Geen leven in Galilea

1980-03-14
  • Jaargang 24
  • nummer 11

Dicht bij de grond
Niet meer dan een paar flitsen zag ik zondagavond van de N.C.R.V.- tv-uitzending "Ander Nieuws". Uit de aankondiging: "Ds Sirnon Schoon neemt na zes jaar afscheid als predikant van Nes Ammim ..
In deze collectieve rozen- en avocadokwekerij leven honderdvijftig christenen uit Amerika, Duitsland, Zwitserland en met name Nederland.
Hun doel is solidariteit betonen met het volk van Israël zonder daarbij zending te bedrijven. "Ander Nieuws" maakte een reportage, waarin wordt nagegaan in hoeverre het ideaal van Nes Ammim haalbaar is en of de solidariteit met Arabische christenen niet in de verdrukking komt." En uit een toeliohting: "Nes Ammim heeft twee buren. Het naburige Arabische dorp Mazza met 2000 mosliminwoners èn de kibboets waar de overlevenden van de verschrikkingen in het ghetto van Warschau leven... ".
Uit de reportage (ik geef e.e.a. met eigen woorden weer): er worden conferenties gehouden - de vraag komt aan de orde: waar was God in Auschwitz? hebt u daar een antwoord op? Antwoord: moéten we dat, kiesheidshalve, niet aan de joodse denkers zelf overlaten? en dient ónze vraag niet eerder te zijn: waar waren de christenen in Auschwitz? Israël - in dit land wordt de bijbel concreet, dicht bij de grond, aards; hij heeft niets "zwevends" meer. Even later een flits van het meer van Galilea en omgeving: "hier is het begonnen; vissers, prostituees en enkele geleerden volgden Hem - de anderen hebben Hem vervolgd, gekruisigd."
Concreet, laag/dicht bij de grond, aards - ik dacht aan de uitspraken van Rochus Zuurmond: " ... als het 'sola gratia' (alleen door de genade wordt de mens gered) nergens in de materiële werkelijkheid zichtbaar mag worden, zijn we toch wel ver van het 'Nieuwe Testament' weggeraakt." En: "Verre van te spiritualiseren (vergeestelijken, P.) concretiseert Mattheüs de armoede, schildert hij ze in Joods-Hebreeuwse termen nog feller dan Lucas" (zie artikel van vorige week).

Armen - ook bij Mattheüs
Mattheüs spreekt van "armen van geest", Lucas kortweg van "armen". Maar Lucas niet alleen! Ook Mattheüs spreekt van "armen", en dat in een uitspraak van Jezus die eindigt met een zaligspreking ...
Ik denk aan Jezus' antwoord op de vraag van Johannes de Doper: "Gaat heen en boodschapt Johannes wat gij hoort en ziet: blinden worden ziende en lammen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doven horen en doden worden opgewekt en armen ontvangen het evangelie. En zalig is wie aan Mij geen aanstoot neemt" (Mt. 11 : 4, 5). Armen op één lijn met blinden, doven, melaatsen enz. Worden die laatsten genezen (zij krijgen het leven terug), de eersten "ontvangen het evangelie". Jezus' uitspraak hier sluit weer nauw aan bij de opdracht aan de discipelen: "Gaat en predikt en zegt: Het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit" (Mt. 10 : 7, 8).
Johannes de Doper effende de weg met de prediking "Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen" (3: 2). Wanneer de wegbereider uit de weg geruimd is, neemt Jezus zijn prediking over, in Galilea (4 : 12, 17), om, na werving van discipelen, Galilea rond te trekken met die prediking terwijl Hij allerhande ziekte en kwaal onder het volk genas (4 : 18 V.v.; 4 : 23 v.v.). Na de nodige instructie mogen de discipelen uitwaaieren over het land met diezelfde prediking èn met de macht zieken te genezen (10 : 7, 8). De nabijheid van het Koninkrijk is hoorbaar en tastbaar - Johannes kan er gerust op zijn: Israël heeft en hoeft geen ander te verwachten (11 : 2-6).

Galilea door Jezus' ogen gezien
Wie zijn de gelukkigen? Primair en uitdrukkelijk: de verloren schapen van het huis Israëls (10 : 6). In het antwoord aan Johannes nader gedefinieerd als: blinden, lammen, melaatsen, doven, doden, armen (11 : 4, 5). Bij de kwalificatie "verloren schapen van het huis Israëls" is het goed eens te lezen wat aan de uitzending der discipelen in Mattmeüs' evangelie voorafgaat. De N. Vert. zet er als samenvatting boven: de aard van Jezus' werk (de passage doet sterk denken aan 4: 23-25!). We krijgen te horen: "En Jezus ging alle steden en dorpen langs en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle mekte en alle kwaal. Toen Hij de schare zag, werd Hij met ontferming over hen bewogen, daar zij voortgejaagd en afgemat waren, als schapen die geen herder hebben. Toen (!) zei Hij tot zijn discipelen: De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. Bidt daarom den Heer van den oogst, dat Hij arbeiders uitzende in zijn oogst" (9: 35-38). Blijkbaar houdt deze trieste toestand Jezus voortdurend bezig. Even verderop horen wij Hem immers verzuchten: "Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert (!) van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart (!), en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is licht" (11 : 25-30) - de "toeliohj11ng", het bewijs geeft Mattheüs in het directe vervolg: aren plukken op de sabbat, een genezing op de sabbat, de profetie van Gods geliefde Knecht vervuld (12 : 1-21).

Als zelfs de hoop, die doet leven, dood is...
Armen van geest - ik denk dat Jezus daar in Galilea meer oog voor had dan wie ook. Stel u die mensen nu maar eens voor: verloren schapen van het huis Israëls - verloren,en dus een machteloze prooi; voortgejaagd en afgemat als schapen die geen herder hebben - een herder die ze brengt in grazige weiden, aan rustige wateren; mensen die vermoeid en belast zijn en dus de weelde van de rust niet kennen. Armen van geest: mensen die adem tekort komen, die in ademnood zijn, die buiten adem zijn.
Geest doet denken, heeft alles te maken met leven. Armen van geest zijn mensen wier geestkracht gebroken is, voor wie het leven geen leven meer is, wier levensgeesten wijken. Mensen die als schapen in de steek zijn gelaten en dus reddeloos verloren zijn. Gebukten en gebeukten - er zat geen leven meer in. Zelfs de hoop, die doet leven, was dood. Zo zag God het. Zo moest Jesaja het maar zeggen: Galilea ... een volk dat in duisternis gezeten is, mensen die als Job neerzitten in het land van de schaduw des doods. Spiritualisering - vergeestelijking? Wie de tweede wereldoorlog heeft meegemaakt, kan begrijpen hoe Israël (ook) heeft geleden onder de dubbele bezetting: de keizer van Rome èn een Herodes. En dan nog al die zieken ... Wat was het lot van een melaatse? Buitengesloten, van de samenleving uitgesloten, doodverklaard bij het leven. Misschien was dat het lot van de dichter van Psalm 88. Aäron spreekt erover in ondubbelzinnige taal: ;,laat haar (Mirjam) toch niet zijn als een doodgeborene, wiens vlees reeds half vergaan is, wanneer hij uit de schoot zijner moeder komt (Num. 12 : 12). Met de doven, blinden, lammen zijn zij mensen wie het aan ademtocht en leeftocht ontbreekt. Om over de doden nog maar niet eens te spreken... En déze mensen, samen met de anderen, werden in Jeruzalem verachtelijk afgeschreven als "de schare die de wet niet kent". Over herderlijke zorg gesproken...

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief