De cultuur van het narcisme
1980-02-29
Het is veelzeggend dat aan het begin van de tachtiger jaren een boek verschijnt over de tendenz en de atmosfeer in de Westerse samenleving, dat de titel draagt: de narcistische cultuur. Het werd in Amerika geschreven door een 46-jarige professor in de sociologie Christofer Lasch onder de titel: The culture of narcism (1978) maar het werd onder ons pas goed bekend door de brede aandacht die Elsevier en de Haagse Post en andere weekbladen eraan gaven rondom de jaarwisseling. De Haagse Post gaf zelfs een apart nummer uit onder de titel "Het ik-tijdperk". In de jaren van 1900 tot 1960 stond de mythe van Oedipus centraal. Het is vooral de psycholoog Freud geweest die deze Griekse mythe van Oedipus gebruikte om er het wezen van de moderne mens mee aan te duiden. Oedipus is de prins uit Thebe, die te vondeling gelegd wordt en later als hij opgroeit zonder het zelf te beseffen zijn vader doodt en zijn moeder trouwt. Freud greep naar deze mythe om ermee te verhelderen wat de mens uit die jaren dreef: verborgen haatgevoelens tegen de Vaderfiguur, tegen alle Autoriteit, totdat Oedipus zichzelf tenslotte van zijn Vader bevrijdt door hem te vermoorden.- Jaargang 24
- nummer 9
In dezelfde tijd waarin Freud dit beeld gebruikt schrijft Nietzsche "God is dood, maar wij hèbben hem gedood."
De jeugdsocioloog C. de Haas schrijft over ditzelfde tijdperkmaar dan erop terugblikkendeen boek onder de titel: "De vaderen zijn niet meer".
Christoffer Lasch houdt zich in het bovengenoemde boek bezig met het mensentype dat nu uit het overwonnen Oedipus-complex is voortgekomen.
Ook hij gebruikt een Griekse mythe om er die mens mee te typeren nl. de mythe van Narcissus, een schone jongeling, die de liefde van de nymf Echo versmaadde en toen als straf van de goden verliefd gemaakt werd op zijn eigen spiegelbeeld in het water. Toen hij zichzelf wilde omarmen verdronk hij jammerlijk. Als troostprijs achteraf veranderden de goden hem in een narcis.
Met deze figuur vergelijkt Lasch de Westerse mens in de jaren zeventig en in toenemende mate in de jaren '80. Nu Oedipus zichzelf van zijn Vader ontdaan heeft verandert hij in Narcissus: hij kromt zich terug naar zichzelf, raakt steeds meer op zichzelf en zijn eigen geluksbeleving gericht. Lasch wijst erop hoe onze cultuur niet in de eerste plaats meer religieus is, maar therapeutisoh, niet gericht op God, goed en kwaad, maar op de ervaring en het je welgevoelen. Het heeft te maken, zegt hij in de inleiding van zijn boek, met het verlies van het verleden en de angst voor de toekomst. Normaal bestaat een lijn uit heel veel punten. De mens uit onze tijd leeft niet meer op een lijn maar op een punt: het je goed en gelukkig voelen hier en nu. Het is de tijd van leuzen zoals: "verwen je zelf eens", en "je hebt maar één leven om te leven" en "gewoon jezelf zijn". De cursus "assertiviteit" van de AVRO past in deze sfeer. Groepstherapieën zoals die waarvan de IKON beelden laat zien zijn er hopelijk de uitwassen van. Ik ga het hier nu verder niet hebben over de spiegels in de discotheken waarin de discoliefhebbende jeugd zich veelvoudig weerspiegeld ziet. Ook niet over de consumptiemaatschappij, die de massa niet echt tot volwassen mensen maakt noch over de verandering van het huwelijk in meer vrijblijvende samenlevingsvormen, yoga en andere lichaamscultuur. Volgens Lasch hangt dit alles - en nog veel meer - samen met deze narcistische tendens in onze cultuur. Over dit laatste zou ik hier graag iets meer zeggen.
1. Het is juist vandaag bijzonder belangrijk het evenwicht te bewaren tussen zelfliefde en zelfhaat.
De bijbel leert naar mijn mening noch het één, noch het ander. Vanuit een in verkeerde zin strenge gereformeerde opvoeding is wel eens het evenwicht verstoord in de éne richting: zelfverloochening werd dan zelfhaat. Wat wij voelden was niet belangrijk of moest onderdrukt worden. De nadruk kwam te liggen op de zondigheid van de mens die zo werd uitgelegd dat wij altijd ons zelf moesten ha:ten. lik overdrijf, maar meen wel dat in orthodoxe kring de neiging bestaat om naar die éne kant van zelfnegatie door te slaan. Dat had zeker ook te maken met de erkenning van absolute normen en Autoriteit. Zoals uit bovenstaande schets blijkt, slaat de sfeer vandaag Dmeen tegengestelde richting. Vaak juist in die kringen die van huisuit orthodox zijn opgevoed. Alles gaat draaien om hoe ik mij gevoel. Het humanistisch optimistische mensbeeld dringt zich op: zoals de psycholoog Maslov het met een beeld onder woorden bracht: ieder mens is als een eikel. Als je hem rustig laat groeien groeit er een prachtige boom uit. Maar als er van buitenaf onkruid over de jonge plant heen groeit en hem verdrukt dan krijg je misgroeiingen. De nadruk ligt hier op de goede binnenkant van de mens: de sfeer is meer Oosters, waar de innerlijke harmonie en de wezenseenheid tussen het goddelijke van het universum en van de ziel wordt benadrukt zonder Autoriteit.
2. Waar het evangelie en Gods Vaderschap wegvalt, groeit een soort mens dat steeds meer 'in laatstgenoemde richting zich ontwikkelt. Het moet ons iets te zeggen hebben dat zelfliefde in de bijbel uitdrukkelijk genoemd wordt als hèt kenmerk van de mens uit de eindtijd. In 2 Tim. 3: 1 lezen wij: Weet wel dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen: want de mensen zullen... zelfzuchtig zijn etc.
Als eerste kenmerk wordt genoemd: zelfzuchtig. Er staat in het Grieks een woord (philautos) dat letterlijk betekent: zich zelf liefhebbend, ofwe1: narcistisch. Ook 2 Petrus 2 : 13 e.v. en Matth. 24 : 38 schetsen ons een beeld van de mens van de eindtijd als een mens die opvalt door zijn zelfliefde.
Dat moet ons veel te zeggen hebben en ons bijzonder kritisch doen staan tegenover onze tijd, waarin bijvoorbeeld in een op zichzelf genomen best verstandige cursus assertiviteit ineens heel de notie van zelfverloochening en zelfopoffering als weg ten leven gaat ontbreken.
3. Tegelijkertijd is het echter een uitdaging voor christenen in onze tijd om niet van weeromstuut terug te vallen in de oude puriteinse levenshouding van zelfhaat, Als de Heere Jezus zegt: "Indien iemand achter mij wil komen die verleechene zichzelf en neme zijn kruis op en volge mij." (Matth. 16: 24) bedoelt hij met deze oproep niet echt ons mensenleven te beknotten en vreugdeloos te maken. Integendeel: het leidt juist tot de enige echte vreugde en zelfontplooiing, die voor ons mens-zijn open staat nl. de vreugde van de liefde. Het zal er vandaag op aan komen om het voor te leven dat onder deze Autoriteit het leven goed is en creativiteit en verwondering over muziek en expressie en verstand enz. pas op zijn goede plaats komt te staan. Onder God is zelfrespect een heel vanzelfsprekende zaak. Ze wordt zelfs voorondersteld in het grote gebod dat wij de naaste moeten liefhebben als onszelf. (zie Opbouw van aug. 1978).
Tot slot: is het boek van Lasch nu wel zo optimistisch over de mens van de tachtiger jaren als bijv. de psycholoog Maslov die ik hier boven citeerde? Integendeel. Het is eigenlijk een somber boek: de narcistische mens is zo geworden omdat hij van buiten àf zich uitermate bedreigd voelt: liefdeloze gezinsomstandigheden - een kille onpersoonlijke samenleving - en een atoomoorlog in het verschiet.
Dat brengt hem er toe om net als een klein kind compensatie te zoeken in de troost van de duim in eigen mond, om zo in een hoekje narcistisch weg te duiken. Lang kan dat niet duren want het volgende stadium is agressie. Als verbetering van deze wereld niet lukt en de duim ook geen troost meer biedt, sla er dan maar op los. De voortekenen zyn er: de R.A.F. en het geweld in de filmindustrie en de voetbalfanatici op de sportvelden. Neen een opwekkend toekomstbeeld is dit niet... Er wordt in het boek van Lasch ook geen uitweg gewezen. Dat
zou ook goedkoop zijn. Want een menselijke uitweg dient zich hier niet aan.
Onze cultuur kan alleen veranderen als "een wind van buitenaf" haar treft, zoals Walter Trobisch het Evangelie van Jezus Christus en Zijn Koninkijk omschrijft (in: Leen mij je ogen, blz. 21 e.v.).