Einde aan eigen pensioenvoorziening predikanten
2008-11-07
Er komt een eind aan de eigen pensioenvoorziening voor de Nederlands Gereformeerde predikanten. Althans, als het aan het bestuur van de Stichting Emeritaatsvoorziening (SEV) ligt. Dat stelt de aangesloten kerken voor om de predikantspensioenen onder te brengen bij het Pensioenfonds Zorg en Welzijn. Het motief? 'Kerken én predikanten zijn straks beter af'.- Jaargang 52
- nummer 22
De afgelopen jaren is het SEV-bestuur druk bezig geweest met het uitzetten van een nieuwe koers voor de toekomst van de predikantspensioenen.
Op informatiebijeenkomsten zijn kerken en predikanten voorgelicht over wat er in de lucht hangt en op de halfjaarlijkse SEV-vergaderingen konden de kerken hun mening geven.
Tot nog toe zweefden er verschillende opties boven de markt, maar inmiddels heeft het bestuur zijn voorkeur bepaald. Eind november worden de kerken daarover bijgepraat. In januari 2009 moet de knoop worden doorgehakt.
Het draait allemaal om twee ontwikkelingen die hun stempel drukken op de toekomst van de SEV. Allereerst de wijziging van de Nederlandse pensioenwetgeving en daarnaast de door de NGK Houten aangezwengelde discussie over de systematiek van de pensioenbijdragen. De twee ontwikkelingen staan los van elkaar, maar het SEV-bestuur heeft ze in de nieuwe plannen aan elkaar gekoppeld.
Beurscrisis
'Het begon eigenlijk bij de vorige beurscrisis, in 2002 en 2003, met net als nu grote krantenkoppen: Pensioenen verdampen. Dat zorgde voor veel maatschappelijke onrust.
Daardoor kwam er een beweging op gang die uitmondde in twee nieuwe regelingen: een nieuwe Pensioenwet en een nieuw financieel toezichtkader', schetst SEV-voorzitter Ben Vreugdenhil, hoe het allemaal begon.
Vreugdenhil, lid van de NGK Breukelen, is voorzitter van de Raad van deelnemers van het ABN AMRO Pensioenfonds en uit dien hoofde een pensioendeskundige. 'Die nieuwe regelingen met veel strengere eisen voor pensioenfondsen zijn begin 2007 van kracht geworden met als doel te garanderen dat de pensioenrechten van mensen veilig zijn'. Dat betreft eisen op het gebied van organisatie, beheer, bestuur en controle. Als SEV hebben we een paar jaar uitstel gekregen, maar inmiddels heeft De Nederlandsche Bank ons duidelijk gemaakt dat ook wij zullen moeten voldoen aan de strengere deskundigheidseisen die de overheid aan de pensioenfondsen stelt. Zo gaan ze bijvoorbeeld nieuwe SEV-bestuursleden toetsen op hun deskundigheid'.
Professionalisering
Die nieuwe regelingen dwingen de SEV tot verdere professionalisering.
Maar de kleine omvang van de Nederlands Gereformeerde Kerken maken dat volgens SEV-voorzitter Vreugdenhil moeilijk, of wellicht zelfs onmogelijk. 'Eerst zaten we op de lijn om zelf een pensioenfonds te worden.
Maar voor ons als bestuur is het duidelijk geworden dat we als kerken te klein zijn om in deze complexe materie op actuarieel gebied, juridisch terrein en beleggingsgebied de vereiste deskundigheid bij elkaar te krijgen.
Nu nog wel, maar met de strengere eisen in de toekomst zal dat moeilijker worden en zou er meer deskundigheid moeten worden ingekocht'.
Na bestudering van alle varianten vindt het SEV-bestuur het de beste optie om de pensioenvoorziening voor de NGK onder te brengen bij het Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PZW), het vroegere PGGM. 'Er zijn drie evidente voordelen. Er is veel meer professionaliteit en deskundigheid; rond beleggingen bijvoorbeeld kunnen ze veel beter aan risicomanagement doen dan wij. Verder zijn de kerken als geheel goedkoper uit, doordat de bijdragen omlaag gaan.
En tenslotte krijgen de predikanten een beter pensioen. Dus iedereen wordt er beter van'. Dat klinkt als: te mooi om waar te zijn. Toch zit er volgens de SEV-voorzitter geen enkele adder onder het gras. 'Natuurlijk kan het PZW een fout beleggingsbeleid voeren en dan moeten de bijdragen omhoog. Maar ook bij de SEV is dat niet uitgesloten. En de kans daarop is bij het professionele PZW kleiner. Je brengt je risico's immers onder in een groter geheel waar ze die beter kunnen hanteren.
En verder: het is een instelling zonder winstoogmerk in een met predikanten goed vergelijkbare sector van werkers in de zorg- en welzijnssector.
Dus ze gaan daar echt geen rare bokkensprongen maken'.
Het enige spannende is nog wat het gaat kosten om de huidige rechten en verplichtingen van de SEV bij het PZW onder te brengen. 'Dat is in het voorjaar uitgerekend en met wat bijpassen was dat toen goed mogelijk.
Maar we weten nog niet wat het effect van de financiële crisis daarop zal zijn. Als onze dekkingsgraad (eind 2007 123%, nu 105%) harder is gedaald dan de hunne, moeten we meer bijbetalen. We weten binnenkort hoe dat uitpakt'.
Zeggenschap
In de SEV zijn de kerken de baas. Is het geen groot nadeel dat in het PZW de kerken geen enkele zeggenschap hebben? 'Die zeggenschap moet je nú uitoefenen, op het moment van overgang.
Daarna is die inderdaad weg.
Maar vraag je af, wat je met die zeggenschap beoogde. Toch niet anders dan een goede pensioenvoorziening voor je predikanten garanderen. Als je dat met het PZW kan, wat is dan je probleem?' Vreugdenhil heeft er vertrouwen in dat de kerken - ondanks de typisch Nederlands Gereformeerde nadruk op zelfstandigheid en kleinschaligheid - de bestuurskeus zullen ondersteunen. 'Dat de kerken goedkoper uit zijn en de predikanten beter af, zal de doorslag geven, taxeer ik'.
Houten
En dan is er die andere ontwikkeling: de discussie over de hoogte en systematiek van de pensioenbijdragen die de kerken moeten betalen. Totnogtoe betalen de kerken aan de SEV een bedrag per kerklid per jaar: in 2008 €32,25. Een gemeente als bijvoorbeeld Loosdrecht met 120 leden betaalt in 2008 een kleine €4000, Langerak met rond de 700 leden betaalt ruim €22.000 en een gemeente als Kampen met 2200 leden betaalt bijna €71.000. Daarbij maakt het geen verschil, of de gemeente wel of niet een eigen predikant heeft; ook het aantal predikanten maakt de bijdrage niet hoger of lager. Tegen dat systeem is de NGK Houten een paar jaar geleden in het geweer gekomen.
Men beleefde het als onredelijk om als gemeente met één predikant (en een aantal kerkelijke werkers) evenveel te moeten betalen als een gemeente van dezelfde omvang met twee of meer predikanten. De totale premielast van Houten bedraagt in 2008 in het SEV-model ca. €38.500: onevenredig veel ten opzichte van het salaris van hun predikant. Bovendien werd het pensioen van de kerkelijke werkers in Houten niet door de SEV gedekt en moest men daarvoor elders terecht tegen extra kosten. Kortom, handhaving van het bestaande omslagstelsel was voor Houten niet aanvaardbaar.
Vreugdenhil heeft er begrip voor dat Houten de kat de bel heeft aangebonden: 'Dit is echt een vorm van financiële scheefgroei, die samenhangt met de verandering in ons kerkmodel. De bijdrage per ziel is gebaseerd op het kerkmodel, waarbij een gemeente van bijvoorbeeld 350 leden één predikant heeft; bij groei tot 700 leden komt er een tweede predikant, bij 1100 komt er een derde predikant etc. Dan zit er evenredigheid in: hoe meer predikanten, gerelateerd aan het aantal leden, des te hoger de bijdrage. Houten is hét voorbeeld (overigens lang niet het enige in onze kerken) dat het tegenwoordig soms anders gaat. Ze hebben daar een grote groei doorgemaakt naar zo'n 1300 leden op dit moment; in het oude model zouden ze drie predikanten hebben, maar ze hebben er maar één. En ze moeten in feite een pensioenlast betalen voor drie predikanten. Intussen stromen er kerkelijke werkers binnen die niet bij de SEV ondergebracht kunnen worden. Daar zit echt een grote frictie. We hebben een tijdelijke oplossing gevonden, waarbij kerken met kerkelijke werkers de elders betaalde pensioenpremies mogen aftrekken van hun SEV-bijdrage.
Maar in de toekomst moet het systeem echt aangepast worden, omdat het gebaseerd is op een kerkmodel dat niet meer de enige norm is in onze kerken'.
Overgangsmodel
Het SEV-bestuur wil toe naar het systeem dat in onze samenleving vrijwel overal gangbaar is: als gemeente betaal je pensioenpremie gebaseerd op de pensioengrondslag van je predikant( en), zodat de pensioenlasten een onderdeel worden van de salariskosten.
Er is dan niet langer sprake van een pensioenbijdrage per kerklid.
'Daar willen we als bestuur naar toe. Maar die stap ineens is te groot, omdat kleine gemeenten die nu een eigen predikant hebben, dan voor fors hogere pensioenlasten komen te staan. Stel, een gemeente van 100 leden heeft een eigen predikant; dat kunnen ze net opbrengen, omdat ze voor de SEV maar 100 x €32,25, dus een dikke €3000 hoeven te betalen.
Maar als je de echte pensioenlasten van hun predikant gaat berekenen, gerelateerd aan het predikantssalaris, dan zijn ze het dubbele of driedubbele kwijt. Verder betalen in het eindmodel zoals we dat voor ons zien de vacante kerken niet meer mee; die hebben immers geen eigen predikant en dus ook geen pensioenlasten'.
Daarom heeft het SEVbestuur voor de komende vijf jaar een overgangsmodel ontwikkeld: daarin betalen ook de vacante kerken een bijdrage en verder betalen kerken niet meer dan een maximum bedrag per kerklid, ook al is de PZWnota op basis van de predikantssalarissen straks hoger. Dat maximum bedrag zou met de 2008-
cijfers op €40 uitkomen.
Enquête
Op basis van een enquête onder de kerken over de rechtvaardige principes voor zo'n overgangsmodel verwacht Vreugdenhil voldoende steun.
'We hebben de kerken niet voorgerekend hoe het in hun individuele geval uitpakt. Maar globaal kun je zeggen dat kleine gemeenten met een eigen predikant duurder uit zijn.
En meer in het algemeen: als je aantal leden per predikant laag is, heb je dikke kans dat je duurder uit bent; is je aantal leden per predikant hoog, dan ben je allicht goedkoper uit.
Vergelijk bijvoorbeeld Wezep en Kampen: die hebben allebei drie predikanten, maar Kampen heeft veel meer leden.
Per lid omgerekend is Kampen straks voordeliger uit dan Wezep'. Ondanks het plan om de pensioenvoorziening bij het PZW onder te brengen blijft de SEV de komende jaren nog bestaan als een soort administratiekantoor om het overgangsmodel via een landelijke heffing en herverdeling te realiseren. Maar rond 2014 zal daar wat het bestuur betreft een eind aan komen. Dan worden wat het SEV-bestuur betreft de pensioenlasten net als overal elders een onderdeel van de salariskosten van de predikant(en) van een gemeente.
Onderlinge solidariteit
Maar leidt dat eindplaatje niet tot een situatie waarin kleine gemeenten zich geen eigen predikant meer kunnen permitteren en waarin wat grotere gemeenten met een predikant minder genoegen moeten nemen? Vreugdenhil ziet dat risico en vindt ook dat de kerken daar beleid op moeten maken. Maar volgens hem is dat niet de taak van de SEV. 'Je moet als kerken je onderlinge solidariteit niet via je pensioenvoorziening organiseren. Dat gebeurt nu wel: impliciet geven wij nu aan kleine kerken die vinden dat zij een eigen predikant moeten hebben een subsidie, doordat ze niet zijn pensioenlasten krijgen doorberekend.
Die worden via de SEV voor een fors deel door de andere kerken gesubsidieerd.
Maar de SEV moet niet de instelling zijn die een doorslaggevende rol speelt bij de vraag of een predikant door een gemeente kan worden bekostigd. Dat zou op termijn moeten gebeuren door een orgaan als de Commissie Steunbehoevende Kerken (CSK). De kerken moeten met elkaar beslissen, hoe ze elkaars lasten willen dragen en ze moeten daar heldere criteria voor ontwikkelen.
Wanneer heeft een gemeente 'recht' op een eigen predikant? Bij hoeveel leden?'. Vreugdenhil pleit daarom voor een studie in opdracht van de Landelijke Vergadering over de vormgeving van solidariteit tussen de kerken in het post-SEV-tijdperk. 'De volgende LV zou een studiecommissie kunnen benoemen die gaat kijken, hoe de steunverleningscriteria en aanpak van de CSK moeten worden aangepast. En de LV daarop, zo rond 2014 kan daarover dan besluiten nemen. Dan zitten we precies aan het eind van de overgangstermijn die wij voor ogen hebben'.
Zoals gezegd worden de kerken op de SEV-vergadering van 24 november uitvoerig geïnformeerd en moet op 24 januari 2009 de beslissing vallen.
Maar wie de notulen van de SEV-vergaderingen bekijkt, ziet dat als regel niet meer dan een derde van de kerken aanwezig is. Dat lijkt geen goede basis voor zulke verstrekkende beslissingen. Vreugdenhil: 'Het is cruciaal dat op de komende vergaderingen veel meer kerken vertegenwoordigd zijn, en dan liefst niet door één expert, maar door een bredere delegatie. Daarom hebben we in januari ook voor de zaterdag als vergaderdag gekozen. Kerken moeten zich hier echt in verdiepen. Als ze straks een nota krijgen die 20% hoger ligt, moeten ze niet kunnen zeggen: dat wisten we niet, want we waren er niet bij'.
Ad de Boer is redacteur van Opbouw.