De rust, die Christus geeft
1979-09-07
"Want wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Heer Jezus Christus als verlosser verwachten." - Jaargang 23
- nummer 33
Fil. 3, 20
Verzadigd van onrust 'De mens, uit een vrouw geboren, is kort van dagen en zat van onrust' (Joh. 14, 1). Die onrust zou wel eens met het korte leven te maken kunnen hebben. De gedachte, dat het leven maar kort is en niet wordt overgedaan, is onrustbarend.
Alle geluk, alle blijdschap, alle idealen moeten binnen de enge grenzen van dit aardse bestaan verwerkelijkt worden. We zien dan ook hoe mensen haast hebben om hun levensdoel - wat dat verder ook moge zijn - te bereiken.
Het is immers nu of nooit. Onrustig jaagt men naar geld, promotie, voorspoed. Daarbij wil men zich veelal niet laten ophouden door omstandigheden, die het genot verminderen.
Liefst niet teveel of zelfs helemaal geen kinderen.
Wanneer een huwelijk niet beantwoordt aan de verwachtingen waarmee je het begonnen bent, rek het niet te lang. Probeer het met een ander nog eens weer. Misschien dat je dan ontdekt wat ware liefde is. Want voor je het weet ben je te oud en maakt de dood aan alle genieting een eind. Zo daalt de kwaliteit van de levensverwachting.
Door de haast in het streven naar de verwerkelijking van de idealen is het resultaat veelal een goedkoper produkt dan eigenlijk de bedoeling was.
O nee, niet ieder heeft zo'n zelfzuchtige levenshouding.
Menigeen ergert zich juist aan zo'n instelling en heeft een open oog voor de kwalijke gevolgen. Ze zetten zich in voor anderen: armen en verdrukten. Maar ook bij veel van deze strijders voor gerechtigheid is er de onrust vanwege het korte leven, het gevoel een wedloop te moeten houden met de tijd. Zij zien onze wereld als de zo langzamerhand overbekende kaars, die steeds verder opbrandt. Daarom is spoed geboden bij het streven naar betere verhoudingen.
Desnoods dan maar met geweld moeten mensen en groepen van mensen bevrijd en recht gedaan. Er is haast bij! Want een andere wereld dan deze is er niet. Er zal geen andere aarde komen dan alleen de nieuwe aarde, die wij zèlf maken.
Afstand en betrokkenheid
Temidden van deze twee groepen van onrust verzadigde mensen leven de gelovigen. Als burgers van een rijk in de hemelen. Maar worden we met deze benaming niet teveel in een onaardse sfeer gedrongen? Alsof dit aardse leven een te verwaarlozen iets is, waar je je maar niet druk over moet maken? Integendeel! De apostel gebruikt een beeld, dat juist de Filippenzen zal hebben aangesproken. Filippi was een Romeinse kolonie in Griekenland. De burgers waren meest Romeinen, oud-militairen, die wegens deelname aan een bepaald aantal veldslagen als beloning een villa ontvingen in deze mooie Griekse stad. Midden in Griekenland leefden deze kolonisten geheel volgens de gewoonten en wetten van het moederland. Ze bleven burgers van Rome. Maar dat sloot warme interesse voor de mooie Griekse omgeving beslist niet uit.
Zo zijn gelovigen op aarde kolonisten als burgers van het hemelrijk. De wetten van dat rijk bepalen ons bestaan waar we ons ook bevinden. Wij kunnen ook over de grenzen van de tijdelijke en zichtbare wereld heenkijken. En dat zal ons onderscheiden van ieder, die niet verder kijkt dan deze wereld, deze aarde. We onderscheiden ons van ieder, wiens horizont niet verder reikt dan de grenzen van dit leven. Als burgers van het hemelrijk zeggen we 'nee!' tegen een levenshouding, die zoveel mogelijk genot uit dit aardse bestaan wil peuren, desnoods ten koste van de naaste.
Mogen we dan niet genieten van wat de aarde ons te bieden heeft? Beslist wel! Maar het geloof maakt geduldig om te wachten op het rijpen van de dingen. Het geloof maakt ook uiterst fijn van smaak (verg. Fil. 4, 8). Hetspreekt van een zuiver geluk. We willen geen onrijpe vruchten eten of genoegen nemen met schijnvreugde. Het geloof laat alleen maar tevreden zijn met leven van eerste kwaliteit. En het verzekert ons dat dit leven bereikbaar is.
Is het niet binnen de grenzen van dit bestaan, dan zeker straks op de nieuwe aarde.
Als burgers van het hemelrijk zeggen we ook 'nee' tegen die mensen, die de nieuwe aarde met haast en binnen de grenzen van de wereldgeschiedenis tot stand willen brengen.
Al zijn ze ons sympathieker dan de zelfzuchtige levensgenieters, als kolonisten weten we niet te kunnen opereren los van het moederland. Wel weten ook wij ons geroepen tot strijden voor de gerechtigheid. De wetten van het Koninkrijk der hemelen zijn op dit punt niet mis te verstaan. Maar wat zou het uithalen als we niet wisten dat we uiteindelijk onze Koning Jezus Christus als verlosser uit de hemel verwachten? En Hij komt, Hij is ons nabij. En dat geeft de gelovigen rust, een vrede, die alle verstand te boven gaat (4, 7). In het geloof kunnen we de verstrijkende tijd aan. Het benauwt ons niet en het jaagt ons niet op. We kunnen voortwerken en afwachten beide. We verachten het aardse leven niet, maar we overschatten het ook niet. We zijn rustig, omdat we weten van de onrustige haast, waarmee onze Verlosser op weg is naar ons toe om onze aardse kolonie voor eeuwig in te lijven in Zijn hemels Koninkrijk.