Een plaats waar niets mag

1980-03-07
  • Jaargang 24
  • nummer 10
Uit 'Greep', een door jongelui van de kerkelijke gemeente Utrecht verzorgd jeugdblad, neem ik het volgende stukje over. Het gaat over het kerkgebouw van die gemeente en de wijze waarop een buitenstaander daar blijkbaar tegenaan kijkt.

'Bij ons in de buurt, aan de Troosterlaan staat een groot, nogal lomp gebouw. Mooi is het niet, mij te modern. Hoewel het gebouw niet bijzonder vaak gebruikt wordt, ligt er toch een grote parkeerplaats naast, die alleen op zondagmorgen vol is. Ja, elke zondagmorgen zijn er mensen, die weet-ik-veel-waarvandaan komen, op een tijd dat elk weldenkend mens nog lekker in zijn nest ligt. Er zijn zelfs idioten die ook bij plensbuien nog op de fiets stappen om ernaartoe te gaan. Wat ze daarbinnen precies uitstukken weet ik niet.
Ik liet een keer 's morgens vroeg de hond uit - u moet weten ik heb een hele mooie hond, een deense dog, de grootste hond uit Utrecht - goed, toen ik dus een keer de hond op zondagmorgen uit liet, deden ze de deur dicht zodra iedereen binnen was.
Het gebouw wordt 'kerk' genoemd, maar waar dat op slaat weet ik eigenlijk niet; in een hoekje van het gebouw wonen ook nog mensen, ze houden niet alleen hun eigen huis, maar ook de hele kerk schoon. En ik kan niet anders zeggen, dan dat de boel er netjes uitziet.
De man die in de kerk woont is elke zondagmorgen ook al vroeg op om de boel open te maken. Misschien is hij wel de dominee, want ik heb wel 'es gehoord dat die de baas is i.n de kerk. Maar het is wel zonde dat het gebouw zo weinig gebruikt wordt. Af en toe zie je 's avonds nog wel mensen naar binnen gaan, meestal jongelui; er komt dan een klein meisje aan de deur, die wantrouwig naar buiten kijkt, en als de bezoeker binnen is de deur weer op slot doet.
Ik denk dat daarbinnen rare dingen gebeuren. Overdag is het gebouw altijd dicht. Nee van mij mogen ze de tent wel sluiten. Laten ze er maar een parkeergarage neerzetten, daar heb je tenminste wat aan.'

Dit verhaal zal wel geschreven zijn door een 'binnenstaander' die even keek door de bril van een 'buitenstaander'.
Er wordt echter iets in aangesneden wat het overdenken waard is. De vraag is dan hoe we onze kerkgebouwen een grotere plaats kunnen geven in de samenleving. Toen we vroeger als gezin met vakantie in Zuid-Limburg waren, gingen we tijdens onze wandeltochten vaak even een kerk binnen om uit te rusten. En er was dan meteen gelegenheid om eens even rond te kijken.
Nu is er in moderne kerkgebouwen meestal minder te 'zien' dan in oude. Toch is het wel waar wat Kornelis Blok in 'Greep' schrijft dat een kerk overdag een heel goede plaats is om eens rustig te bidden. De Here Jezus zocht immers ook vaak een rustige plaats om te bidden.
Een kerkgebouw kan van grote betekenis zijn voor de activiteiten van een kerkelijke gemeente, het zou eigenlijk ook grote betekenis moeten hebben voor de bewoners die er omheen wonen.
Als je hier over na gaat denken zul je in gedachten wellicht veel beren op de weg zien. Maar misschien zijn die beren onschadelijk te maken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief