Wat is er aan de hand?
2008-09-26
Alle kans dat u er geen weet van hebt, maar er is een Nederlands Gereformeerde predikanten e-mail groep. Stuur je daar een e-mail heen dan krijgt iedere aangesloten predikant dat in zijn elektronische brievenbus. Vaak zijn dat heel praktische vragen, soms ook pastoraal getinte.- Jaargang 52
- nummer 19
Op 9 september kwam een e-mail voorbij met de vraag ’Wat is er aan de hand’, na de zoveelste losmaking van een predikant binnen ons kleine kerkverband. Zegt zo’n losmaking nu ook iets over de geestelijke omgang tussen predikanten en gemeentes in ons kerkverband of misschien ook wel iets over hoe predikanten naar elkaar omzien. Er ontspon zich een stevige gedachtewisseling van vele A4-tjes lang. Een paar anonieme flitsen krijgt u als lezer van Opbouw mee. Ter overweging, Want wat is er aan de hand met die werkers in een veranderende kerk?
| We zijn als NGK kerken lange tijd gevoelsarm geweest en intellectueel rijk. Misschien dat we daardoor vervallen in een wat zakelijke omgang? Misschien dat we daarom het evangelicale zo verwelkomen? Op New Wine heb ik een geestelijke verbondenheid ervaren die ik elders in de kerk miste. Ik heb daar de ideale combinatie geproefd van theologische bezinning én diepgaande geestelijke omgang. |
| De (kerk)mensen zijn veranderd van een kudde schapen in een kruiwagen met kikkers. Ze kwaken voortdurend door elkaar heen en springen alle kanten op. In die hectiek wordt van ons enige geestelijke leiding verwacht. Maar de gelovigen knippen en plakken hun eigen geestelijk leven bij elkaar uit de talloze religieuze bronnen die daarvoor beschikbaar zijn gekomen, naast de preek en een goed boek. De diversiteit is enorm. Het gevolg is, dat het aantal gemeenteleden dat zich in de predikant kan vinden, steeds kleiner wordt. En hij krijgt het allemaal ongezouten te horen. Het wordt steeds moeilijker om van de gemeente te houden. |
| Het heeft een hele tijd geduurd voordat ik in de gaten kreeg dat ik verplicht was om de signalen en gevoelens van vervreemding die mensen hadden op mijn preken, echt serieus te nemen. Als iemand niet geraakt wordt of zich ongemakkelijk voelt onder mijn prediking of pastoraat, is dat voor mij per definitie relevant. Ik was zelf iemand, die alle kritiek theologisch etiketteerde en daarmee wegzette. Ik geloof - ik weet wel zeker - dat ik niet de enige was die met deze 'truc' terechte kritiek van mij afhield. Deze truc wordt gevoed door een cultuur waarin uitsluitend theologische stellingname en confessionele trouw ertoe doen en kritiek vanuit gevoel, ervaren en beleven per definitie niet relevant zijn. |
| Als er een serieuze problematiek lijkt te zijn in het midden der kerken die maar niet wil weg gaan, is het dan toch geen tijd voor een kerkbrede verootmoediging? Vroeger hadden we soms biddagen uitgeschreven door een synode / classis in verband met crises die in gezamenlijkheid aan de Heer werden voorgelegd. Een gemeente / regio zou dat initiatief kunnen nemen met een goed doordacht en geformuleerd voorstel voor een speciale zondag van gebed. Het gaat toch niet om een randproblematiek, maar om iets dat het hart van de kerken raakt. |
| Wat ik soms mis in onze omgang als predikanten is de geestelijke verbondenheid die zich uit in gebed met en voor elkaar en in een band die zo is, dat je bij elkaar ook met persoonlijke noden terecht kunt. Deze geestelijke verbondenheid is niet iets waar we als rationele theologen sterk in zijn; het is niet structureel ingebed in onze kerken; het wordt niet getraind op onze opleidingen. Bidden wij wel eens voor elkaar als predikanten, op de manier zoals Paulus dat verwoordt in Efeze 6:18-20? Gaat het ons erom stil en gerust te leven als bezadigde dominees of verlangen we pal te staan in de geestelijke strijd die woedt in een wereld die van God en zijn geboden is vervreemd? Vaak bidt je je als dominee blauw voor allerlei noden van mensen, maar wie denkt er aan jou en je geliefden als er iets mis is? Kunnen we ook voor elkaar geen gebedspartners zijn in kleine groepjes; of kleine kerkjes adopteren als partnergemeentes in de wat grotere kerken? |
| Iedere morgen als ik wakker word, ben ik dankbaar voor de baan die ik als predikant heb. Ik hoef niet te lijden onder de tucht van de markt, het is geen up or out voor mij, er zijn geen efficiencyrondes en fusies of overnames waarbij elke paar jaar het roer om moet. En ik hoef (nog...) geen tijd te schrijven. Of je zult maar leraar zijn en vasthouden aan wat je ooit op de universiteit hebt geleerd... Of je zult proberen bij te blijven in automatisering en allerlei snotneuzen halen je in. |
| Soms leek wat ik als predikant naar voren gebracht er gewoon niet toe te doen. Ik wilde bijvoorbeeld mede met het oog op mijn capaciteiten een andere opzet van de catechese. (wat elders al lang gepraktiseerd werd). Ik was echt ongelukkig met de manier waarop het ging. Het antwoord was lange tijd: 'voor de bestaande praktijk zijn goede bijbelse redenen, zo is het in de beroepsbrief afgesproken, we zien geen reden om het te veranderen. Je doet dus maar wat je is opgedragen’. Dat de bestaande praktijk doorging 'tegen heug en meug' en dat dát juist de kwaliteit van het werk negatief beïnvloedde, bleef zo buiten beeld. Dit volkomen gebrek aan bereidheid om predikantservaringen serieus te nemen, mee te denken over de meest passende vormgeving en invulling van het werk, heeft echt bestaan. |
| Ik ervaar het zo dat de prediking in zeker zin is verzakelijkt. Preken worden door velen gezien als colleges of liever nog als gesproken columns óver geloof en evangelie die je aan het denken moeten zetten, etc. Maar niet meer dat het de Here zelf is die zich sprekend tot zijn kinderen richt. Dus kun je het er ook gemakkelijk mee eens zijn of niet. Kun je er je schouders bij ophalen of er wekelijks even van genieten. Kun je het naar believen oppikken en laten liggen. Kun je ook naar eigen believen bepalen of je weer eens een keertje naar de kerk gaat of dat je kiest voor een zondag zeilen of lekker brunchen met vrienden. Het eigene van een gereformeerde dominee ligt m.i. in die bijzondere visie op de prediking. Als die visie vervaagt en verschuift, heeft dat onvermijdelijk gevolgen voor het ambt van predikant. Dan lijkt het me zelfs niet ver meer van verdwijning. |
| Volgens mij had je vroeger net zo goed verschil in bekwaamheid of in hoe je overkomt. Maar daarover zeuren had net zoveel zin als zeuren over het weer, dus dat deed je niet teveel.En ook al bakte de man er weinig van, dan waren er toch twee dingen die een dominee ons uit handen nam: de omgang met God en de omgang met stervende mensen. Welnu, die twee dingen willen de mensen tegenwoordig zelf doen, dus wat blijft er voor ons over? |
| Er lijkt een flinke spraakverwarring te zijn rond het ambt van predikant. Voorbeeld: breed wordt om 'leiderschap' gevraagd. Maar de een lijkt daarbij te denken aan heldere morele kanselboodschappen (‘lees wel Eva, maar geen Panorama’), een volgende denkt aan een visionair leider (de komende vijf jaar richten we ons op hangjongeren en daklozen), en een derde ziet een soort reisleider voor zich (creatieve impulsen in liturgie, ombouw van de gemeentestructuur met pakweg een kringenmodel). Tel daarbij op dat de NGK bekend staat om haar mondige leden, en je hebt een aardig explosief mengsel. |