overwegingen aangaande de revolutie; Prediking van het evangelie in een veranderende wereld; Europa's verantwoordelijkheid voor de wereld; Ethische en aktuele aspekten van het vredesvraagstuk; Geschiedenis van het Pacifiisme - verleden, heden en toekomst.
Het is niet te doen in dit bestek ook maar enigszins recht te doen aan de vele zaken die Rasker aan de orde stelt. Ik beperk me daarom tot een paar algemene opmerkingen van kritische aard.
Ook Rasker meent dat teruggrijpen op de "jonge" Marx met zijn "humanistische"
inzet veelbelovend is voor een dialoog. Toch geloof ik niet dat hier werkelijk toekomst in kan zitten.
Het atheïstische uitgangspunt van het Marxisme-Leninisme, al in Marx zijn dissertatie uit 1841 onder woorden gebracht, zal uiteindelijk de basis onder dit "humanisme" wegtrekken, met als konsekwentie de huidige communistische praktijk.
Is er geen verband tussen het Marxistisch atheïsme en het moeizame leven dat de rechten van de mens leiden in bijvoorbeeld Rusland?
Ik ben het ook niet eens met Raskers stelling dat het atheïsme een bij verschijnsel is in het Marxisme-Leninisme, ontstaan in reaktie tegen het pact van troon en actaar in de uitbuiting van de arbeiders. Hoezeer dat laatste ook waar zal zijn, niet ten onrechte heeft de Tsjechische marxist Gardavsky geschreven dat het atheïsme de oer-zenuw is van het Marxisme.
Het is de vooronderstelling van de marxistische anthropologie, ethiek, maar ook van haar economische theorieën.
Ook vraag ik me af of Rasker niet veel te terughoudend is in zijn kritiek wegens de afschuwlijkheden in het christelijke verleden. Schuld erkennen, akkoord!
Bescheidenheid wegens het vele negatieve in onze Westerse samenleving, ook akkoord!
Maar in onze kritiek op het Marxisme gaat het toch niet om het verdedigen van Westerse waarden, op zichzelf niet om het beschermen van kerkelijke verworvenheden. Uitgangspunt moet zijn het Woord van God dat scherper snijdt dan een twee snijdend zwaard - ook in eigen vlees. Dan moeten we duidelijk durven zijn. Vandaar dat ik Verkuyls boek over de dialoog Christendom-Marxisme veel en veel Bijbelser vind!
In het artikel over de theologie van de revolutie valt me weer de eenzijdige en ontoereikende bijbelse motivering op. Bekende geluiden die me nog altijd niet hebben kunnen overtuigen.
Na lezing van G. P. Hartvelds boek over Joachim van Fiore, "Het gebinte van de tijd", ben ik ook niet zo onder de indruk van de verzekering dat hij "de dynamiek van het evangelie, de verwachting van het rijk van gerechtigheid en vrede" (p. 62) niet had vergeten, evenmin als Thomas Münzer en de anabaptisten.
Sinds Blochs boek over Münzer beleven de secten in de kerkgeschiedenis m.i. een ongebalanceerde aandacht van theologen.
Er zou meer te zeggen zijn.
Het blijft een boeiend boek, een goed voorbeeld hoe in modernchristelijke kring tegen belangrijke problemen aangekeken wordt. In onze eigen diskussies hierover, die nog amper begonnen zijn, is het verstandig naar de stem van Rasker te luisteren, ook al zullen we andere wegen inslaan.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief